Paimpol (01-07)

Vandaag, tussen de buien door, een eind gefietst. Via kleine weggetjes rijden we rond de Anse de Paimpol (Baai van Paimpol). Een wegwijzer brengt ons naar een straat met uitsluitend eeuwenoude huizen. En bijna zonder uitzondering er om heen een tuin met een zee van bloemen.

Overal zijn er ook overblijfselen uit de tijd van de visvangst bij IJsland en Groenland. Op de plaats waar de Anse de Paimpol overgaat in de zee staat, hoog op een klif een stenen kruis. Hier stonden de weduwen van Ploubazlanec uit te kijken naar zee. Op de plaats waar ze hun mannen en zonen voor het laatst hebben zien gaan, hopen ze tegen Paimpol, grafbord beter weten in, dat schip weer aan de horizon te zien verschijnen. In het kleine kerkje van diezelfde plaats bekijken we de scheepsmodellen, gemaakt ter herinnering aan de schepen die in de loop van de jaren zijn vergaan. Even verderop lopen we op de begraafplaats langs de Mur des Disparus (muur van de verdronken mensen). Op houten gedenkborden staan de namen van de schepen die in dat jaar vergaan zijn en het aantal opvarenden. Vaak wel meer dan honderd per jaar. En allemaal tijdens die visvangst bij IJsland en Groenland rond 1900.

Als we aan het eind van de middag weer aan boord stappen, realiseren we ons dat we tijdens dit uitstapje op het land, toch altijd weer de zee tegenkwamen.

 Een paar dagen later loeit de wind weer door het want en zoeken we de truien maar weer op. Op de kade lopen de toeristen in een onafgebroken rij langs. Een bezoek aan Paimpol betekent naast een rondje door het oude centrum ook een rondje om de havens. Soms stoppen ze even, en proberen in het Frans "Oude-Tonge" uit te spreken. Lachend lopen ze dan weer verder. Een jongetje van een jaar of vier is niet te bewegen om verder te lopen. Zijn ouders geven in het Nederlands een verklaring: hij wil alles weten van die boot, en eigenlijk ook wel eens binnen kijken. Dat is natuurlijk geen probleem en krijgt hij een prive rondleiding. Hij komt uit Enschede en kampeert samen met zijn ouders en broertje in een gehuurde tent. Het is er echter zo vochtig en klam, dat ze 's-nachts wakker liggen van de kou. Ze proberen om naar een zomerhuisje met kachel te kunnen verhuizen, maar dat lukt nog niet zo goed. Een uurtje in de auto levert in ieder geval weer wat warmte op. Wachten op mooi weer, dat beheerst het leven van iedereen.

 Paimpol (6-7)

Tour de France a la voileHet is feest!
Nadat gisteren de kade vrijgemaakt is van geparkeerde auto’s en een compleet dorp van tenten is opgebouwd, is vandaag het feest losgebarsten. Van 6 tot en met 8 juli is Paimpol de etappeplaats van de Tour de France a la Voile, oftewel de Ronde van Frankrijk onder Zeil. Een spektakel waarin veertig identieke zeilschepen in drie klassen vechten voor de overwinning. Start: Duinkerken. Finish: Marseille. En Paimpol is nu drie dagen lang etappeplaats. Vandaag hebben de sponsors de tenten bezet en delen hun reclamemateriaal uit. In de persruimte en de tent van de organisatie zitten mensen achter computers verwoed te typen. Op de wal, direct naast de Swalker, is de VIP Espace waar je alleen met een uitnodiging binnenkomt. In de ochtend staat de koffie klaar, later op de dag de champagne. Het havenkantoor aan het eind van de kade gaat schuil achter een enorm scherm, waar voortdurend beelden van de race zijn te zien. Het publiek wandelt langs de stands, bekijkt het scherm en loopt dan terug naar de waterkant. Daar liggen in een leeggemaakte haven twee stalen schepen: de Moraleza uit Brest en de Swalker uit Oude Tonge. Bepaald geen racemonsters. Verder is het leeg. De deelnemers van de Tour liggen namelijk nog in Cherbourg. Door de harde wind heeft de organisatie de race daar eergisteren stopgezet, nog voordat ze de vorige etappeplaats hadden bereikt. En daar liggen ze nog. Af en toe krijgen we van de havenmeester te horen wanneer ze mogelijk worden verwacht. Eerst was het morgenvroeg, nu al morgenavond. Hij vindt het nog niet nodig om ons te verplaatsen naar de volle haven aan de andere kant. Hebben de bezoekers tenminste ook nog wat om te bekijken.
Maar het blijft een vreemd feestje. Net een bruiloft zonder bruid en bruidegom. Intussen waait het zo hard dat vier dranghekken met een spandoek eraan met donderend geweld van de kade voor ons op de steiger terecht komt. We zijn benieuwd wanneer we plaats moeten maken voor de racevloot.

