Sønderborg.
We blijven twee dagen in Sønderborg liggen vanwege het weer. Stormachtige wind die ook nog eens uit de verkeerde hoek komt en regen maakt deze beslissing gemakkelijk. Er is ook weinig beweging in de jachthaven, af en toe komt er nog een schip binnen. Vertrekken doet niemand. We liggen aan de kop van de gastensteiger. Tussen de palen was onvoldoende ruimte.

Wanneer  we op zondagavond naar buiten kijken zien we voor ons een Deens motorjacht binnen de haven in problemen. Het ligt op lagerwal, nagenoeg op de keien van de buitenste dam en het waait en regent nog steeds erg hard. Er staan een paar mensen op de steiger te kijken. Volgens hen heeft een landgenoot de havenmeester gewaarschuwd, maar na een kwartier is er nog niets gebeurd. Wij besluiten samen met een Duitse gast om dan toch maar iets te gaan doen. De Deen die de havenmeester waarschuwde is op zijn eigen boot verdwenen. Het motorjacht ligt precies benedenwinds van de Swalker. Met een 100 meter lange drijvende lijn, een stootwil en een rubberboot lukt het om verbinding te maken. Na een flink partijtje touwtrekken krijgen we het uit zijn netelige positie en met nog een lijntje eraan zelfs in zijn box. Het blijkt ook nog een lijn in de schroef te hebben, maar verder geen schade gelukkig. Als dank krijgen we een plastic tas met heerlijk Deens bier. De havenmeesters troffen we even later in hun kantoor; die had het druk met het innen van de havengelden….

Middelfart
Redden of gered worden ligt soms heel dicht bij elkaar. Dat ondervonden we nog geen twee dagen daarna. Na een prachtige zeiltocht door de Kleine Belt laten we het anker vallen bij Middelfart. De beschutte ankerplaats staat op de kaart aangegeven en er liggen nog een paar schepen. We slapen prima. De volgende dag gaan we vroeg ankerop, want de weersvoorspelling belooft weer een mooie zeildag. Naast ons vertrekt de Lotus uit Göteborg eveneens. Ze geven ons te weinig ruimte naar de vaargeul waardoor  wij op het laatste moment vast lopen op een modderbankje. En niet een beetje, nee muurvast. De Zweden merken dat, maken meer ruimte en helpen ons daarna om weer vrij te komen. Met de motoren van beide schepen op volle kracht lukt dat uiteindelijk. Nu is het onze beurt om onze dank te betonen, ditmaal met een fles Hollands gedistilleerd. De vier mannen van de Lotus stelden dit zichtbaar op prijs.

Grenaa
Het is duidelijk hoogseizoen. Gisteravond laat kwamen we op het eilandje Tunø aan. Bij de haveningang was al te zien dat het haventje overvol was. En we hebben inmiddels al geleerd dat de kans, dat er dan nog een gaatje te vinden is voor de Swalker, erg klein is. Het is nu eenmaal zo dat je niet gemakkelijk in iedere jachthaven een schip van ruim 20 ton kunt parkeren. We wagen het niet om naar binnen te gaan en ankeren net buiten te haven. De volgende dag zijn we redelijk vroeg in de middag in Grenaa.Grenaa Nu krijgen we net plaats in de laatste vrije box van het juiste formaat. Geluk gehad dus. We rekenen op een verwaaidag, dus is een box dan wel zo gemakkelijk. Waaien wil het wel de volgende dag, en regenen ook! We gaan daarom het plaatsje zelf maar eens bekijken. Het blijkt een klein uurtje lopen te zijn, zowel heen als terug. Onderweg ziet Tineke een kringloopwinkel, die natuurlijk even van binnen bekeken moet worden. Ze vindt bij de keukenspullen een aantal houten kokers met aan de onderzijde een ovaal gat. We vragen ons af waar die voor dienen. Ze blijken gebruikt te worden voor het maken van gehaktballetjes voor de soep, zo vertelt ons een vriendelijke mevrouw. Daar zouden we zelf nooit op gekomen zijn. Ook vindt Tineke er een ouderwetse handmixer. We kunnen nu zonder elektriciteit de slagroom kloppen.

