Kiel-Holtenau (1-9)

De weg vanuit de Oostzee terug naar Nederland leidt over zee door de Duitse Bocht. Deze hoek van de Noordzee heeft een slechte reputatie wanneer het hard waait uit het Noordwesten of Noorden. Beschutting zoeken achter de Duitse en Nederlandse waddeneilanden is geen optie omdat het daar voor ons te ondiep is.

We hebben geen haast en verlaten pas de Oostzee wanneer we op de Noordzee een gunstige wind kunnen verwachten. Dus bestuderen we uitgebreid de middellange termijn weerberichten en bepalen daarmee onze strategie. In ieder geval willen we pas door het Kieler Kanaal gaan, wanneer de volgende stop in Brunsbüttel slechts één dag hoeft te duren.

Kiel Holtenau Voorlopig staat er teveel wind en ook nog uit de verkeerde hoek, dus blijven we lekker in Kiel. Wel verhuizen we van de Düsternbrook Marina in Kiel naar de steigers bij de sluis van het Kieler Kanaal. Daar liggen Don en Priscilla ook, dus kunnen we weer even bijpraten. Er is altijd bedrijvigheid, zowel aan de jachtensteiger als aan de Tiessenkai verderop, waar de Nederlandse charterschepen liggen. Je waant je hier een aantal eeuwen terug met al die mooie schepen.

Aan de jachtensteiger ligt het goed beschut als op de Oostzee het hard uit het westen gaat waaien. Het gevolg is wel dat het waterpeil een halve meter zakt.Daardoor gaan de stuwdeuren van het kanaal wijd open en liggen we in een forse stroom van enkele knopen. We leggen er voor de zekerheid nog maar een landvast bij. Een jacht met een Deense vlag en met Lelystad (nog) als thuishaven op de romp vertrekt naar de Oostzee, maar komt een paar uur later terug en zoekt zijn ligplaats weer op. Het waait hun blijkbaar ook te hard. We raken aan de praat met de bemanning van een klassiek getuigde motorsailer van een meter of twintig die uit het kanaal komt. Het zijn leden van een shantykoor uit Delfzijl en op weg naar een aantal Oostzeehavens waar ze gaan zingen. Ze hebben net een ruige reis over de Noordzee achter de rug en praten er nog met ontzag over. Wij blijven nog maar even liggen.

 In Kiel is genoeg te zien. Zo bekijken we een bunker die een schuilplaats bood aan de inwoners van Kiel tijdens de vele bombardementen aan het eind van de tweede wereldoorlog. Oorspronkelijk was het bedoeld voor 750 soldaten, maar het bleek duizenden mensen te kunnen bergen. Liever met vier mensen op een vierkante meter in de bunker dan er buiten. De jonge vrijwilligers die de rondleiding verzorgen willen de bunker graag restaureren om daarmee nieuwe generaties te waarschuwen voor al het leed wat een oorlog met zich meebrengt. Kiel was en is nog steeds nauw verbonden met de Duitse Marine. Dat zien we ook in het Scheepvaartmuseum van de stad dat een uurtje lopen verderop ligt. Wanneer we daar binnenkomen, lijkt het eerder of we er naartoe gezwommen zijn. Drijfnat van één enkele bui, die echter wel de hele weg heeft geduurd! Het museum is zeker de moeite van het bezoeken waard, maar ze hebben helaas niet het warme bakkie troost waar we zo naar verlangen.

Het sluizencomplex is eveneens te bezichtigen. Meestal varen we er zo snel mogelijk door, maar nu we de tijd hebben gaan we ook daar eens kijken. Het blijkt dat het Kieler Kanaal in eerste instantie is gebouwd voor de Kriegsmarine. Nu vormen de commerciële zeeschepen de belangrijkste bron van inkomsten. Het onderhoud van kanaal, sluizen en veerponten wordt volledig betaald uit de kanaalgelden.