Tour de France a la voile Dat blijkt dan toch, tot opluchting van iedereen, de volgende avond te zijn. Het is al bijna donker als de schepen, volgehangen met vlaggen van hun sponsors, door de sluis de haven binnenkomen. Het publiek op de wal applaudisseert, bekenden worden toegeroepen en hier en daar loeit een scheepshoorn. De zeilers krijgen tot de volgende middag de tijd om te slapen en hun boten weer in orde te brengen voor de volgende etappe. De volgende ochtend lopen we even langs de afgemeerde boten en zien ook een Nederlandse boot met studenten van de TU-Delft. Iemand is bezig om een jerrycan met brandstof vast te binden op een plaats waar eigenlijk geen houvast is. Dat is lastig als je moe bent en een heel lange lijn ervoor gebruikt. Het duurt dan ook lang voordat de klus is geklaard. Rond het middaguur vertrekt de hele vloot weer. Ze gaan op weg naar Brest, zeilend. Aan het eind van de dag liggen wij ook weer op onze inmiddels vertrouwde plek. Op de kade worden de laatste tenten afgebroken en in de auto's geladen. Daarna gaan ook zij naar Brest. En wij? Wij komen ook naar Brest. Maar nu nog niet. Eerst komen Renske, John, Guusje en Ties een paar dagen bij ons vakantie vieren. Daar moet zelfs Brest maar even op wachten!

 Primel - Trégastel (14-7)

Paimpol, kleinkinderen op strandEinde vakantie! Ruim twee weken in Paimpol gelegen en dat was een goede keus. Mooie stad en omgeving, alle voorzieningen op loopafstand en een levendige haven. En natuurlijk genoten van het bezoek van de kinderen en kleinkinderen. Dat ligt nu allemaal weer achter ons. Voor ons ligt het vervolg van de reis. Ierland? De Scillies? Brest en dan Spanje? Nog steeds is het weer instabiel met veel harde westelijke winden. We hakken de knoop door. Ierland en de Scillies moeten maar wachten. We blijven de Bretonse kust volgen tot voorbij Brest en zoeken dan een geschikt moment voor de oversteek naar Spanje.

 En zo liggen we nu vastgemaakt aan een vissersboot in de kleine haven van Primel - Tregastel. Het is een natuurlijke haven, een baai eigenlijk, vol met ankerboeien. De meeste vallen met laag water droog. En waar dat niet gebeurd twijfelen we of die ankerboeien het gewicht van de Swalker kunnen houden. Een wandeling door haven en dorpje levert geen duidelijkheid. Er is geen havenmeester te bekennen. We gaan terug aan boord en besluiten te blijven liggen. Het is morgen zondag en we hopen dat de visser vannacht niet weg wil. Een rustige nacht is altijd welkom.

 L’Aber Wrac’h (15-7)

Vandaag twee liter motorolie kwijtgeraakt. Nou ja, geruild tegen een fles rode wijn en tien euro. En dat midden op zee met een deining van ruim een meter.

We voeren ruim langs de kapen van de Bretonse kust. Door de sterke stroming en de oplopende bodem staat er vlakbij de kapen vaak een rare, warrige zee. Met veel wind een plek om te vermijden. Maar nu is er bijna geen wind. Het grootzeil dient meer om het rollen te dempen dan om ons vooruit te stuwen. Dat laten we maar aan de motor over. De zeilboten om ons heen doen hetzelfde.

L'Aber WrachOp een gegeven moment zien we een zeiljacht met alle zeilen op, proberen om toch wat voortgang te boeken. Als we in de buurt komen proberen ze dichterbij te komen en beginnen dan te zwaaien. Een duidelijk teken dat er iets wat aan de hand is. Ze voeren geen vlag, maar zo te horen zijn het Fransen. In gebroken engels vertellen ze dat ze problemen hebben met hun nieuwe motor. Die heeft geen of te weinig olie en ze vragen of wij een paar liter voor ze hebben. Een grote frisdrankfles vullen we met olie. Het lukt om de flessen zonder ongelukken uit te wisselen. Toch is het met een dergelijke deining oppassen geblazen om elkaar niet te raken. De armen gaan als groet omhoog en wij gaan weer verder. Hopelijk zijn hun problemen er mee opgelost, maar helemaal duidelijk is het ons niet.

