Göteborg (31-8)
Tegen het centrum van Göteborg, van zee uit gezien even verder als de veerhaven van de Stena Line, is een passantenhaven voor plezierjachten. We kregen van andere zeilers het advies om deze maar te mijden. Erg onrustig door veer- en rondvaartboten, klein en daardoor vaak overvol. Niet aanlokkelijk om daar met de Swalker te moeten manoeuvreren. Daarom kiezen we een jachthaven in een voorstad.

We vinden een vrije box waar we in passen; één van de weinige. Ook hier zijn de vakanties al een tijdje voorbij. Net als in Oslo is het een koninklijke vereniging. Het wedstrijdzeilen is er erg belangrijk. Op een doordeweekse avond zijn er voor wel zes klassen wedstrijden, van kleine lasers tot kapitale wedstrijdjachten. Om zes uur is het een complete uittocht, om negen uur andersom. Passanten zijn welkom als er een box leeg is. Voor hen zijn er nauwelijks faciliteiten. Zo vinden we maar 2 toiletten en twee doucheruimtes op naar schatting 500 schepen. Gratis, dat wel.

GöteborgNa een tramreis van 30 minuten zitten we in hartje Göteborg. Een mooie stad met veel historische gebouwen, goed onderhouden. Daartussen ook veel groen in diverse parken. Veel te zien op loopafstand van elkaar. In de buurt van haven zien we een kerkgebouw. Als we dichterbij komen blijkt het echter een voormalige vismijn te zijn, die nu in gebruik is als overdekte vismarkt. Dat we niet de enige zijn, blijkt uit de bijnaam van het gebouw: de viskerk. In een andere overdekte markt vinden we naast stalletjes met groente, fruit en vis ook veel gelegenheden om een hapje te eten. We kiezen er één uit en krijgen er een prima lunch.

De volgende dag is het weer van slag: de hele dag motregen. Een dag om eens te kijken, wat het Göteborgs Konstmuseum te bieden heeft. Dat valt wat tegen. Er zijn enkele heel mooie beelden en schilderijen, maar ook veel dingen die ons niet aanspreken. Het museum zelf is een doolhof. Weer terug aan boord zien we dat we zelfs een complete afdeling met Franse impressionisten gemist hebben. Die hadden we nou best wel willen zien!

Falkenberg (4-9)
De scherenkust stopt even ten zuiden van Göteborg. Jammer, want het was een schitterend gebied, waar we best nog eens een tijdje naar toe willen gaan. Nu komen we in een gebied met een heuvelachtige kust met enkele forse baaien. We zien een groene kust afgewisseld met vissershaventjes en een aantal industriesteden. Niet elke haven heeft voldoende diepgang voor ons, toch vinden we altijd wel een geschikte haven op een dagtocht afstand.

Het vaarseizoen is hier duidelijk voorbij. Behalve in de weekends zien we onderweg maar weinig andere plezierjachten en in de havens is er vaak ook geen havenmeester. Zo niet in Falkenberg. De pilot meldt dat de haven is gelegen in een weinig aantrekkelijk industriegebied. Inderdaad, aan de ene zijde van de rivier staan grote silo’s van een graanfabriek, aan de andere oever is de jachthaven. Maar hier staat ons een verassing te wachten. We worden ontvangen door twee havenmeesters, duidelijk herkenbaar door een fluorescerend hesje. Ze komen niet alleen het havengeld innen, maar vertellen uitgebreid waar de supermarkt is, geven voor de zekerheid een plattegrond van de stad en bieden 2 fietsen te leen aan. De sleutels mogen we morgen in de brievenbus doen. Als laatste krijgen we de toegangscode van het clubhuis, die een TV kamer voor gasten heeft. Je begrijpt bijna niet waarom er maar twee passanten liggen. Voor ons is het de meest gastvrije haven van Zweden!

Helsingborg (7-9)
De afgelopen tijd hebben we iedere dag wel een stuk gevaren. Vaak liggen we in een kleine vissershaven of jachthaven. Indien mogelijk zoeken we een ankerplaats op, maar die zijn hier niet dik gezaaid. Over de wind hebben we niet te klagen. Hij blijft keurig in de juiste hoek, zodat we veel kunnen zeilen. De laatste dag draait de wind bij de aanloop van de Sont zelfs met ons mee om de hoek van een landtong, zodat we na een koersverandering van 90° toch halve wind blijven houden.

