Les Sables d' Olonne (01-08)

Het is nog voor achten in de ochtend als we in Pornichet naar het centrum lopen. Voor we verder gaan, willen we graag wat verse eetwaar inslaan. Op het marktplein zien we tot onze verassing dat men druk bezig is de weekmarkt op te bouwen. Dat komt goed uit.

Vers fruit en verse groenten, zo van het land, verdwijnen in onze tassen. Bij een kraam met allemaal patchwork dekens verbaast Tineke zich over de lage prijzen. Maar wij gaan naar het zuiden en denken genoeg warmte aan boord te hebben. De supermarkt blijkt een regelrechte tegenvaller. Weinig keus en duur, dus we zijn blij dat we op de markt de belangrijkste dingen al hebben gekocht. In een volgende haven zien we wel weer.

Snel terug naar de Swalker, want we hebben een lange reis voor de boeg. 60 mijl, maar de windvoorspellingen zijn gunstig. Eerst scheuren we met halve wind en een vaartje van zes knopen langs de monding van de Loire. In het oosten ligt op de horizon de brug in de Loire: 50 meter doorvaarthoogte. Als je er over rijdt krijg je spontaan hoogtevrees denken we. Wij zigzaggen tussen de zeeschepen door, die voor anker liggen te wachten tot ze de rivier op kunnen varen of een plekje vrij is aan de kade. Het water wat uit de rivier komt kleurt de zee bruin. De sterke stroom naar buiten maakt het water plaatselijk nogal wild. Na twee uren zijn we de monding voorbij en wordt het weer rustiger. Niet alleen het water, maar ook de wind gaat liggen. Dat hebben we hier vaker gemerkt Na een uur of twaalf vindt de wind het wel welletjes, net als de Fransen trouwens. De meeste winkels lopen dan leeg en gaan dicht. Daarentegen lopen de restaurants vol en nemen ze de tijd om rustig te gaan eten. Pas halverwege de middag wordt iedereen weer actief. De wind hier heeft die gewoonte overgenomen. De zee wordt spiegelglad en we starten de motor. Op dit lange traject kunnen we ons niet een paar uur dobberen permitteren, willen we voor donker binnen zijn.

Pas om vijf uur komt de wind terug en komt dan recht van achteren. De kluiver rollen we helemaal uit en de motor gaat uit. Tineke maakt ondertussen de warme maaltijd klaar. Terwijl we zitten te eten begint het steeds harder te waaien en bouwen de golven zich geleidelijk op. Daardoor gaat de Swalker enorm slingeren. Dan komt Tineke op het idee om de fok er bij te zetten om meer evenwicht te krijgen. En voorwaar: het werkt prima. Het T-TUIG is geboren. Met een flinke snor voor de boeg proberen we de golven bij te houden. Als die ons toch voorbij gaan geven ze een extra zetje mee in de goede richting en gaan sissend van plezier verder. Les Sables d' Olonne ligt achter een kaap, die vaak nog voor wat extra wind zorgt. De 5 Bf wordt een 6; we maken de kluiver iets kleiner maar alles blijft prima onder controle. Als we uiteindelijk in de luwte van de havenmondig de zeilen bergen en Tineke naar binnen stuurt, staat de kade vol met mensen. Het zijn toeristen en deze plaats blijkt een soort Scheveningen te zijn. In de mooie avond lopen ze nog een rondje. Vandaar.

 La Rochelle (05-08)

Eindelijk: het is sinds een half uurtje ineens hard gaan waaien vanuit zee. De temperatuur is als een baksteen gevallen, net zoals de barometer dat vandaag al eerder deed. Allemaal volgens de berekeningen en voorspellingen. Zijn die dus betrouwbaar gebleken. En het is best lekker na al die hitte van de afgelopen dagen.