Saeby
Na een overnachting in Hals zijn we nu aangekomen in Saeby, net onder Frederikshaven. Laatstgenoemde was eigenlijk het doel van de dagtocht, maar net als een dag eerder kregen we halverwege een paar flinke onweersbuien over ons heen. In die buiend wakkert de wind aan tot stormachtig, dus moeten de zeilen gereefd worden. Wanneer dit weer gebeurt vlak voor Saeby is de keuze snel gemaakt: zeilen neer en de haven in. Buiten de buien is het mooi weer met een prachtige zeilwind.

We maken dus veel zeiluren en net als wij heeft de roerkoning het ook goed naar zijn zin. Het roer is met de pink te draaien! Probleem opgelost; de dagelijkse smeerbeurt en het vele zeilen heeft een positief effect gehad. Ook de windvaan stuurautomaat doet nu wat van hem verwacht mag worden. Het is een genoegen om de Swalker al zeilend zijn eigen weg te laten gaan.

Aangekomen in de haven van Saeby vinden we geen geschikte ligplaats aan de steigers van de jachthaven, maar wel aan de tegenoverliggende kade. We liggen maar net goed en wel vast of we worden aangesproken door een andere zeiler, die ons in een paar zinnen engels duidelijk maakt waar de belangrijkste voorzieningen zijn. Later maken we uitgebreider kennis met Cliff, die samen met zijn Mary al 15 jaar op pad te zijn met hun Prelude. Eerst in de Carieb en nu al een aantal jaren in Europa. Ze kennen Scandinavië beter dan wij, zo merken wij al vlug. De laatste jaren zetten ze in de winter hun boot ergens op de wal en wonen dan in het huis wat ze in het Franse Bretagne hebben gekocht. We krijgen een aantal goede tips voor Zweden en Noorwegen van ze mee. Wij kunnen ze helpen met de lange termijn weerberichten.

 Iedere avond om negen uur verschijnt op de haven een trompetter die staande op de dijk de Last Post en nog een paar hymnen speelt. Daarna haalt iedereen zijn vlag binnen. De laatste avond zijn het er zelfs vier en wordt blijkbaar ook het Deens volkslied gespeeld. Allemaal natuurlijk voor het toerisme, maar toch heeft het wel wat. Op dat moment is het werkelijk heel stil in de haven.

Björkö
We zijn in Zweden! Op advies van Cliff en Mary hebben we het eiland Björkö aangelopen en niet Götenborg. Het is een schot in de roos. Een kleine haven met vriendelijke mensen die alle moeite doen om ons te voorzien van Zweedse kronen. Een geldautomaat is er nl. niet op het eiland. Zo kunnen we nu tenminste een gastenvlag en twee ijsjes kopen. Naast plezierjachten maken ook visserschepen gebruik van de haven. In een hoek staat een kleine fabriek die ijs produceert. Niet om op te eten maar geleverd per vrachtwagen of direct aan boord. De vis wordt er mee gekoeld.

Zweeds scheren
Zweedse scherenIn Björkö vinden we ook een kaartenmap die het grootste deel van de trip naar Noorwegen omvat. De kaarten die we bij ons hebben blijken een wel erg grote schaal te hebben voor dit gebied. Voor het zeilen in het scherengebied, met wel 2.000 eilanden en eilandjes en ontelbare rotsen erbij, hebben we wat meer detail nodig. Het blijkt een bijzonder waardevolle investering te zijn. De belangrijkste doorgaande routes staan duidelijk aangegeven met de diepte erbij. In het begin blijven we angstvallig op die grote routes. Maar later blijken er vaak meer wegen naar hetzelfde doel te gaan. Zo is bij slecht weer meestal open zee te vermijden, al is het varen door die muizengaatjes soms toch ook erg spannend. Ook is het gevoel voor diepte vaak niet normaal. Als de dieptemeter, die nu altijd aan staat, oploopt van 40 naar 10 meter dan krijgen we het al benauwd. In Nederland vinden we binnenwater van 4 meter al een mooie diepte.