 Naar Nederland

Brunsbüttel Als na een weekje de weersvoorspellingen ons beter weer beloven, gaan we weer op pad. We varen in één dag door het kanaal en blijven dan een dag in Brunsbüttel. De jachthaven ligt er direct naast de grote sluizen. Dag en nacht passeren op een paar meter afstand kleine en grote zeeschepen. In de loop van de middag zien we de Norwegian Dream de sluis binnenvaren. Het is een cruise schip met de maximaal toegestane afmetingen voor het kanaal. Wel moeten de schoorstenen worden omgeklapt en de masten gekanteld. Haven en jachten worden wel heel erg klein wanneer het schip voorbij komt. Zelfs de lokale bevolking komt er naar kijken.

Tegen de avond varen we naar Cuxhaven, zodat we de volgende morgen met het goede tij naar Nederland kunnen vertrekken. Een beetje daglicht vinden we wel prettig op de snel stromende Elbe. In de ochtendschemer maakt een konvooi van jachten zich los en vertrekt uit de jachthaven. De wind gedraagt zich volgens de voorspellingen zodat we veel kunnen zeilen. Aan het eind van de middag zien we de meeste schepen naar Norderney gaan om daar de nacht door te brengen. Maar met dit mooie en stabiele weer varen we liever een nachtje door om de volgende middag Vlieland aan te kunnen lopen. De Chautauqua, die gelijk met ons vertrokken is, roept ons op via de marifoon. Don en Priscilla zien dit ook wel zitten. Zo beleven we een prachtige heldere nacht. De volle maan houdt ons de hele nacht gezelschap totdat de zon zich weer in felle kleuren meldt. De windvaan stuurt het schip zodat we beiden enkele uren kunnen slapen. Bij Vlieland twijfelen we zelfs even of we niet door zullen gaan, maar als de wind langzaam aan wegvalt, gaan we toch maar naar de jachthaven. We hebben een mooie overtocht achter de rug.

 Ook de dagen erop is het vaak goed zeilweer. Via Texel en IJmuiden bereiken we Hellevoetsluis, waar we in het Haringvliet voor anker gaan. Als we de volgende dag willen vertrekken blijkt de motor geen zin hebben om te starten. Pas na een aantal pogingen, klopjes op de startmotor en aanmoedigingen geeft hij het verzet op en loopt alsof er niets gebeurd is. De vorige dag hebben we hetzelfde beleefd. Geen goed vooruitzicht voor het passeren van bruggen en sluizen, de komende dagen. Daarom gaan we richting Middelharnis waar we een bedrijf weten die de startmotor kan repareren. Het blijkt echter de hoofdschakelaar te zijn, die niet meer goed werkt. Als deze is vervangen gaat het starten weer als vanouds en leggen we de laatste mijlen af naar Tholen.

 Tholen

De keuze om de nieuwe hydraulische stuurautomaat door Scheepswerf Van Duivendijk te laten inbouwen is gemaakt op grond van onze positieve ervaringen in het voorjaar bij de anti-fouling beurt en het advies wat ze deze zomer hebben gegeven bij de keuze van het zelfstuur systeem. Na aankomst bekijkt men de plaats waar alles ingebouwd moet worden en we hebben gelijk een meevaller. De Swalker hoeft niet de wal op, want er zit al een spiebaan in de roerkoning om de hefboom op te monteren. Alles kan gemonteerd worden terwijl we in het water liggen, en dat is voor ons een stuk comfortabeler. De spullen worden besteld en intussen gaan wij bij de kinderen op bezoek. Na bijna een half jaar is het weer heerlijk om bij ze te zijn.

