Vlieland (1-5)

De harde wind komt zoals voorspeld, dus blijven we een dagje langer op Vlieland. Geen straf, maar als het de hele dag ook nog regent, is het evenmin een groot genoegen. In de loop van de dag komen er nog enkele jachten vanaf de vaste wal. Op een gegeven moment zien we aan de steiger tegenover ons de Primavera uit Muiderberg liggen. De Primavera?

Het zijn inderdaad Vera en Leo, die we vorig jaar in Norderney troffen. Wij waren toen op de heenweg en zij op de terugweg van Scandinavië. We hebben er nog geen 24 uur samen gelegen en nog geen kwartier met elkaar gesproken, maar wel onze e-mail adressen uitgewisseld. Sindsdien houden we elkaar regelmatig op de hoogte van onze belevenissen op het water. En ineens liggen we weer samen in dezelfde haven. Ditmaal gaan we even buurten en bespreken de plannen voor de komende zomer: wij noordwaarts en zij zuidwaarts. Maar wie weet liggen we plotseling weer aan dezelfde steiger.

De volgende ochtend is de wind weer gekalmeerd en vertrekken we in alle vroegte.

 Brunsbüttel (3-5)

BrunsbüttelVoor de reis door de Duitse Bocht nemen we graag de tijd om een geschikt moment te kiezen. Tussen Vlieland en de Elbe zijn er maar weinig mogelijkheden om bij weersverslechtering een schuilplaats te gaan zoeken. Deze keer hebben we echter te weinig wind en als die er wel is, ook nog van voren. Wanneer we tegen zonsondergang in de buurt van Norderney komen, hebben we genoeg van het motorgeluid. We denken voor donker nog net door één van de twee geulen naar binnen te kunnen. We kijken nog gauw even naar het getij en het blijkt een uur voor laag water te zijn. Dat is lastig. We weten dat vooral de westelijke aanloopgeul nogal eens verzandt. Vanwege het late tijdstip gokken we er toch maar op dat we er door kunnen, maar dat gaat mis. Op de drempel, op nog geen halve mijl van diep water raken we de grond. De stroom, die dwars op de geul staat, is gelukkig niet erg sterk meer en met flink wat motorkracht lukt het ons weer in dieper water te komen. Dat is een opluchting! We gaan door de geul weer terug naar buiten, maar vinden het nu te laat om in het duister in de andere geul op avontuur te gaan. We besluiten om door te zetten richting de Elbe en maken het schip en onszelf klaar voor de nacht. Heel langzaam komt er meer wind, die ook nog iets naar het zuiden draait. Nu kunnen we zeilen en redelijk grote slagen maken tussen de eilanden en de grote scheepvaartroute naar Bremen en Hamburg. Ook hoeven we zelf niet meer te sturen, de windvaanstuurinrichting kan het nu overnemen. In de loop van de ochtend zitten we al in de buurt van de aanloopton van de Elbe. Uren te vroeg om deze op te varen, omdat er nu nog een flinke tegenstroom staat. Ankeren zien we hier niet zitten, dus zeilen we nog maar eens een eindje op en neer. Aan het eind van de middag komen we tenslotte in Brunsbüttel aan, waar we een plaatsje vinden naast een groot Duits jacht. De schipperse vindt het maar niks, maar een andere keuze is er ook niet.

Brunsbüttel heeft het Kielerkanaal als trekpleister. Er is een expositie en de hele dag door is er bij het sluizencomplex wel iets te zien. De biergarten is er dan ook vroeg open. Op een tweehonderd meter van de jachthaven staat een Aldi en de andere winkels liggen niet ver daar achter. Een ideale plaats dus om de voorraden weer eens aan te vullen. Zo te zien vinden meer bemanningen dat; er wordt druk gesjouwd met zware tassen. Ons boodschappenkarretje gaat ook bijna door zijn wielen. Het is schitterend weer. Wij zitten te puffen in onze winterkleding, dus gaan we op zoek naar de zomerspullen. We durven nog niet alles om te ruilen, maar een deel ervan komt onder handbereik. Laat nu de zomer maar komen.