Het scherengebied tussen Götenborg en de Noorse grens is schitterend. Het is een aparte wereld: al die eilandjes met door vroegere gletsjers glad gemaakte rotsen. Soms zijn ze begroeid met wat heide, maar eigenlijk nooit met bomen. Het is ook een mooi gebied om te varen. Het is vaak verrassend om achter elk eilandje weer een zeilboot te voorschijn zien te komen. En op veel plaatsen is te kiezen tussen een route binnendoor in beschut water of open zee van het Skagerak. We willen hier nog wel eens een keer naar terug.

Oslo
De afstand van Björkö tot Oslo hebben we in vier lange dagtochten afgelegd. Daarbij hebben we één dag verwaaid gelegen. Ons abonnement op noordenwind bleek jammer genoeg nog steeds niet verlopen. We hebben dus het grootste deel niet kunnen zeilen. Ook de lange termijn verwachtingen lieten zien dat de wind geen andere plannen had. Vandaar dat we maar gekozen hebben voor het ‘ijzeren zeil’. In Oslo aangekomen voelen we een grote voldoening dat we nu toch één van de doelen hebben gehaald. Dit ondanks het tegenvallende weer en de technische problemen. En die blijken nog steeds niet voorbij.

In Saeby dachten we optimistisch dat we de roerproblemen achter ons hadden gelaten. Mooi niet dus. De laatste dagen is er weer een flinke kracht nodig om het roer te draaien. Dit ondanks de dagelijkse smeerbeurten. Wij als roergangers krijgen pijn in de armen en de stuurautomaat vertikt het weer helemaal. Wat is hier nu toch de oorzaak van? We zetten alle zaken nog eens op een rijtje en roepen via e-mail de raad in van vriend Graham. Mogelijk dat die weet hoe zo een lager in elkaar zit en waar we moeten zoeken. Ook de werf krijgt een dergelijk verzoek. We krijgen het advies om op de ingeslagen weg door te blijven gaan, om zo alle oude vet resten weg te krijgen. We nemen ons voor om zoveel mogelijk te gaan zeilen. Dat heeft tenslotte de verbetering gegeven.

Op advies van meerdere kanten kiezen we uit de vele jachthavens van Oslo de Kongelig Norsk Seilforening. We merken evenwel dat de vakanties afgelopen zijn, want gastenplaatsen zijn er nauwelijks. En voor de Swalker blijkt er eigenlijk geen plaats, we hebben op vijf plaatsen gelegen. Toch is het wel een belevenis. Wanneer de havenmeester ’s-avonds een praatje komt maken horen we, waarom er bij de ligplaats tegenover ons twee rode lopers zijn aangebracht. Het is de plaats waar de koninklijke familie aan wal placht te stappen. Deze hebben aan een aparte steiger een paar boten liggen. Nu ligt er alleen een uit de kluiten gewassen motorjacht. Als enige in Noorwegen mogen de leden van de vereniging achter op hun schip een speciale vlag voeren. Het spreekt voor zich dat dit erg gewild is. Ligplaatsen zijn duur en nauwelijks te bemachtigen. Maar volgens de havenmeester kun je ook lid zonder ligplaats worden en dan heb je hem ook te pakken. Als je na een jaartje het lidmaatschap weer opzegt, hoef je de vlag niet in te leveren. We zijn erg veel van die vlaggen tegengekomen onderweg.

Het grootste voordeel van de haven is evenwel dat het centrum van Oslo redelijk goed bereikbaar is. We halen de fietsen uit de machinekamer en bezoeken zo het Vigelandspark (nog steeds indrukwekkend), het Vikingsmuseum (bootjes kijken, maar met een lange historie) en het centrum van de stad.

Het Oslo fjord
Na een aantal dagen hebben we de grote stad wel weer gezien. We gaan maar weer eens op pad. Oslo ligt aan het einde van, hoe kan het ook anders, het Oslo fjord. Het is niet te vergelijken met de fjorden van de westkust. Het is meer een zeearm met aan weerszijden een glooiende kust met bossen en af en toe een plaats, soms met veel industrie. Op het meest noordelijke punt ligt Oslo.