De reis hier naar toe, eergisteren, was maar een 35 mijl. Alleen het eerste en het laatste uur was er genoeg wind om te zeilen. Voor de rest deed de motor weer braaf het werk. Wij hadden intussen alle aandacht nodig voor het op peil houden van ons vocht. Het was ditmaal ongegeneerd warm! En dat is zo gebleven tot vandaag toe. Tussen twaalf en drie zijn we niet actief; toch maar aangepast aan het Franse leefpatroon. We moeten wel.

 La Rochelle is een mooie, gezellige stad. Wij liggen in een jachthaven buiten de stad, omdat die WIFI heeft. Vanuit een hoek van de haven gaat ieder half uur een pendelbootje naar hartje stad. Zo komen we toch over het water de stad binnen tussen de twee veertiende eeuwse verdedegingstorens door. Aan stuurboord de Tour Saint Nicolas (beschermheilige van de zeevaarders) en aan bakboord de Tour de la Chaine. De ketting, waarmee de ingang kan worden afgesloten ligt nog steeds voor de toren. Als Michiel de Ruijter dat geweten had.....  We lopen de stad in via de Tour de la Grosse Horloge uit diezelfde tijd. Voorons ligt een straat met aan beide kanten winkels in 17e eeuwse huizen. De scheepvaart en handel van die tijd heeft duidelijk zijn sporen achtergelaten. Binnen een uur tijd zijn we het erover eens: dit is voor ons de mooiste stad van Frankrijk, die we tot nog toe hebben aangelopen. We gaan het toeristenbureau opzoeken en kijken of ze iets van stadswandelingen hebben. Dan kom je vaak op plaatsen waar je anders gemakkelijk aan voorbij loopt.

Gewapend met kaart en informatie maken we zo gedurende de laatste dagen een paar wandelingen door de stad. We lopen over een keienstraat, geplaveid met stenen uit Canada die ooit als ballast in schepen werden meegenomen. We lopen over de restanten van de stadswallen die in 1627 gedurende 15 maanden de soldaten van Kardinaal Richelieu tegenhielden. Het beleg was gericht tegen de Hugenoten die hun toevlucht in La Rochelle hadden gezocht. Na de overgave zijn ze gevlucht tot in de Nederlanden. Nu is het deel van een mooi park, waar kinderen op ezels een rondritje maken en wij picknicken aan een gelijknamige tafel. Het huis van de dokter is van buiten versierd met beelden van personen, die belangrijk zijn geweest voor de geneeskunde. Het stadhuis is het pronkstuk van de stad. Het vormt op zaterdag het decor voor een uitgebreide bruidsreportage op de binnenplaats, terwijl we door de openstaande ramen het volgende bruispaar al weer het oui-woord horen geven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Geschiedenis en toekomst bij elkaar.

 Ondanks het plezier wat we in La Rochelle hebben kijken ook wij vooruit. We zijn namelijk bezig om de overtocht naar de Spaanse haven La Coruña te plannen. De rug van Tineke levert inmiddels zo weinig problemen meer op, dat we de oversteek wel aandurven. Voorwaarde is wel dat het niet erg hard of uit de verkeerde hoek gaat waaien. Met hulp van de weersinformatie via het internet proberen we een voorspelling voor de dagen van de oversteek te maken, om zo de juiste vertrekdatum te bepalen. De eerste twee dagen zien er niet goed uit. Daarna lijkt het beter te worden, maar zeker is dat nog niet. Duurt het ons allemaal te lang, dan kunnen we altijd onze reis langs de kusten nog vervolgen. We horen regelmatig dat we de Spaanse noordkust eigenlijk niet mogen overslaan. Er is ook zoveel moois te zien!

Nu fluit de wind en piepen de stootwillen. We zijn nog niet weg uit het mooie La Rochelle.

 La Rochelle (06-08)

Op de dagen dat we niet reizen besteden we de eerste ochtenduren aan huishoudelijke werkjes en wat kleine klusjes. Als we even pauzeren met een kopje koffie, vraagt Tineke: "Zie je iets aan mij?" Meindert kijkt haar aan en ziet inderdaad iets. De pupil van een oog is veel groter dan van de andere, en reageert niet op licht. Het oog geeft slechts een wazig beeld. Dat is vreemd. Niet alleen vreemd, maar er is duidelijk iets niet in orde.