 In de jachthaven van L'Aber Wrac'h is het feest. Hij is gisteren officieel heropend na een forse uitbreiding van ligplaatsen aan pontons. Dat willen de bewoners van het dorp en verre omtrek wel eens zien, dus is het de hele avond een komen en gaan van kijkers. Sommigen leunen zelfs over de reling om goed op ons bord te kunnen kijken. Leuk vinden we dat natuurlijk niet. Als het een beetje rustiger is geworden horen we ineens ‘goedenavond’. Het is een Nederlandse schipper wiens schip hier op de werf staat. Noodgedwongen heeft hij zijn intrek maar genomen in een 'chambres d’hotes'. Hij was samen met zijn zoon onderweg van Engeland naar het Spaanse La Coruña en heeft in slecht weer hier voor de kust zijn roer verloren. Afgebroken door een staalkabel of zoiets. Allemaal een beetje onduidelijk, maar hij zit hier al bijna een maand. Nog steeds wil het nog niet erg opschieten met de reparatie. Dus komt hij maar eens langs voor een praatje en een blik op dat stevige schip van jullie. We hebben hem ook nog maar een bakje troost aangeboden. Je beleeft wat, zo onderweg.

 We bekijken nog eens de weerberichten. Er staat weer een volgende depressie met harde tegenwind op de stoep. Maar alle bronnen geven eensgezind aan dat die pas morgen laat in de middag Bretagne zal bereiken. We moeten dan door de Chenal du Four, de zeestraat tussen het eiland Ouessant en het Franse vasteland. Hier perst zich het water van de Atlantische Oceaan, als gevolg van het getij, met grote kracht doorheen. Uit de stroomtabellen berekenen we die aan het eind van de ochtend moeten passeren. Dit is onze kans. Snel naar bed en morgen vroeg op.

Brest (16-7)

Maandag 16 juli 9:45 u: we zijn eindelijk uit Het Kanaal! In de vroege ochtend, zonder wind hebben we er de laatste mijlen gemaakt op de inmiddels klassiek geworden manier, namelijk motorzeilend. Daarna door het Chenal du Four naar het zuiden. De meelopende stroom en de tegenwind zorgen op het laatst nog in de Chenal du Four voor een kwartiertje dansen als in een kermisattractie. Overal om ons heen witte kuiven op de golven en de voortgang die we maken is vooral te danken aan de sterke stroom. Daarna komen we in rustig water en met de boeg naar Brest gericht kunnen we nog heerlijk een aantal uurtjes zeilen.

 Nu liggen we opnieuw te dansen. We liggen aan de buitenkant van de steiger van de jachthaven van Brest, omdat het binnen knap vol is. Zoals verwacht is de wind is flink toegenomen en de golven rollen gewoon de haven in. Nu prijzen we ons gelukkig met het grote gewicht van de Swalker. We bewegen nog niet half zoveel als onze buurman hierachter, die een veel lichter schip heeft. We laten ons vanavond gewoon in slaap wiegen. Morgen kijken we wel weer verder.

Brest (17-7)

In Brest is voor ons de tijd gekomen om te bepalen hoe we nu verder gaan, op onze weg naar de overzijde van de Golf van Biskaje. We zetten de mogelijkheden eens op een rijtje. Vanuit hier direct oversteken naar La Coruña betekent een vier dagen continue doorvaren, bij gunstige weersomstandigheden. Het is echter ook mogelijk om langs de Franse en Spaanse kust te blijven varen. Dit kan bijna helemaal in dagtochten, maar is wel bijna twee keer zo lang. En dan is het natuurlijk ook nog mogelijk om deze mogelijkheden te combineren. Enthousiaste verhalen van andere zeilers over de Franse of Spaanse kusten aan de Golf van Biskaje maken het niet gemakkelijker. Maar het belangrijkste factor voor de definitieve beslissing zal de weersvoorspelling zijn. We besluiten om in eerste instantie te gaan voor een rechtstreekse oversteek, ergens naar de Spaanse noordkust. Iedere dag bekijken we nu de lange termijn weersverwachting en wachten op het goede moment. Morgen is het dat zeker niet. Al na drie dagen wordt de nieuwe depressie verwacht. We gaan maar eens kijken hoe Brest er uit ziet.