Lübeck (11-5)

Na een stop in Rendsburg, halverwege het Kielerkanaal, blijven we een aantal dagen in Kiel. We wachten op en gunstige wind. Bij gunstig weer varen we en anders bekijken we de omgeving en doen een beetje onderhoud. We hebben tenslotte de tijd. In Kiel Holtenau blijkt een flinke vloot Nederlandse charterschepen zijn zomerse thuishaven te hebben. Het seizoen staat te beginnen, want de één na de ander komt binnen. Ook ontmoeten we nog een paar Nederlandse jachten, die op weg zijn naar Denemarken en Zweden. Zodra we vanuit Kiel naar het oosten vertrekken, is dat ineens voorbij. We zien bijna uitsluitend jachten met mannelijke bemanningen en geen Nederlandse vlag meer. Het is natuurlijk ook nog vroeg in het seizoen. Op de Navtex zien we Zweedse navigatieberichten verschijnen. Onder het kopje ICE REPORT staat vermeld dat het in de Botnische en Finse golf nog steeds winter is. Er ligt tussen de eilanden nog 20 tot 50 cm vast ijs en de watertemperatuur is er -2º C. Ten overvloede meldt men nog dat schepen die niet goedgekeurd zijn voor het varen door ijs, geen hulp van ijsbrekers kunnen verwachten. De Swalker is daar dus nog niet welkom.

LübeckHier in Lübeck is het echter al bijna zomer. Door het koude water en de warme lucht is op zee het zicht vaak slecht. Maar hier liggen we midden in de stad met een strakblauwe lucht. We willen wel eens een paar van die Hanzesteden aan de Oostzee bezoeken, en dit is de eerste. Hoewel de pilot aangeeft dat er slechts een ligplaats aan een kade is, vinden we een splinternieuwe drijvende steiger. Sinds vorig jaar geplaatst, volgens de havenmeester. Je loopt er nu zo de binnenstad in, waar je bijna struikelt over het welvarende verleden. Veel ervan is na de verwoestende bombardementen van de Tweede Wereldoorlog opnieuw opgebouwd en gerestaureerd. De gebouwen zijn vaak opgebouwd met baksteen, zo ook de gotische kerk St. Marien en het naastgelegen Rathaus. Heel apart om zo van afstand al die rood stenen torens te zien. En natuurlijk ook hier, hoe hoger, hoe mooier. In de St.Jakobi kerk staat een reddingssloep, afkomstig van de viermastbark "Pamir". Die is in 1957 vergaan en de sloep ligt er als blijvende herinnering.

Er is meer te zien dan onze benen kunnen verdragen. We komen terug bij de Swalker, die we op verzoek van de havenmeester aan een andere kade hebben gelegd. Er hebben die dag filmopnames plaatsgevonden in de jachthaven. Een deel van de steiger is afgebroken, en aan het eind is met een grote kraan een auto gezet. Ja echt: een rode Lexus! De hele dag is men bezig met het plaatsen, het poetsen, wachten op de zon en het verwijderen van drijvend vuil uit het water. En dat allemaal voor nog geen minuut film van een auto, op een steiger met op de achtergrond een zeil- en een motorboot. Er is een complete filmset opgezet. Er lopen meer dan twintig mensen rond, inclusief catering en het Rode Kruis. Eerlijk gezegd snappen we hier niets van. Maar misschien beginnen we door ons nieuwe leven bepaalde zaken door een andere bril te bezien. De havenmeester heeft een verassing: omdat we een dag lang niet aan de steiger konden liggen krijgen we een gratis extra overnachting.

Wismar (13-5)

Het is maar één dag zeilen van Lübeck naar Wismar, en nog niet eens een lange. Maar op de een of de andere manier hebben we het idee dat we in een heel ander gebied terechtkomen. Dat merken we als we de stad in gaan. De winkels zien er anders uit, net als de huizen. Het is er grijzer. Pas dan realiseren we ons dat we de vroegere grens van Oost-Duitsland zijn gepasseerd. En dat merk je direct. Wismar is ook een Hanzestad en natuurlijk ze trots er op. Hier en daar staat een mooi gerestaureerd gebouw, maar soms ook alleen maar een oude gevel, die dankzij de hulp van stalen balken nog overeind blijft staan. Wat moet er moet nog gigantisch veel gebeuren. Dat het verschil met het westen nu nog zo groot zou zijn, hadden we niet verwacht. Ook in andere steden verder langs de kust zien we vaak hetzelfde beeld.

