Caen (05-06)

Terug in Caen, na een bijzonder enerverend weekend. Moe, maar met een hoofd vol fijne herinneringen.

Vrijdagochtend vroeg gaan we de auto ophalen. De verhuurder adviseert om eerst maar even een kop koffie te gaan drinken, want de auto is er nog niet.

Tineke in huurauto Daar hadden we al min of meer rekening mee gehouden, dus maken we er ons niet druk over. We zijn in Frankrijk tenslotte en het zal vast goed komen. Dat klopt, want uiteindelijk staat 'onze' auto voor de deur. Het is even wennen, in een vreemde auto en in een vreemde stad. Maar al spoedig hebben we de draad weer te pakken en zitten op de autoweg naar Nederland. Bij Le Havre gaan we over de enorm hoge brug, die we voor ons zagen toen we naar Honfleur voeren. Nu zien we de Seine eens van de bovenkant. Al is het landschap, waar we doorheen rijden, niet bijzonder imposant, we genieten toch van deze rit. Weer even wat anders dan zeewater, zogezegd.

Eenmaal in Nederland vliegt de tijd om. Een avond gezellig bijpraten bij Bob en Rianne, het feest van hen waar we veel mensen ontmoeten die we soms al lange tijd niet meer gesproken hebben, de luxe van een bad en een (in onze ogen) enorm bed in het hotel waar we kunnen slapen, het is al weer voorbij voor we het beseffen. Op de terugweg maken we een kleine omweg via de Ardennen om even bij Rens, John en de kinderen aan te wippen.

Nu zijn we weer op de Swalker. Toen we over de steiger aan kwamen lopen, riep onze Duitse buurman al, dat alles oké was. Hij had een oogje in ons zeil gehouden. Morgen brengen we de auto weer terug en gaan we ons weer voorbereiden op het reizen.

Maar nu nog even nagenieten!

 Cherbourg (08-06)

Terug uit Nederland verhindert een harde westelijke wind ons al een paar dagen om te vertrekken. Maar vandaag is het weer eindelijk verbeterd: nevelig met af en toe een mistbank en een afnemende wind. Niet ideaal, maar we gaan. We moeten door de sluis van Ouistreham en dat is alleen mogelijk gedurende een paar uur rond hoog water. De eerste gelegenheid vandaag is om zeven uur 's-morgens, en daar maken we mooi gebruik van. De eerste uren staat er een zwakke stroom tegen. Liever hier dan verderop. Want aan de kusten van het schiereiland Contentin, waar Cherbourg op ligt, is een veel sterkere stroom te verwachten. En die hebben we dan nu mooi mee. Alles klopt als een bus. Als we in de loop van de avond Cherbourg aanlopen verdwijnt ook de nevel en gaat de zon schijnen. Een warm welkom, zogezegd.

 Cherbourg is één van de havens die we vorig jaar nog hadden aangemerkt als een mogelijke overwinteringhaven. Dat het uiteindelijk Dordrecht is geworden, spijt ons nog steeds niet. Gemakkelijker om naar de kinderen te reizen en Cherbourg vinden we minder aantrekkelijk dan Dordrecht. Het belangrijkste van Cherbourg blijken de ferry’s te zijn naar Engeland. Het is de kortste verbinding over Het Kanaal, dus varen ze af en aan. De haven en voorhaven zijn echter zo groot, dat men het niet nodig vindt om het scheepsverkeer te regelen. Een stoot op de scheepshoorn en alle jachten stuiven wel opzij. De stad zelf is niet groot, zelfs een stuk kleiner dan Caen met vijfmaal meer inwoners. Voor een overwintering zou dat dan een betere keus zijn geweest.

 nieuwe bandenMaar nu zijn we passant in Cherbourg. En passanten zijn altijd als eerste op zoek naar een supermarkt. Wij dus ook. Met behulp van aanwijzingen van Engelse zeilers en een lokale visverkoopster vinden we een gigantische supermarché. Alles wat je maar kunt bedenken onder 1 dak. Maar wat het belangrijkste is: ze verkopen daar ook fietsbanden. En nog wel van de goede maat ook. De banden van onze vouwfietsen zijn namelijk versleten. In Nieuwpoort reden we de eerste lek. Omdat we snel daarna vertrokken zijn, hebben we pas enkele dagen geleden in Ouistreham de band proberen te plakken. Dat lukte, maar bij het oppompen bleek deze door de buitenband heen te komen. Wij op zoek naar een stel nieuwe buitenbanden, van de maat 16 x 1.75. Niet direct gangbaar, leek ons. Maar hier hangen ze gewoon op ons te wachten in de gigasuper. We hebben gelijk maar vier aangeschaft, zodat we binnenkort met allemaal nieuwe banden rijden. Mag ook wel een keertje, de huidige dateren van 1995.