Brest Langs de hele noordkust van Bretagne kwamen we in de steden de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog tegen. Brest was en is nog steeds een van de meest belangrijke marinehavens van Frankrijk. In 1945 was er dus hoegenaamd niets meer van over. Nu lopen we door een moderne stad met brede straten met veel restaurants, cafés en bars. We vinden aan de rivier Penfeld een groot ovaal dok, zoals we dat van Hellevoetsluis kennen. Even verderop zien we een brug met twee verdiepingen. De hoge brug heeft een gedeelte wat open kan klappen. Daaronder ligt aan weerszijden een vlotbrug, waar we ook auto's over zien rijden. Aan de monding van de Penfeld staan de Tour Tanguy uit de 14e eeuw en het 13e eeuws Château de Brest, de weinige gebouwen die het oorlogsgeweld hebben overleefd. In de Tour Tanguy zien we op foto's en schilderijen hoe de stad er voor de oorlog heeft uitgezien. Echt origineel zijn de diorama's, die een verder verleden verbeelden.

Daarna lopen we naar de waterkant. Brest ligt aan een diepe baai, de Rade de Brest, en heeft dus een natuurlijke haven. Vanaf de hooggelegen promenade heb je een mooi zicht op de grote marinehaven aan de westkant en de commerciële havens aan de oostkant. Er liggen een aantal zeeschepen aan de kade. Verderop in de baai ligt een zeeschip voor anker te wachten. Daartussen wat vissers en zeiljachten. Als we toch moeten wachten, gaan we morgen eens verder de Rade verkennen. We zoeken de bus maar weer eens op om ons naar de jachthaven te brengen, een goede 5 kilometer verderop.

 Landévennec (20-7)

Zou het hier zo heten? We weten het eigenlijk niet. Het is in ieder geval de naam van het dorpje wat een mijl verderop ligt en wat we eerder op de dag zijn gepasseerd. Daar stroomt de rivier de L'Aulne in de Rade de Brest. In de pilot lazen we dat een mijl of vijf stroomopwaarts een mogelijkheid om te ankeren zou zijn. Onderweg blijkt de diepte een beetje kritisch voor ons wordt op bepaalde plaatsen. We hebben geen gedetailleerde kaarten van dit gebied, en als we op de vermeende ankerplek komen vertrouwen we noch de ankergrond noch de ankerboeitjes die er liggen. Een voorbijvarende visser maakt met gebaren ook duidelijk dat de Swalker daar echt een maatje te groot voor is. We keren de boeg en varen voorzichtig terug naar de monding. Daar hebben we nu toch een mooi plekje gevonden om het anker te laten vallen. Veel ketting want het getijverschil bedraagt zelfs hier in de rivier nog een meter of zes. En het duurt niet lang of twee andere zeiljachten hebben zich bij ons gevoegd. Een Engelsman en de Zeezot uit Terschelling. Verder aan beide kanten van de rivier heuvels met bossen. Op een oever zien we als het donker wordt de lichten van auto's voorbijgaan. Bij het restaurant tussen weg en water doven pas de lampen als wij al lang liggen te slapen.

  Brest (22-07)

We zeilen nu een week lang in de Rade de Brest. Iedere dag weer kijken we met spanning naar de lange termijn weerberichten. En ook iedere dag weer moeten we constateren dat wij nog niet kunnen oversteken. In de haven is het weer natuurlijk het gesprek van de dag. Vaak wordt het mooie stabiele weer van vorig jaar aangehaald. Toen was ieder bestemming zonder problemen haalbaar. Nu worstelt iedereen met de 'Zuidwest Passaat', en moet zijn plannen voortdurend bijstellen. Eigenlijk vinden ook wij dat we niet alleen hier, maar ook de afgelopen maanden genoeg hebben gewacht. We krijgen beide weer dat onrustige gevoel, verder te willen. Als het oversteken er dan op dit moment niet inzit, dan gaan we eerst maar eens wat verder langs de Zuid Bretonse kust. Oversteken kan dan altijd nog.

Het besluit is genomen en we gaan dan ook direct maar vertrekken. Tien mijl verderop ligt Camaret. Daar zullen we morgen de volgende periode met harde wind over ons heen laten komen, maar daarna gaan we weer verder.