Hier in Helsingborg zijn we weer in een grote stad met een moderne jachthaven aanbeland. Ook de omgeving is aangepakt door projectontwikkelaars. Oude pakhuizen hebben plaats gemaakt voor fraaie appartementen met uizicht op de Sont. Eén van bewoners heeft een verrekijker op een driepoot voor het raam staan. Tot laat in de avond en vroeg in de morgen staat hij uitgebreid te kijken. Even denken we dat wij het doelwit zijn, maar het blijkt dat achter ons een groot cruise schip voor anker is gegaan. Met tenders worden de gasten naar wal gebracht. Trompetten, trommels en majorettes staan om 9 uur in de ochtend gereed om deze te begroeten. In begin klinkt het niet altijd even zuiver, maar wat wil je ook op dat uur van de dag. Daarna worden ze in bussen geladen of marcheren achter een gids met klaar-over bord de stad door. Als wij een paar uur later wegvaren, gaan ook de eerste gasten weer terug naar het cruise schip. Die hebben Zweden al weer gezien, veronderstellen we.

København (8-9)
Jaren geleden waren we ook met een boot in København. We kozen toen voor een jachthaven buiten de stad en waren met de bus toch in een half uurtje in het centrum. Nu willen we wel eens kijken of we dichterbij het centrum een plaatsje kunnen vinden. De keuze valt op een jachthaven naast het beeldje van de kleine zeemeermin aan de Langelinie. Om daar te komen, moeten we de hoofdgeul volgen. Dat denken we tenminste. Op het laatste moment zien we achter een paar struiken op een strekdam een bord, dat aangeeft dat de pleziervaart een andere, kleinere geul verplicht moet gebruiken. Een mijl verder zien we inderdaad een mooi houten scheepje ons voor gaan naar binnen. En wanneer we even later een cruise schip door de hoofdgeul naar binnen zien gaan, vinden we die ook wel erg smal.

KøbenhavnDe jachthaven op Langelinie blijkt een ronde haven, waar ieder schip de boeg aan de wal en het achterschip aan een boei vastmaakt. Hoewel er best forse schepen liggen, vragen we ons af of dit voor ons wel geschikt is. Al vaker hebben we gemerkt dat schepen, met een gewicht van boven de 8 ton, geen gebruik mogen maken van dit soort boeien. En wij wegen er ruim 20. We wagen het er maar niet op en gaan snel achter het houten scheepje aan die verder naar het centrum is gevaren. De vriendelijke Denen weten wel een alternatief en varen ons voor naar stadsdeel Christianshavn.

Dit is een schot in de roos. Het centrum van København ligt op een kwartiertje lopen. We liggen in een gracht die direct aan Amsterdam doet denken, compleet met bomen, geparkeerde auto’s en rondvaartboten. Niet zo vreemd, als je weet dat de ontwerper hiervan zich in de vijftiende eeuw liet inspireren door o.a. de Amsterdamse grachtengordel. In de gracht liggen zeiljachten, motorboten, vissersboten en kleine schepen van de beroepsvaart. Een aantal ervan worden duidelijk permanent bewoond. Op de een of andere wijze voelen we ons er best thuis en spelen zelfs even met de gedachte om er te overwinteren. Iedere dag lopen we naar het centrum, maken wandelingen met een gids in de hand en komen op verrassende plaatsen. Maar op een gegeven moment zijn we verzadigd van stad en cultuur en trekt het water weer.

Dragør (13-9)
Als de weersberichten een mooie halve wind voorspellen, vertrekken we uit Kobenhavn. Dit keer via de goede doorgang. Op ruim water blijkt er echter nauwelijks wind te staan. Het is al een paar uur later als de wind opsteekt en zelfs flink gaat toenemen, maar ditmaal recht van voren. Dat was pas voor de volgende dag voorspeld. We hebben niet zoveel zin om er urenlang tegenin te gaan boksen. De haven van Dragør dichtbij, dus gaan we daar maar eens kijken. We hebben tenslotte de tijd.

Ook hier zijn andere Hollanders ons voor geweest. Een paar jaar geleden was het een grote groep Hollandse platbodems. Het heeft een grote indruk achtergelaten bij de havenmeester, want hij haalt een fotoboek te voorschijn en vertelt uitgebreid over de ontvangst. Een tijdje daarvoor, rond 1520, hebben op verzoek van de toenmalige Deense koning een groep Nederlandse kolonisten zich in de buurt gevestigd. Ze moesten er de bollenteelt en tuinbouw op gang brengen. De havenmeester liet nog wel fijntjes weten, dat de oorspronkelijke Deense bewoners destijds wel moesten wijken. Nu is het een museumstadje. De oude stadkern is nog origineel met nauwe straatjes, gele houten huizen en stokrozen. En op de deuren soms nog echt Hollandse familienamen. In de winkelstraat heeft de slijter een steekkar met aantal kratten bier voor de winkel klaar staan. Terug in de jachthaven zien we de reden hiervan. Een Zweeds jacht komt binnen, laadt de inhoud van de steekkar in en vertrekt weer na een uurtje. Even later staat de steekkar weer gevuld voor de winkel. Het smokkelen zit iedereen nog steeds in het bloed. Noren halen drank in Zweden, Zweden halen het in Denemarken en Denen in Duitsland. En wij? Wees gerust; we zijn niets te kort gekomen deze reis.