WismarIn Wismar liggen we gezellig in de vissershaven. Het is zaterdag en de toeristen slenteren langs de kraampjes op wal en de vissersboten in de haven. Overal ruikt het naar rook en vis. Bij de één hebben we gerookte Noorse garnalen gekocht. Die smaakten zo verschrikkelijk lekker, dat we daarna bij de andere buurman gerookte makreel hebben gehaald. Om af te wennen hebben we de volgende dag nog wat gerookte zalm en gerookte heilbot gehaald. Zoals jullie zien hebben we het soms moeilijk. Moeilijk met kiezen uit alle lekkere dingen die we tegenkomen.

De havens langs de kust liggen over het algemeen op een 20 tot 60 mijl uit elkaar. Mooie dagtochten dus, als de wind gunstig is. We varen op deze manier steeds verder langs de kust. Soms blijven we een dagje liggen omdat de wind niet gunstig is of omdat we iets beter willen bekijken.

Onderweg komt een oude bekende weer eens langs: onze klopgeest. Met de motor aan horen we hem nooit, maar onder zeil en met een bepaalde snelheid is hij present. Het geluid is nog harder dan voorheen. Al varende vinden we uit, dat de oorzaak echt in de buurt van de schroefas of schroef zit. Omdat dan alles draait, moeten we wachten tot we weer in een haven liggen. Maar dan is de klopgeest ook al snel opgespoord: alle bouten van een koppeling tussen keerkoppeling en schroefas hebben zich losgewerkt. We zetten ze stevig vast en controleren nu regelmatig of ze vast blijven zitten.

 Ueckermünde (21-5)

De Duitse Oostzeekust is een afwisseling van kliffen, bossen, zandstranden en een paar grote eilanden. Aan de oostgrens liggen een paar eilanden. Het grootste is Ruegen. Hier achter ligt een gebied met een aantal binnenwateren ligt, het Boddengewaesser. Meestal zijn ze ondiep, maar de vaargeulen erdoor zijn minimaal 2,5 meter. Daar willen we ook wel eens kijken.

Een paar eilanden zijn met de vaste wal verbonden door bruggen. De bediening ervan is nogal afwijkend van wat wij in Nederland gewend zijn. Ze openen maar twee of driemaal per dag. Daarbij zijn de bedieningstijden niet op elkaar afgestemd, zodat we op een gegeven moment drie uur moeten wachten. Dit doen we door onderweg het stadje Wolgast te bezoeken en voor de rest voor de brug te ankeren. Aanleggen? Niet mogelijk. Er is betonning, maar die staat op grote afstand van elkaar. Vaak zijn er wel richtbakens, maar toch lopen we in een stuk met harde zijwind een keertje vast. Met de hulp van de 120 paarden lukt het om weer los te komen. Oef!

Tenslotte komen we in Ueckermünde, de laatste haven voor Polen, aan het Stettiner Haf. Hier horen we dat we vooral langs de douane moeten om uit te klaren. Die heeft vooral belangstelling voor onze nieuwe paspoorten. Ze worden van alle kanten bekeken, gescand en onder UV-licht gehouden. Dan krijgen we het uitklaringformulier, wenst men ons een goede reis en mogen we vertrekken.

 Swinoujscie (24-5)

We zitten in Polen, maar dat ging allesbehalve gemakkelijk. Op het Stettiner Haf ligt een rij met gele tonnen, die de grens aangeeft. Door pilot en havenmeesters waren we er op gewezen dat we ons vooral dienden te melden bij het douaneschip, wat bij ton nummer 17 ligt. Daar wordt dan gevraagd naar het aantal personen aan boord en de bestemming. De naam van het schip, de thuishaven en de nationaliteit wordt genoteerd en een foto gemaakt. Pas daarna mag je doorvaren. De gegevens worden doorgegeven aan de douane van je aankomsthaven waar je je dan persoonlijk moet melden.