Dat is tenminste de bedoeling.

 We starten de motor, maken de landvasten los en varen rustig de haven uit. Tineke ruimt zoals gebruikelijk de stootwillen op. Daarna stopt ze de landvasten in de bijboot en ineens kan ze geen kant meer op. Er is iets verschoven in haar rug, ze staat krom en iedere beweging doet vreselijk pijn. We leggen de boot stil en proberen voorzichtig de kuip te bereiken. Als dat eindelijk gelukt is, is het wel duidelijk dat we terug de haven in moeten. Landvasten en stootwillen komen weer te voorschijn en dan zoeken we een gemakkelijke plek om aan te leggen. In een hoek is er nog wat ruimte aan een steiger. In de buurt zien we een Nederlands schip liggen en we vragen om hulp bij het aanleggen. Dat lukt allemaal prima, dus liggen we binnen een uur weer vast in dezelfde jachthaven.

Een tijdje terug heeft Tineke dezelfde problemen gehad. Na een week met veel rust en veel medicijnen was toen het ergste weer voorbij. We vragen vriend Bob via e-mail om advies en beginnen alvast maar met de pijnstillers. We melden op het havenkantoor dat we voorlopig nog wel even blijven liggen. Dit moet eerst goed over zijn, voor de weer zee op gaan, laat staan de Golf van Biskaje over.

Brest (27-7)

regen in BrestVia de wereldomroep horen we dat het in Nederland, België en Duitsland eindelijk prachtig zomerweer is geworden. Dat is wel wat anders dan hier in Brest. Buiten loeit de wind weer door de masten, regent het vanaf vanmiddag mot en zien we de overkant van het water de heuvels weer eens verdwijnen in de mist. In Frankrijk begint vandaag de zomervakantie, maar ze zijn blijkbaar vergeten om het bijpassende weer te bestellen hier in Bretagne. Gelukkig zitten wij droog in het dekhuis en schenken nog maar eens een warm kopje koffie in. Eergisteren hebben we nota bene zuurkool met worst gegeten. We kunnen ons nog net bedwingen om de fles met glühwein open te maken. Maar we zullen niet klagen. Als het mooi weer was geweest de afgelopen tijd, hadden we ook hier moeten blijven liggen. Het gaat nu gelukkig een stuk beter met de rug. Vandaag hebben we zelfs een kwartiertje op de wal gelopen en dat ging best goed. Als het weer morgen is verbeterd, gaan we maar weer eens een paar uurtjes varen . Eens kijken hoe dat gaat.

 Camaret Sur Mer (28-7)

We zijn weer op weg. Na het losknopen van alle normale en extra landvasten (het gevolg van een paar dagen harde wind), zijn we voorzichtig opnieuw de jachthaven van Brest uitgevaren. Dit keer ruimt Meindert de stootwillen en landvasten op. De zon schijnt als de Rade de Brest uitvaren en even snuiven aan de Atlantische deining. Na twee en een half uur zijn we Camaret Sur Mer en liggen weer netjes vastgeknoopt. Tevreden constateren we dat alles goed gaat. Onder rustige condities, niet teveel wind of te hoge golven, kunnen we verder. We gaan voorlopig maar eens kijken hoe de zuidkust van Bretagne er uit ziet. De vele havens maken het mogelijk om de dagtochten zo lang te maken als we zelf leuk vinden. En tevens kom je iedere dag dan ook weer dichterbij Spanje.

 De meeste jachten hier liggen te wachten voor een gunstig moment voor de oversteek naar La Coruña. We lagen nog niet eens goed vast toen we al van een Duitse zeiler een 4-daags weerbericht voor de oversteek naar La Coruña in handen gedrukt kregen. Zij hadden besloten om morgen met de oversteek te beginnen, samen met nog een ander jacht. Eén van de schepen wordt bemand door 2 mensen, van 30 en 35 jaar. Het valt ons op hoeveel jongelui er wel niet onderweg zijn. Met en zonder kinderen, met grote plannen voor een jaar of meer. Deze willen zelfs in anderhalf jaar naar Nieuw Zeeland varen. Heb je dan wel tijd om de landen, waar je komt, een beetje te bekijken? We betwijfelen het. Hoe dan ook, weerbericht wat we gekregen hebben is niet helemaal ideaal te noemen voor een onze omstandigheden. Wij houden het vooralsnog bij de Franse kust.