We vinden de westelijke fjorden veel mooier. Maar op de weg terug naar het zuiden komen we toch op een paar leuke plaatsen. We proberen aan de hand van de pilot geschikte ankerplaatsen te zoeken voor de overnachting. Soms is dat achter een laag eilandje met weinig beschutting, maar soms liggen we ook volledig omsloten tussen rotsen en bossen. Zo vinden we een prachtige ankerplek in de Hankøsundet, het water tussen het eiland Hankø en de vaste wal. Het is er bijzonder stil, en dat op nog geen mijl van het belangrijkste regatta centrum van Noorwegen, volgens de boeken. Soms moet je ook wat geluk hebben om zoiets te vinden. Een andere keer komen we in een baai waar het vol ligt met (verlaten) ankerboeien. Omdat we niet weten of ons anker niet vast zal komen te zitten in kettingen of ander onderwater obstakels zoeken we de grootste ankerboei uit en maken daaraan vast. Eerlijk gezegd voelden we ons toch niet zo veilig. Later hoorden we dat in het algemeen de ankerboeien berekend zijn voor schepen tot 8 ton. Dan is die 20 ton van de Swalker wel een beetje teveel. Maar we hebben toch een ongestoorde nachtrust gehad.

Frederikstad
Frederikstad is de laatste plaats die we in Noorwegen zullen aandoen. De omgeving begint weer een beetje te lijken op de mooie scherenkust van Zweden. Het is een kunst om je weg te zoeken tussen al die eilandjes door. De papieren kaart biedt dan wel houvast, maar we kijken toch ook vaak even op de elektronische kaart die gekoppeld aan het GPS systeem ook nog vertelt waar we precies uithangen. Boeien liggen er alleen op plaatsen waar die echt nodig zijn en zijn pas van dichtbij te herkennen. Daarnaast zijn er bakens op het land, lichttorentjes maar soms ook alleen een paal met een sectorlicht erop. Al die markeringen maken het varen boeiend maar ook inspannend.

In Frederikstad ligt een bunkerschip met goedkope diesel, zo lazen we. Dus daar hebben we de tank van de Swalker maar weer eens vol laten lopen. Het bunkerschip ligt voor een jachthaven en er naast was een mooi plaatsje vrij voor de Swalker. De baas van het bunkerschip vond het geen probleem, maar toen we goed en wel lagen kwam iemand van de jachthaven ons vertellen dat de eigenaar van die plaats weer terug zou komen. Omdat er verder in de haven geen geschikte plaats was, maar men ons ook niet meer weg wilde sturen, kregen we een ligplaats onder de kraan van de haven. Het paste allemaal precies en iedereen was weer tevreden.

De plaats zelf viel erg tegen. Het centrum was ongezellig met veel leegstaande winkels. Alleen langs de rivier waren wat eetgelegenheden, maar toch ontbrak naar ons idee het juiste sfeertje. Toen we echter in de supermarkt voor een habbekrats verse reker vonden, was onze dag weer helemaal goed. We hebben ze meegenomen aan boord en daar de Noorse garnalen op inheemse manier gegeten: stuk voor stuk pellen en dan dopen in citroen mayonaise. Heerlijk!