Wanneer Tineke in de kombuis het avondeten staat te koken, staan er ineens vier mannen voor het schip. Niet dat ze op de lekkere geuren afkomen, maar ze willen wel graag aan boord komen. Het zijn douaniers die de scheepspapieren willen zien, op een kladje bepaalde gegevens daaruit overschrijven en later mogelijk er iets mee doen. Hoe dan ook, we vertellen ze dat ze welkom zijn, net als hun collega’s een paar dagen eerder in Ouistreham. Die mededeling blijkt verwarring te zaaien onder de heren. Om duidelijkheid te scheppen vragen ze of die collega’s dan een rode bies op hun kleren hadden. Weten wij veel! Wel hadden ze een rode rand op hun naambadge. Discussie. Of de collega’s dan misschien dezelfde blauwe truien aan hadden dan zijn. Geen idee. Weer discussie. Blijkbaar weten ze nu geen vragen meer en met een vriendelijk au revoir verlaten ze weer één voor één het schip. Tot ieders tevredenheid, want nu kan het eten tenminste niet aanbranden.

 De volgende dag wandelen we kris kras door het centrum van de stad. We vinden er eigenlijk weinig wat ons aanspreekt. Daarom gaan we maar terug aan boord en kijken we eens naar ons volgende traject. Dat leidt naar de Kanaaleilanden, voorbij Cap de la Hague en door de Alderney Race. Een vaargebied wat de nodige aandacht vraagt. Door het grote verschil tussen eb en vloed staan er langs de kust van Bretagne forse getij stromingen. Tussen het Kanaaleiland Alderney en het vasteland kan dit zelfs tot 9 knopen oplopen. Dat is meer dan onze topsnelheid. We zoeken in de stroom- en getijde tabellen naar het juiste moment om de Race te passeren, en berekenen van daaruit het tijdstip van vertrek uit Cherbourg. Dat is dan morgenochtend vijf uur. Op zich geen probleem, ware het niet dat het weerbericht dan uitgebreid mist voorspelt. Niet erg aantrekkelijk, dus we wachten nog maar een dagje.

 Saint Peter Port / Guernsey (11-06)

Vier keer per minuut loeit een zware misthoorn dichtbij. Even verderop antwoordt een tweede hoorn met een hogere toon zes keer in een minuut. Ze zijn de hele dag al bezig, want het was mistig, het is mistig of het wordt binnenkort weer mistig.

 Vanmorgen om half zes was het niet de misthoorn maar de wekker die ons wakker maakte. Het weerbericht meldt nevel en een enkele mistbank. Binnen de jachthaven van Cherbourg lijkt het zicht redelijk, dus we gaan op stap. Voordat we de haven uit zijn is het zicht echter minimaal geworden, de havenhoofden zien we nauwelijks meer. Maar alle hulpmiddelen werken: de GPS, elektronische kaart en radar geven ons het gevoel dat we de situatie onder controle hebben. En wat het belangrijkste is: het weerbericht belooft een verbetering in de loop van de ochtend. Helaas. We hebben onderweg niets gezien van die mooie Franse kust en van de Kanaal Eilanden. Wel gaan we op de geplande tijd door de Alderney Race. Ondanks de diepte van 14 tot 42 meter, zien we op verschillende plaatsen het water kolken. Geen plaats om te varen onder slechte omstandigheden, dat is wel duidelijk.

Bij het aanlopen van Guernsey zien we de huizen hoog op de heuvels zelfs eerder dan de haven zelf. Nu liggen we in een baai naast de haven voor anker. Mooi beschut en weer eens lekker vrij. De weerprofeten beloven voor de komende dagen nog meer van hetzelfde, dus wij gaan maar eens het eiland bekijken. De bijboot is al opgeblazen en ligt achter de Swalker te dobberen.