We vragen in het havenkantoor naar het adres van de dichtstbijzijnde arts. Gelukkig is de praktijk vlakbij de haven en kunnen we er direct terecht. Binnen een minuut zegt hij er zelf niets aan te kunnen doen, maar vindt het nodig dat er zo snel mogelijk een oogarts naar kijkt.  Hij belt twee nummers, krijgt op beide geen gehoor en verwijst dan naar het ziekenhuis. Daar arriveren we in de middagpauze, maar zodra het spreekuur weer begint zijn we snel aan de beurt. Er volgen een serie onderzoeken, terwijl we tussentijds steeds op de hoogte worden gesteld van de resultaten en de volgende stap. We schrikken wel als op een gegeven moment zelfs gesproken wordt over een mogelijke opname. Aan het eind van de lange middag komt de chef de klinieken er bij zitten en wordt alles nog eens op een rijtje gezet. Met het oog zelf lijkt er niets aan de hand. Nogmaals worden we doorgezaagd op het gebruik van medicijnen. Ineens schiet ons te binnen dat Tineke een week geleden een pleister tegen zeeziekte achter een oor heeft geplakt en een dag of wat geleden weer heeft weggehaald. Zou dat de oorzaak kunnen zijn? Nu pas? De chef denkt van wel. We spreken af over een paar dagen terug te komen. Dan kan tegelijkertijd het laatste onderzoek gedaan worden.

Wij gaan enigszins opgelucht terug naar huis. Inmiddels kijkt Tineke met twee ogen slecht. Maar dat komt door het druppelen, wat nodig was voor bepaalde onderzoeken.

  La Rochelle (09-08)

Het is kwart over zeven als we de vouwfietsen op de steiger zetten en op weg gaan naar het ziekenhuis. Het oog is nu weer bijna helemaal normaal. Dat vindt de oogarts ook, zodat de conclusie is dat de Scopoderm pleister de boosdoener geweest moet zijn. Met een uitgebreid verslag van de consulten, het advies om bij herhaling direct weer een arts te raadplegen en een welgemeend bon voyage verlaten we het ziekenhuis. Blij dat er gelukkig geen ernstige problemen zijn en bijzonder tevreden over de wijze waarop wij, tussen alle lopende afspraken door, op een prettige en vriendelijke manier geholpen zijn.

 Terug aan boord gaan we weer eens rekenen aan het weer. Wanneer we morgen vertrekken en reizen met een gemiddelde snelheid van vijf knopen naar La Coruña, dan hebben we gedurende vier tot vijf dagen een gunstige wind. Met een lagere snelheid of later vertrekken lopen we kans om aan het eind van de reis in slecht weer te verzeilen. Het besluit is dan ook snel genomen: nog een laatste rit naar de supermarkt voor verse waren en morgenochtend vroeg op stap. Het doel is in eerste instantie La Coruña, maar deze route geeft ons de mogelijkheid om zo nodig eerder naar de Spaanse noordkust af te buigen om de reis eerder af te breken. Een andere beslissing schuiven we nog even voor ons uit: plakken we nu wel of niet een Scopoderm pleister tegen zeeziekte?

 La Coruña (12-08)

            No por mucho madrugar amanece más temprano.
            (Je kunt zo vroeg opstaan als je wilt, maar de zon zal niet eerder opkomen, oftewel: alles op zijn tijd)

Daar liggen we dan met de Swalker in Spanje! De Golf van Biskaje hebben we achter ons en een nieuw land met nieuwe verassingen voor ons. Bovenstaand spreekwoord, wat we in ons woordenboekje zagen staan, is maar al te waar. Ondanks de tegenvallers met slecht weer en de lichamelijke ongemakken zijn we toch maar mooi hier aangeland.