Klintholm (17-9)
Bij het vertrek gisteren uit Dragør was er een redelijke wind voorspeld. We maken matige voortgang, maar er staat nog een vervelende deining vanuit het noordoosten achterop. De windvaan stuurautomaat kan hier niet mee uit de voeten, dus sturen we maar zelf. In de buurt van het Stevns Klint horen we af en toe een dof kloppend geluid. Het is in de machinekamer het duidelijkst te horen. Gaat de schroefas sneller draaien, dan treedt het op. Iets in de schroef? Is er ergens iets los? We proberen de oorzaak op te sporen, maar het blijft een raadsel. We zijn in de buurt van een haven die goed aan te lopen is. We starten de motor om meer duidelijkheid te krijgen. Zijn er problemen, dan weten we dat het liefst zo snel mogelijk. Met de schroef in werking werkt alles zoals het moet. Dat valt dus mee en we besluiten om door te varen. De zee wordt wel erg verward nu ook nog een grotere deining vanuit het zuidoosten komt. Hierdoor komt ons doel op lagerwal te liggen op een ondiepe kust. We zien af van dit binnendoortje en blijven op diep water door te kiezen voor Klintholm op het eiland Møn. Vanmorgen hebben we de schroef vanaf de wal bekeken, gedraaid, gevoeld, maar we vinden geen afwijkende zaken. We gaan verder en blijven alert.

Jaren geleden zijn we ook in Klintholm geweest. Wat we nu vinden is een tegenovergestelde van toen. Toen een overvolle gezellige puinhoop van vissers en plezierjachten. Nu een nieuwe, nagenoeg lege haven. Een recreatieobject met vakantiewoningen en ligplaatsen. We gaan gauw verder.

Stubbekøbing Stubbekøbing (18-9)
Op weg hiernaartoe niets meer gehoord van het bonkende geluid. Houden zo. Onderweg ontvangen we de lange termijn weerberichten die voor de komende dagen harde wind voorspellen. We besluiten om niet de zuidkant van Denemarken aan te houden, maar in de beschutting tussen de eilanden Møn en Falster onze weg naar het westen te zoeken. De omgeving is opnieuw duidelijk veranderd. Op de wal stukken bos, afgewisseld met glooiende velden waar het koren op heeft gestaan. Typisch Deens landschap, zo vinden wij.

Omdat de jachthaven van Stubbekøbing geen geschikte ligplaats heeft, liggen we in de werkhaven bij vissers en een zandzuiger. De zandoverslag op de kade is versierd met een grote vogel. De reden wordt ons niet duidelijk. De cafetaria tegenover ons verkoopt ijs, pølser (worstjes), en gebraden kippen. De hele dag is er klandizie, het moet een goudmijn zijn. Als wij er een ijsje halen zien we, dat alles er erg netjes en schoon uitziet. Zo doe je dat, dus.

Het stadje zelf stelt niet veel voor. Een kerk, een winkelstraat en wat huizen er omheen. Er is weinig te beleven. Omdat er slecht weer is voorspeld, blijven we er toch nog een dagje liggen. We hebben tenslotte geen haast, is het niet? Wel geeft het de gelegenheid om eens de verdere plannen voor de komende tijd door te nemen.

We willen ergens in Nederland de winter doorbrengen. Liefst in een haven waar winkelvoorzieningen en openbaar vervoer op loopafstand liggen. Een paar watersportbedrijven in de buurt maken het helemaal ideaal. Winterplaatsen worden meestal vanaf 1 november verhuurd. We verwachten dat het zeker een paar weken zal kosten om die te vinden. Ook willen we graag op de terugweg Friesland nog even aandoen. Het is al weer lang geleden dat we er per boot geweest zijn. Dit is allemaal mogelijk als we uiterlijk begin oktober terug in Nederland zijn. Het traject wat nog voor ons ligt, is met dagtochten in ongeveer een week te varen. Maar de herfst komt er aan en we houden er rekening mee dat we best nog een aantal dagen en misschien zelfs weken verwaaid komen te liggen. Vooral de Duitse Bocht kan bij aanhoudende westenwinden voor nogal wat vertraging zorgen. En een weg binnendoor is er voor ons niet. We besluiten om vanaf nu iedere dag, die goed zeilweer biedt, te benutten om richting Nederland te gaan.