 Eenmaal aan de wal wordt meteen duidelijk dat we niet meer in Frankrijk zijn. Links rijdende auto's, geen winkelsluiting om twaalf uur, prijzen in Engelse ponden en schoolkinderen in uniform. Maar tegelijk ook geen deel van Groot Brittannië. In de winkelstraat van Saint Peter Port staat in bijna iedere winkel dat je er Tax Free kunt kopen. Maar we zijn geen grootverbruikers van rookwaren, sterke drank of parfums. Wel maken we van de gelegenheid gebruik om de brandstoftank van de Swalker te vullen. Dat doen we in Saint Hellier op Jersey, het volgende Kanaaleiland wat we bezoeken. Wanneer we die haven aanlopen en twee snelvarende ferry’s voorrang hebben verleend, merken we dat er nog niet genoeg water staat om de jachthaven binnen te varen. Pas als het getij hoog genoeg is, gaat in de ingang een schuif naar beneden. Deze zorgt ervoor dat bij laag water de jachthaven niet leegloopt. Maar net voor de ingang is een tankstation. Dus benutten we de wachttijd om de dieseltank te vullen. Tax Free, natuurlijk.

 Op Jersey loop je eerder kans om door een Jaguar of soortgelijk merk auto aangereden te worden, dan door een Europese middenklasser. Niet dat het ons iets uitmaakt, we blijven liever gezond, maar het zegt wel iets over het gemiddelde inkomen op Jersey. Ondanks dat aan de rand van Saint Hellier zijn grote parkeerplaatsen zijn, wil iedereen blijkbaar zijn auto in de binnenstad kwijt. Regelmatig zijn de straten dan ook verstopt. Het voetgangersgebied in het centrum is niet groot en omvat maar een paar straten. Ook die zijn overdag vol met wandelende en winkelende toeristen. Wanneer we er 's-avonds doorheen lopen vallen ineens de uitbundig bloeiende baskets op die overal langs de straten hangen. We ontdekken ook de overdekte markt, met een mooi versierd smeedijzeren hekwerk er omheen.

Om het buitenlandgevoel nog eens te versterken, betaalt men op Jersey met de Jersey Pound. Het is evenveel waard als het Engelse Pond, wat trouwens ook gewoon geaccepteerd wordt. We lezen echter, dat het Jersey Pound buiten de Kanaal Eilanden niet inwisselbaar is. Tegen de tijd dat we denken te vertrekken, doen we alle moeite om de Jersey ponden kwijt te raken. Dan is die Euro toch wel erg gemakkelijk, moeten we toegeven.

 Saint Malo (17-06)

Na een onderbreking met nevel en mist zijn de harde westenwinden opnieuw het normale weerpatroon geworden. Dat maakt dat het dilemma, snel west en dan Ierland of west en ondertussen Bretagne ontdekken, zichzelf oplost. De eerste optie betekent onder deze omstandigheden: veel afzien en mogelijke risico's. Dat doen we dus niet.

 En zo varen we vandaag met zon en regen, geen en veel wind, naar Saint Malo . Een stad die onderweg ons door anderen werd aangeprezen en die een aanbeveling heeft in de LonelyPlanet. We hebben er dus nogal hoge verwachtingen van; misschien wel té hoog.

laag water in Saint MaloWe gaan niet in de stad zelf liggen, maar kiezen vanwege de gemakkelijke toegankelijkheid de jachthaven van St Servan aan de zuidkant ervan. Alleen rond laag water is de toegang hier verspert door een drempel. Het verschil tussen hoog en laag water is maar liefst meer dan 10 meter; één van de grootste getijverschillen ter wereld. Dat merken we. We liggen vlak bij de ingang van de jachthaven. Door deze opening perst zich ieder getij het grootste deel van de inhoud van het havenbassin. Bij opkomend water worden we dan ook met kracht tegen onze buren, de Poolse Nitro gedrukt en zij weer tegen de steiger. Als dan ook nog een ferry flink wat golven veroorzaakt, gaat het helemaal tekeer. Maar de beide stalen schepen hebben er geen moeite mee, alleen de stootwillen piepen het af en toe uit. Met laag water liggen alle schepen in de diepte en zijn de meeste masten onder het straatniveau verdwenen. De loopbruggen naar de steiger staan in een hoek van ongeveer 45 graden. Het is echt oppassen als je naar beneden wilt.