Met een prachtig zeilwindje komen we bij de gele tonnen. Natuurlijk kijken we al geruime tijd tevoren uit naar het douaneschip. De zee is echter leeg. Op de tonnen na natuurlijk. We varen een eind langs de rij op zoek naar het juiste nummer, maar daar aangekomen zien we nog steeds geen schip. Wel wordt er in de buurt van een veld met visstaken een klein zwart stipje zichtbaar. Tineke denkt dat het de vissers zijn, maar omdat er verder niets te zien is gaan we toch maar die richting op. Het lijkt een rubberboot met twee mensen er in. Zou dat toch…..? Onze verwarring wordt nog groter als het bootje, wanneer we er een halve mijl vandaan zijn, ineens er met een flinke vaart vandoor gaat. Wat is dat nu? We draaien de kluiver in, zetten de motor aan en zien dan dat de rubberboot naar een ander zeiljacht sprint die van Polen naar Duitsland gaat. Dus toch douane in een rubberbootje! Even later gaan ze weer op volle snelheid naar de oude plek terug. Daar blijkt een forse boei te liggen, ongeveer even groot als de rubberboot zelf en daar maken ze een lijn aan vast. Doordat de wind toegenomen is dansen ze wel een meter op en neer. Als wij vlakbij zijn worden alle gegevens uitgewisseld en wensen ze ons een goede vaart. Wij weten eigenlijk niet wat wij deze tobbedansers moeten wensen. Een kwartier later lossen alle raadselen zich op. Vanuit Swinoujscie komt de eigenlijke douaneboot van een beter formaat en neemt de wacht en de mensen over. Dat schip is zelfs op vijf mijl afstand te zien.

 Dziwnów (25-5)

De reis van Swioujscie naar Dziwnów was niet zo erg lang; een 20 mijl. Maar dat hoeft niet te betekenen dat we niets beleven. Bij het vertrek hebben we de havenmeester onze bestemming verteld. De beste man verstond geen Engels of Duits, maar herkende de plaatsnaam. Hij hield een heel Pools verhaal, waarin het woord KONTROL vaak voorkwam. Toen wij ZOLL en Dziwnów noemden knikte hij heftig, dus was het duidelijk. Wij moesten ons in de volgende haven opnieuw bij de douane melden. We varen samen met een Duits jacht de jachthaven uit. Op de rivier zien we deze direct op de douanesteiger af koersen. We twijfelen, moeten wij nu bij het vertrek er ook naar toe? Zij maken inderdaad vast aan de betonnen steiger, dus halen ook wij de stootwillen en meertouwen maar weer te voorschijn. Door de stroom van de rivier passeren we hierbij het douanekantoor. Dat kan natuurlijk niet! Een snerpende sirene maakt ons dat snel duidelijk. Op het douanekantoor aangekomen is men verbaasd dat we niet, net als de anderen, naar Duitsland gaan. Ook komt men tot de ontdekking dat de naam van het schip niet Oude-Tonge is. We maken ze blij met een bemanningslijst, en als het kopieer apparaat niet blijkt te werken krijgen ze ook een tweede. Dan wensen ze ons een goede reis en drukken ons op het hart om ons in de aankomstplaats opnieuw bij de douane te melden. Gaan we zeker doen!

De wind is wat de richting betrof volgens voorspelling, maar al snel komen de dagelijks buien en wakkert de wind aan. Een lastig zeetje met korte golven maakt dat we met de hand moeten sturen. Maar we kunnen zeilen en zijn dan toch snel in het kleine haventje van Dziwnów. De douane komt ditmaal zelf naar de waterkant en we hoeven niet vast te maken. Wel gemakkelijk zo, want het stroomt er flink. De vissershaven waar we een plaatsje vinden wordt nog intensief door vissers gebruikt. We zien dat de vangst op de wal uit de netten wordt gehaald: platvis en haring. Het plaatsje zelf is klein, maar in afwachting van de toeristen. Vandaag op hemelvaartsdag lopen er een paar Duitsers en een stel Nederlanders rond. Verder is het stil en de eet- en drinkgelegenheden zijn nog dicht.