Ankeren
Terug in Zweden blijkt het vinden van een goede ankerplaats zonder een geschikte pilot toch een lastige zaak. We hebben dan wel een gids met alle jachthavens van Zweden, die plaats hebben voor gasten, maar we willen toch ook graag regelmatig de nacht voor anker doorbrengen. Bij Strömstad lijken we in alle hoeken en gaten, maar vinden geen geschikte plaats en komen toch uiteindelijk in de jachthaven terecht. De volgende dag zien we voor het eiland Nord-Koster een aantal jachten voor anker in een baai en vinden daar een goed plekje voor de nacht. Na een ruwe tocht met harde tegenwind komen we daarna in de buurt van Havstenssund en zien daar een Noors jacht voor anker gaan. Er liggen al twee andere schepen aan een ankerboei. Hoewel het er niet ruim is, is de bodem er redelijk vlak. We gaan voor anker, trekken er nog eens aan en zijn weer tevreden met het gevonden plekje. Voor de zekerheid activeren we het ankeralarm, want om ons heen zijn alleen maar rotsen. Voorgevoel? Hoe dan ook, om 6 uur in de ochtend worden we wakker van het alarm. Het is gelukkig al wat licht en wanneer we om ons heen kijken zien we de andere schepen op een andere plaats liggen. Nee! We zijn zelf flink van onze plaats af en koersen recht op de rotsen af. Snel de motor gestart, het anker ingehaald, teruggevaren en opnieuw het anker uit. Nu we serieus aan het anker trekken leggen we weer dezelfde afstand af. Dan maar het anker ophalen, samen met grote bossen zeegras. Dit maakt de zaak wel duidelijk. We besluiten om in alle vroegte de eerstvolgende haven op te zoeken. Een uurtje later liggen we weer onder het dekbed, maar nu met voldoende lijnen naar de vaste steiger van Havstessund.

Fjällbacka
We zijn vandaag aan de wal blijven liggen. Niet omdat het te hard waait. Ook niet omdat we pech hebben. Alleen maar om eens wat anders te doen dan onderweg te zijn. Hebben we eindelijk het ritme van een vertrekker te pakken?

FlallbackaFjällbacka is een klein dorpje tussen Oslo en Göteborg. Toen het tussen de scheren door zichtbaar werd, zag het er als een reclameplaatje uit: ingeklemd tussen rotsen, rode houten huisjes aan het water en de kerk boven alles uitstekend. Het blijkt een toeristische trekpleister te zijn. Naast een paar eetgelegenheden met terras, souvenirwinkel en kiosken zijn er ook een bank en een supermarkt. Bij de bakker bestelt Tineke twee lekkere appelkoeken voor bij de koffie. Tot haar verbazing wordt er een mooi bedrukte gebaksdoos gehaald, de appelkoeken er netjes in gedaan en tot slot een grote strik om het geheel gedaan. En dat allemaal voor (omgerekend) iets meer dan 2 euro. De appelkoeken smaakten zoals verwacht heerlijk.

Tegenover de haven zien we een op een grasveldje met rozen een buste staan van Ingrid Bergman. Bij het toeristenbureau vertelt men dat zij sinds 1958 ieder jaar met haar familie op vakantie kwam op het eilandje Dannholmen bij Fjällbacka. Blijkbaar was dat ver genoeg weg van film studio’s en toneel. Na haar overlijden is het standbeeld geplaatst met het gezicht richting Dannholmen.

In andere havens liggen we soms al alleen of met zijn tweeën. Maar hier is het nog gezellig druk met Noorse en Zweedse watersporters. En die ene Hollandse boot, natuurlijk.

Lysekil
Zo zakken we langzamerhand via de Zweedse scheren weer naar het zuiden. Iedere nacht op een andere plaats. Meestal kijken we rond een uur of vier welke havens of ankerplaatsen in de buurt geschikt voor ons zijn. Lysekil hebben we echter bewust uitgekozen. De weersberichten voorspellen de eerste herfststorm. Dus kiezen we voor een wat grotere plaats (kun je nog eens op stap) met een voor die wind beschutte haven. De vissershaven dus. We kiezen, wijs geworden door de ervaring, voor een plekje langszij een steiger. Wanneer een andere boot een eindje opschuift hebben we allemaal voldoende ruimte. De volgende dag horen we via Stockholm Radio een waarschuwing voor verhoging van het water met 80 cm. In een gebied zonder getij kijken we nu even anders naar die vaste steiger waar we aan liggen. Volgens onze inschatting zou het geen problemen moeten opleveren. We zetten nog een extra lijn naar de wal en gaan daarna slapen terwijl buiten de wind tekeer gaat. Als het morgen weer wat rustiger is gaan we weer op pad. Met een beetje geluk moeten we in twee dagtochten Götenborg bereikt hebben. En anders maar een dag langer. Want het roer doet het al een paar dagen goed. Zou het probleem nu werkelijk de wereld uit zijn?