 Nadat we één van onze fietsen van nieuwe banden hebben voorzien, gaan we op de fiets naar de oude stad. Omringd door een hoge stadmuur staan de sobere en bijna sombere hoge huizen dicht opeengepakt. In de smalle straten komt nauwelijks zonlicht. Ook deze stad is in de laatste wereldoorlog voor 80% verwoest, zo lezen we. De belangrijkste historische monumenten zijn gereconstrueerd, en de rest is in de stijl van de 17e en 18e eeuw weer opgebouwd. Maar waar we bijvoorbeeld in een stad als Gdansk, waar hetzelfde is gebeurd, nu een levendige stad aantroffen, kan St Malo ons eigenlijk niet bekoren. Een paar straten zijn totaal op het toerisme gericht, en verder is het maar doods en saai. Als de kathedraal dan ook nog eens gesloten is vanwege een begrafenis, hebben we het allemaal wel gezien. We zoeken een poort in de muur en gaan weer terug naar huis. Het zal vroeger wel anders geweest zijn, denken we. Toen woonden er piraten die de schepen in Het Kanaal overvielen, met goedkeuring van de Franse overheid. Of Kaapvaarders, zeevaarders en kooplieden uit de zeventiende en achttiende eeuw. Die normale, dagelijkse bedrijvigheid missen we in het huidige St. Malo.

 Paimpol (22-06)

Een min of meer rustige dag gebruiken we om van St Malo naar St Quai Portrieux te gaan. Daar liggen we weer een paar dagen verwaaid, tot de wind weer even afneemt. Lezardrieux moet haalbaar zijn, maar we horen dat deze haven gesloten is vanwege een zeilrace. De volgende haven is geen optie, dus kiezen we voor Paimpol. Het is maar een 15 mijl van de vertrekhaven, dus best haalbaar. Maar... Altijd weer een maar. Maar er is één voorwaarde. Het aanvaren van deze haven moet zo rond hoog water gebeuren. Bij laag water is er bij de toegangssluis geen zeewater meer te vinden. Tot een paar mijl uit de kust valt alles droog.

laag water PaimpolGelukkig is het getij ons goed gezind. We kunnen op de normale tijd opstaan, ontbijten, gereedmaken en dan vertrekken. Onderweg kunnen we ook nog een stuk zeilen, en de buien vallen voor en achter maar niet op ons. In de buurt van de havengeul gaan de zeilen neer en moteren we de slingerende geul in. Plotseling worden we vanaf een tegemoetkomend Belgisch zeiljacht aangeroepen. Eerst begrijpen we het niet, maar als hij aanhoudend “Volkerak” roept, ziet Tineke ineens op zijn achterkant Steenbergen staan. Nogal een toeval om elkaar hier te ontmoeten. Als we voor de sluis nog even moeten wachten, komt er een zware bui onze kant op. Nadat die een donderslag heeft laten horen trekken we snel de pakken over onze t-shirts aan. We hebben namelijk een abonnement op hoosbuien in sluizen. Maar het valt mee, een paar druppels en daar blijft het bij. Van de havenmeester krijgen we een mooi plaatsje lang een steiger. Vanaf dat moment worden we continue in de gaten gehouden door langslopende toeristen.

 De volgende dag vullen we met boodschappen, stoffenwinkels zoeken, een galerie met heel apart werk bezoeken enzovoorts. In de avond staan er opeens een paar mensen naast de boot die ons verwachtingsvol toelachen. Ze komen ons wel bekend voor, maar wie zijn het toch? Bij Tineke gaat het eerst een lampje branden: Het zijn de Deense zeilers Inge Lise en Martin van de Nausikaa die naast ons in Ouistreham hebben gelegen. We kletsen even gezellig bij over de havens die we daarna hebben bezocht, de plannen voor de komende tijd en al die andere dingen die ons zo bezig houden. Het lijkt erop dat we morgen hetzelfde einddoel hebben, maar bij zeilers weet je dat nooit zeker.

 Paimpol (24-06)

Het is weer eens zover. Gisteravond gaan slapen met het idee dat we vandaag naar een volgende haven zouden vertrekken. Maar eenmaal wakker horen we de regen op het dek slaan. Wanneer we de laatste weerberichten raadplegen blijkt ook nog eens dat de voorspelde wind van 4-5 Bf uitgegroeid is tot 6 mogelijk 7. Nog geen vijf minuten later liggen we alweer in ons warme bed en horen geen regen meer.