 Een dag later liggen we nog steeds op dezelfde plaats. Naast ons ligt er sinds vanmiddag de Anatra, een Etap 23. Er is verder geen fatsoenlijk plekje vrij en de schipper vroeg, toen hij aan kwam varen, of hij langszij mocht. Geen bezwaar natuurlijk. Het duurde nogal lang voordat alle fenders en lijnen gereed lagen. Dat bleek zijn reden te hebben. Nog voor het schip goed vast lag vertelde de solo zeiler, dat hij voor de havenmonding plat was geslagen. Binnen alles overhoop en zelf was hij drijfnat. Omdat er geen havenmeester is geven we hem onze sleutel om een douche te kunnen nemen. Met graagte accepteert hij het aanbod. Na een uurtje hangen de spullen te drogen en is hij weer wat van de schrik bekomen. Hij was vertrokken in de verwachting dat de wind zuidwest zou zijn. Onderweg bleek de wind zelfs naar het noordwesten gedraaid. Deze aanlandige wind geeft al bij een windkracht 5 tot 6 problemen bij het aanlopen van de kleine havens hier in Polen. We waren er van diverse kanten voor gewaarschuwd en zijn daarom vandaag blijven liggen. Niet ten onrechte, zo blijkt.

We hebben dus maar een lange wandeling gemaakt. Eerst met de wind in de rug over het Oostzee strand en daarna door het dorp weer terug. Een zwaan, die ook over een duinovergang kwam gelopen, had het blijkbaar niet zo op met een stel jongelui. Hij bleef ze agressief achtervolgen tot ze bij een volgende overgang verdwenen waren. Raar beest!

Kolobrzeg (27-5)

Opnieuw een badplaats, zo meldt de pilot. En zowaar, het is een vrij grote stad, met langs de kust een brede strook met hotels, kuuroorden en appartementen. Naast Polen zien we ook veel Duitsers. Vooral in deze strook zien de gebouwen er goed onderhouden uit, evenals de wegen en trottoirs. Kom je in de binnenstad, dan is dat wel eens anders. Grote woonkazernes en moderne gebouwen vind je er vaak broederlijk naast elkaar. En overal zijn ze aan het verbouwen. We vrezen dat het nog een groot aantal jaren zal duren voordat het er, naar onze maatstaven een beetje netjes uitziet. Het zelfde geldt voor de mensen. Jongelui zijn vaak vlot en modern gekleed, maar vooral bij veel ouderen straalt de armoede er vanaf. Een land met grote verschillen.

 KolobrzegIn de jachthaven staat een motorbootje op de wal. Op maandagochtend komen er een zestal jongens aan, die onder leiding van een leraar met zijn allen het dek beginnen te schuren. Duidelijk een geval van praktijkonderwijs. Op een gegeven moment merken we dat de leraar een tijd lang onze windgenerator staat te bekijken. Pas als we hem groeten begint hij te vragen hoe het een en ander werkt. Hij stelt zich voor als leerkracht van de nabijgelegen maritieme school. Eén van zijn leerlingen heeft als afstudeerproject een windgenerator ontworpen, maar dat zou allemaal nogal zwaar zijn uitgevallen. We vertellen hem het één en ander over de manier waarop wij er mee omgaan en dat we ook nog wat documentatie hebben. Daar wil hij maar wat graag een kopie van hebben en we spreken af, dat die over een paar uurtjes voor hem klaar ligt. Hij komt dan met zijn “Kumpel” het ophalen. Als ze beide verschijnen hebben ze een plastic tasje in de hand met vier flessen bier erin; voor de moeite. We vinden dat eigenlijk te gek, maar willen ze ook niet voor het hoofd stoten, dus nemen we ze in dank aan. Zelf willen ze niets drinken, maar vragen een halfuur lang alle details van windgenerator en stroomopwekking aan boord. Met de papieren onder de arm vertrekken ze daarna al discussierend. We vinden het leuk dat we ze hebben kunnen helpen.