 Het was een rustige tocht, eigenlijk veel te rustig wat de wind aanging. Hij kwam in het algemeen wel uit de voorspelde richting, maar was veel zwakker. De motor heeft ook nu weer veel werk moeten doen. Dat betekent wel dat we onderweg goed hebben kunnen slapen. Ook hebben we betrekkelijk weinig andere schepen gezien onderweg. Zelfs weinig visserschepen. Misschien vanwege het weekend? In ieder geval was het zo een snelle overtocht: vrijdagochtend vroeg vertrokken uit La Rochelle en nu op zondagavond aan de steiger in La Coruña. Bij aankomst zijn we eerst naar de jachthaven in de stad gevaren, maar daar kregen we te horen dat die vol was. Bij de marina aan de buitenkant is wel genoeg plaats. We weten nu ook waarom. Na het invullen van een uitgebreid formulier waar haven, immigratie en douane tevreden mee wordt gesteld, krijgen we te horen wat een overnachting kost. We hebben geen zin meer om nu nog eens te verkassen, maar morgen doen we dat zeker!

Nu zitten we nog even in de kuip en genieten van de beginnende nacht. Het is nog steeds warm. In het donker vertrekken vissersboten met grote haast naar zee, ons schommelend achterlatend. We gaan nog snel even een e-mail naar de kinderen sturen om te melden dat we aangekomen zijn. En dan een nacht achtereen slapen. Heerlijk!

 La Coruña (14-08)

Spanje betekent vakantieweer: strak blauwe luchten en lekker warm. Zou je denken. Gisteren klopte het, maar vandaag is het even anders. Grote donkere wolken jagen door de lucht, de wind laat flink van zich horen en alleen de temperatuur is nog zomers: 27 graden in de avond. We liggen met een aantal te schepen flink te dobberen, aan een ankerboei of achter eigen anker. Ze komen uit alle windstreken. Naast ons een Duitser die op weg is naar het noorden. Verderop liggen twee boten met de vlag van Australië achterop. Engelsen, Finnen, maar geen van allen vindt het weer om de zee op te gaan. Evenmin trouwens om naar de wal te gaan in de bijboot. Dus blijven we hier lekker schommelen en wachten tot de wind wat wil bedaren. Die weersvoorspelling in La Rochelle klopte dus wel degelijk!

Gisteren zijn we La Coruña wezen verkennen. Langs de vissershaven staan oude huizen van vele verdiepingen, waarvan de balkons met ramen zijn afgesloten. Op deze manier zijn ze ook bij harde wind te gebruiken. De bijnaam voor La Coruña is dan ook: de glazen stad. Die is dus niet alleen in Nederland te vinden. Het oude centrum is er direct achter. Op de Praza Maria Pita, een groot verkeersvrij plein, wordt een toneel opgebouwd voor een openluchtvoorstelling. Eén zijde wordt volledig in beslag genomen door het stadhuis, wat in de steigers staat. Aan de andere zijden strekken zich grote terrassen uit. Vanaf het plein lopen smalle straatjes. In één ervan zitten uitsluitend eetgelegenheden, met de tafeltjes tot op de straat. Je laveert als het ware tussen de etenden door. Een ander straatje heeft allemaal winkeltjes. Net als overal vinden we ook hier voor het merendeel kledingzaken. Maar een warenhuis zie je hier niet. Nu kan ook komen omdat we op het verkeerde moment in de stad lopen. Tussen één en vijf uur zijn bijna alle winkels gesloten. Daarna zijn ze weer open tot een uur of half negen. We moeten nog wennen aan het nieuwe leefritme. Dat doen we maar met een ijsje uit een kiosk die wel open is.

Camariñas (17-08)

Het was de bedoeling om vandaag met de trein vanuit La Coruña naar Santiago de Compostella te gaan, maar we liggen nu voor anker voor de kleine vissersplaats Camriñas. Toen we gisteren weer eens naar de lange termijn weersvoorspelling keken, bleek dat de twee volgende dagen geschikt waren om Kaap Finisterre te ronden. Daarna zouden er weer een aantal dagen met te harde wind volgen. Met de verhalen in het achterhoofd van zeilers, die soms een week of meer op een dergelijke gelegenheid wachten, aarzelen we niet en zetten Santiago maar even in de koelkast.