De regen houdt het bijna de hele dag vol. Nu begint het pas weer droog te worden. De wind lijkt ook mee te vallen, maar we liggen een mijl of vijf van zee, dus dat kan daar best anders zijn. Straks maar eens kijken wat ze voor morgen voorspellen.

 Op zich is Paimpol best een leuk stadje om te liggen. Hier vandaan voeren in het begin van de vorige eeuw zeilschepen uit, om onder de kusten van IJsland kabeljauw te gaan vangen. Na een half jaar kwamen de meeste ervan terug en lagen in dezelfde haven als wij nu te wachten op de volgende reis. Wij liggen ook te wachten, op beter weer. Het waait voortdurend veel te hard en ook nog uit de verkeerde richting. Wachten, dus tot het letterlijk overgewaaid is. Vanaf het begin van de reis dit jaar, maken we dit regelmatig mee. Het zal dus wel niet de laatste keer zijn.

 Lezardrieux (26-06)

Toch weer een stukske verder. Nou ja, 12 mijl gevaren om 4 mijl naar het westen te komen. Maar wie het kleine niet eert, zal er nooit komen.

We kunnen pas om vier uur uit Paimpol vertrekken. In de ochtend is het dan nog donker, dus gaan we in de middag. Dan is er genoeg water om er weer veilig vandaan te varen. Dat vinden we geen probleem, want op de dinsdagochtend is er markt. Door de hele binnenstad staan kraampjes met kleding, schoenen, groente en fruit, vis en levende schaaldieren, boeken en tassen en kunststof kozijnen. Er is zelfs een grote kraam met allemaal petten en hoeden. Het is er een gezellige drukte. Daarna gaan we naar onze vaste bakker en halen brood en een stokbrood. Dan zijn we klaar voor de reis. Sluis door, voorzichtig door het geultje, alle visboeitjes ontwijken en zo komen we de baai uit. Dan gaat het tussen het vasteland en Ile de Brehat door. Op dit eiland wonen normaal 450 mensen, die de woningen verzorgen van de vele vakantiegasten die er in de zomer verblijven. Een eiland zonder auto’s, motoren, maar ook zonder diepe haven. Dus varen we er aan voorbij en gaan dan de rivier de Trieux op tot aan Lézardrieux. Er was nog mooi een plekje vrij aan de steiger. Naast ons ligt de Mumtaz uit Hellevoetsluis. Vertrekkers van 2007 met een rondje Atlantic voor de duur van een jaar voor de boeg. Nu ook geplaagd door de weersomstandigheden. Zij hebben een afspraak met een opstapper om naar Brest te komen. Wij zoeken naar een goede plek om Rens, John en de kinderen naar Zuid Bretagne laten komen voor een paar dagen. Maar het lijkt er op dat we allemaal onze plannen moeten bijstellen. Het weer voor de komende tijd geeft nog steeds geen verbetering te zien.

 Paimpol (29-06)

Jazeker, we zijn weer terug in Paimpol. Vanmorgen hebben we alle mogelijkheden overwogen voor de komende veertien dagen. Het lange termijn weerbericht geeft tot volgende week vrijdag nog steeds westelijke winden, en vaak ook nog hard ook. Verder hebben we voor de afstand naar Brest drie lange reisdagen nodig. Langs deze kust staan sterke stromingen en tussenliggende havens zijn in het algemeen lastig om aan te lopen vanwege het getij of andere beperkingen. Om vanaf Brest naar een geschikte haven aan de zuidkust van Bretagne te komen, kost ook al gauw weer twee dagen. Dat alles maakt de kans reëel dat we over een week op een plek liggen die lastig per auto bereikbaar is of dat wij gaan varen onder omstandigheden die we eigenlijk liever niet willen. Daarom leek het ons niet gek om één haven terug te gaan. Vandaar dat we besloten hebben, dat we in Paimpol vakantie gaan houden. Twee weken niet reizen, maar het binnenland van Bretagne verkennen en ondertussen wat kleine dingen aan de boot doen. En uitkijken naar het bezoek van de kinderen.

 Ook vandaag weer westenwinden. Maar we hebben vandaag voor het eerst sinds (te) lang weer eventjes kunnen zeilen met een gunstige wind. Met alleen de kluiver uit door het water schuimen, wat een genot! Dat is dan het voordeel van een stukje terugvaren.

 haven Paimpol