Kiel Holtenau (20-9)
Dat is snel gegaan! We liggen na twee dagen al aan het begin van het Noord-Oostzee kanaal. Het was de afgelopen dagen prachtig mooi weer. Veel zon en eigenlijk net iets te weinig wind. Gisteravond hebben we vastgemaakt aan de wachtsteiger met nog een ander zeiljacht. Verder liggen er een aantal schepen van de Hollandse bruine vloot. Blijkbaar ook op de terugweg.

Vanmorgen om zeven uur werden we gewekt door de havenmeester om het (bescheiden) havengeld te voldoen. Omdat we toch wakker zijn willen we gereed maken voor vertrek. Maar het blijkt potdicht te zitten van de mist. En dan mag geen plezierjacht de sluis in, zo horen we over de marifoon. Inmiddels is het tien uur en het zicht is al beter geworden. Toch mogen we nog niet naar binnen omdat er verderop op het kanaal nog mist zit.

In de loop van de nacht en ochtend zijn er ook meer schepen aangekomen. Achter ons ligt een splinternieuw Nederlands zeilschip, 3 maanden oud, wat op weg is van een tentoonstelling in Oslo naar Hamburg. De bemanning maakt van de gelegenheid gebruik om de kiel te gaan inspecteren. Ze hebben onderweg een rots geraakt bij een navigatiefoutje in de Zweedse scheren. Eén van hen duikt met duikbril en snorkel naar beneden en ziet behalve een deuk geen echte problemen. Nog even gebruik gemaakt van dat kristalheldere water van de Oostzee. We zien duidelijk de stenen op de bodem, zo’n drie meter diep.

Vlieland (23-9)
Het is niet te geloven! Vier dagen geleden lagen we nog nagenoeg alleen in een jachthaventje aan de Deense Grote Belt en nu liggen we vier dik aan een steiger in de jachthaven van Vlieland. Geen enkele dag verwaaid gelegen, zelfs een ideaal windje uit het zuidoosten op weg hiernaartoe. Op deze manier kun je volgens het spoorboekje gaan zeilen.

Hoe zijn we hier gekomen? Toen we uiteindelijk uit Kiel mochten vertrekken, bleek Brunsbüttel aan de andere kant van het kanaal nog net voor sluitingstijd haalbaar. Pleziervaart is op het Noord-Oostzee kanaal na zonsondergang verboden. Toch was het al donker toen we een plaatsje voor de nacht vonden. De weersvoorspelling voor de volgende dag gaf opnieuw frühnebelfelder. We zoeken de getijde tabellen maar weer eens op en zien dat de ideale vertrektijd rond vijf uur ligt. Dat wordt lastig. De Elbe in het donker in de mist uitvaren is voor ons geen optie. Laat in de middag vertrekken dan? Ook in dat geval zitten we nog lang in het donker op de Elbe. We gaan eerst maar eens slapen.

De volgende ochtend worden we om zeven uur wakker en zien in het eerste ochtendlicht, dat het helemaal niet mistig is. Dat is niet zo handig van ons! Wegwezen dus. Om half acht liggen we buiten de sluis op de Elbe, hebben ontbeten, schip gecontroleerd, weerberichten gelezen en snel een routeplanning gemaakt. Als alles meezit hebben we de stroom mee tot een paar mijl voor de uiterton. En dat blijkt gelukkig te kloppen. Met soms snelheden over de grond van ruim 10 knopen zijn we blij deze stroom niet tegen te hebben.

De rest van de reis is afwisselend zeilen of motorzeilen. Onder zeil werkt de windvaanbesturing goed als er voldoende wind staat. De elektrische stuurautomaat bakt er helemaal niets van omdat het staal van de romp te dichtbij is. De oplossing zoeken we wel tijdens de winterstop. Het roer draait nog steeds licht, deze problemen zijn gelukkig voorbij. Op deze manier is een nachtje doorvaren geen enkel probleem. We komen in goede conditie op Vlieland aan.

 Door het prachtige nazomerweer zijn we vroeger dan gedacht terug in Nederland. Kan gebeuren. Nu hebben we alle tijd om langzaam naar het zuiden van Nederland af te zakken, ondertussen speurend naar een mooie winterplek. We hebben een lijst met klussen en klusjes, die ons de komende tijd bezig zal houden. En natuurlijk nemen we de gelegenheid te baat om bezoeken af te leggen en bezoek te ontvangen. En vooral: de kinderen en kleinkinderen weer te zien na drie maanden. We hebben weer een agenda nodig om te plannen. Willen we dat eigenlijk wel?