Tholen Op een avond zien we ongewone bedrijvigheid op de werf als we terugkomen van onze wandeling. Met de kraan wordt een motorjacht op de wal gezet die, zoals we van de omstanders horen, aan het zinken was. Boven de waterlijn ziet het er perfect uit, maar onder water zitten er allemaal grote roestbulten op. En achter die roest zitten gaten van wel een centimeter in doorsnee. Galvanische corrosie als gevolg van elektrolyse is de diagnose. Waarschijnlijk is dit binnen twee maanden tijd ontstaan. Het bevestigt eens temeer dat onze voordurende zorg, om de romp vrij van elektrische stromen te houden, niet voor niets is. Als de Franse eigenaar van de motorboot een dag later een kop koffie bij ons komt drinken, is hij flink aangeslagen. Om geen problemen meer te hebben met osmose had hij polyester voor staal ingeruild. De afgelopen vakantie had hij nog een prachtige tocht over zee gemaakt naar de Franse kusten. Nu haalt hij samen met zijn schoonzoon alles van boord en laadt het vaak drijfnatte spul in een bestelwagen. Hij hoopt dat het schip na reparatie nog te verkopen is. Triest.

 Nadat Meindert de kabels heeft getrokken en de elektronica gemonteerd, is het wachten op een belangrijk onderdeel wat niet in Nederland op voorraad is. Het duurt allemaal wat langer dan de twee weken die we oorspronkelijk in gedachten hadden, maar we hebben liever dat alles nu degelijk en afdoende wordt aangepakt. Dus nemen we de tijd en doen ondertussen ook nog wat andere klusjes aan boord. Met een boot hoef je je nooit te vervelen.

Uiteindelijk duurt het in totaal een week of vijf voordat alles naar wens is geïnstalleerd en de beschadigingen als gevolg van het lassen weer onder een nieuwe laag verf zijn verdwenen. Na een laatste controle zetten we de hoofdschakelaar aan en alles lijkt te werken. Dat gaan we in de praktijk uitproberen.

 Antwerpen

Voor de winter willen we de brandstoftanks helemaal vol hebben, dus is de keuze voor een proefvaart met de nieuwe stuurautomaat snel gemaakt. Bij mooi zeilweer gaan we naar Blankenberge, bij te harde wind is het alternatief Antwerpen. En dat wordt het dus ook. Als in Tholen vriend Graham aan boord is gekomen gaan we op het Zoommeer de stuurautomaat inregelen. Dat blijkt allemaal erg simpel en vlot te gaan, zodat we al snel naar de Oosterschelde schutten. Daar aangekomen geven we de besturing over aan de automaat en testen de verschillende functies. Tineke naait vlug gastenvlagDit herhaalt zich de volgende dag op de Westerschelde en als we in de avond in Antwerpen aankomen zijn we dik tevreden over het resultaat. De stuurautomaat heeft de Swalker prima onder controle en gedraagt zich geheel volgens onze verwachtingen. We hebben er een bemanningslid bij, waar we vooral bij langere tochten naar hebben uitgezien. We dopen hem Dirk.

Tineke is echter niet tevreden over het formaat van onze Belgische gastenvlag, nog kleiner dan een zakdoek. Het is redelijk rustig op de Schelde, dus haalt ze de naaimachine te voorschijn en maakt snel een nieuwe  gastenvlag van Swalker formaat. Bij Doel hijsen we onze nieuwe aanwinst.

 In Antwerpen komt ook Reina aan boord en met zijn vieren genieten we van de stad en het mooie weer. Dan wordt het echt tijd om richting Dordrecht te gaan en ons voor te bereiden op de winter. Tijdens de terugtocht worden we al gebeld door Anton, de havenmeester van de jachthaven in Dordt. Hij vertelt dat we verwacht worden en neemt alvast wat praktische zaken met ons door. Wat een service voor deze wintergasten! Bij aankomst is het dan ook net een beetje 'thuiskomen', als we door velen verwelkomd worden.

 Dordrecht

Nu liggen we al weer ruim een maand in Dordrecht. De Swalker is nagenoeg winterklaar en er is een begin gemaakt met de klussen die gedaan moeten worden. Natuurlijk gaan we af en toe naar de kinderen in België of Duitsland. Familie en vrienden komen op bezoek of we gaan op bezoek. En we willen nog zoveel in Nederland gaan bekijken. Waarschijnlijk is deze winter ook weer voorbij voordat we het weten.