 Inmiddels probeert de Franse buurman voor de tiende keer zijn tv-antenne te richten, is het weer helemaal bewolkt en af en toe zelfs mistig en begint het ook al weer harder te waaien. We hopen dat het morgen beter wordt.

 Audierne (29-07)

AudierneIn de baai van Sainte Evette liggen we te draaien aan een ankerboei. Voor ons een dorp van allemaal witte huisjes met grijze daken. Achter ons de open zee. Een vis die van hieruit recht naar het zuiden zou zwemmen, zou pas in Spanje zijn neus weer stoten. Met andere woorden, we zijn in de Golf van Biskaje aangekomen! Een pittig tochtje vandaag. Eerst westenwind, maar die zou ’s-middags draaien naar een aangenamer noordwesten. Mooi niet dus. Dat betekende voor ons een paar uur tegen flinke golven in hakken. Daar is de Swalker niet zo goed in, dus heeft de motor geholpen. Want we moesten tussen vijf uur en kwart over vijf door de Raz de Sein. Dat is weer zo’n smalle doorgang tussen een schiereiland en een rij eilandjes en rotsen in zee. Kom je op het verkeerde moment bij een verkeerde zee, dan kom je er gewoon niet door. Mooi op tijd zijn we het gepasseerd, maar desondanks stonden er flinke golven en draaide de stroom ons alle kanten op. Al dat gehobbel en scheef hangen heeft gelukkig geen gevolgen gehad voor de rug, maar het was wel echt oppassen geblazen en heel vermoeiend.

 Zonet hebben we even de zon gezien! De rest van de dag was het mistig en miezerig. Bepaald geen vakantieweer. Onderweg hoorden we via de marifoon een Nederlandse zeiler de haven van Brest oproepen. In zijn eentje onderweg van Engeland naar Spanje had hij twee etmalen niet geslapen en zat helemaal kapot. Hij vroeg waar de haven van Brest lag en of ze hem konden adviseren om daar te komen. Na veel heen en weer gepraat bleek hij nog een uurtje te moeten varen voor hij bij de ingang was. Een aanbod om hem met de reddingboot te komen halen sloeg hij af, nadat hij hoorde dat die betaald moet worden. Hoe het afgelopen is, weten we niet. Maar de kans lijkt ons klein dat hij op korte termijn weer in zijn eentje zal vertrekken.

 Pornichet (31-7)

motoren en bootHet is een uur of acht wanneer we de haven van Pornichet binnenvaren. De havenmeester komt ons in een klein bootje tegemoet varen en kijkt nogal bedenkelijk. Waar moet hij in de overvolle haven de Swalker kwijt? Hij blijkt bijzonder vriendelijk en hulpvaardig te zijn, en na veel vijven en zessen krijgen we een box van iemand waarvan niet duidelijk is of hij vanavond terugkomt. Dat doet hij uiteraard wel, dus verhuizen we binnen een half uur naar een tweede box. Wat kleiner, maar van deze is inmiddels bekend geworden dat hij tenminste twee nachten vrij is. En wij willen maar een nacht blijven, dus is alles opgelost. Naast ons ligt een motorboot, model Miami Vice, met drie motoren er achter van elk 275 pk. Het is een open boot, je kunt er niet eens op slapen. Hij zal wel iets sneller zijn dan de Swalker, denken we, maar ruilen? Geen denken aan!! 

Tot nog toe was de kust vaak het bekijken waard. Kliffen, stranden, bossen en af en toe een dorp of een stad met veel witte huizen. Mooi om naar te kijken. Maar in deze baai ligt La Baule. En we weten nu wat dat is: rondom één lang lint van hoogbouw; het lijkt Knokke in het kwadraat. Toch wel slim van die Fransen om dat op één plek te concentreren. Maar voor ons is dit is bepaald niet de ideale vakantiebestemming.

 Maar klagen doen we niet. Vanaf Audierne is het iedere dag prachtig weer. Veel zon, alleen ook vaak te weinig wind om te zeilen.

Nu zijn we moe van het zonnen en reizen. Morgen zien we wel weer hoe het weer is en wat de volgende bestemming wordt. Tijdens het hoogseizoen is die nog wel eens wat onzeker. Over de marifoon horen we soms dat een haven gesloten is, maar we verstaan eigenlijk nooit welke haven dat is. We zullen het wel merken. In ieder geval gaat het ons nu goed en komt Spanje steeds dichterbij.