De Spaanse kust verschuilt zich nogal eens in de nevel. Maar wanneer hij dan ineens te voorschijn komt is die hier best mooi. Een hoge kust tot wel 400 meter met rotsen en zandstranden, het is er allemaal. Maar ronden we dan echt de meest westelijke kaap van Spanje: Kaap Finisterre. Hebben we weer wat te vieren. Daarna duiken we de Spaanse Rias in en gaan we weer op zoek naar een bus of trein die ons naar het bedevaartsoord brengt. Want dat moeten we natuurlijk wel gezien hebben.

 Portosino (19-07)

Buiten de poort van de jachthaven gaan we linksaf en volgen de weg tot de rotonde met de pizzatent. Daar links aanhouden, eerste weg links omhoog en de kruising oversteken. Voor de bank wachten en de hand opsteken als de bus komt. We volgen de instructies van de haven precies, en staan een kwartier te vroeg op de juiste plek. We kijken om ons heen en zien inderdaad geen enkel teken dat hier een bushalte is. Als er meer mensen komen is het ons duidelijk: we staan goed. De dame op het havenkantoor heeft het ons allemaal goed uitgelegd hoe we in Santiago de Compostela moeten komen. Eerst met de bus naar Noia en daar overstappen op een andere buslijn. We krijgen ook nog kopieën van de dienstregeling mee, dus er kan niets misgaan.

Een uur later staan we in Santiago, ergens aan een drukke straat. De buschauffeur heeft ons gezegd hier uit te stappen en dan omhoog te lopen. We lopen een stuk, vragen nog een keer de weg en komen dan ineens in een straat waar mensen lopen met een grote stok in de hand. We zijn op de goede weg. We hebben gelezen dat de pelgrims te herkennen zijn aan een cape, staf en een vilten hoed versierd met st.-jacobsschelpen. We zien dat de huidige pelgrim naast de grote stok meestal ook uitgerust is met een fiets met bepakking of een enorme rugzak. Ze onderscheiden zich duidelijk van de normale toeristen zoals wij. En waarom wil iedereen dan naar Santiago de Compostela?

Volgens de legende zijn de beenderen van de apostel Jacobus naar Grafici"e gebracht. In Santiago zouden de beenderen in het jaar 813 ontdekt zijn, waarna een kathedraal voor hem is gebouwd. Zo werd het een bedevaartsoord, waar zelfs in de middeleeuwen al pelgrims uit heel Europa naar toe kwamen. Er zijn verschillende routes die er naar toe leiden. Het blijkt dat de route die wij vandaag hebben afgelegd een stukje is van de zogenaamde Portugese route is. Maar het was lang geen 100 km, laat staan dat we die gelopen hebben. Dus voldoen we niet aan de criteria om in aanmerking voor het certificaat wat de pelgrims krijgen in één van de bijgebouwen van de kathedraal. Daarom gaan we de kathedraal zelf maar eens bekijken. We maken nog net het staartje mee van een kerkdienst, maar helaas zonder het slingeren van het enorme wierookvat. Bij belangrijke diensten zijn er acht mannen voor nodig om het boven het altaar te laten slingeren. Nu volgen we voetje voor voetje de mensenmassa, langs alle kapellen met elektrische kaarsjes, het Postaal van de Glorie en het hoogaltaar. De lange rijen voor de crypte en voor het beeld van de H. Jakobus laten we voor wat het is. In en voor de kathedraal, op het grote plein Praza do Obradoiro, zien we her en der de hedendaagse pelgrims. Allerhande nationaliteiten en alle leeftijden. Staande kijkend naar die imposante kathedraal, zittend in alle rust iets etend of soms liggend met de ogen dicht hebben ze allemaal iets van geluk over zich. Zij hebben het doel van hun reis behaald. Het geeft toch een bijzondere sfeer aan deze plaats. Weer een dag die we met plezier opslaan in ons reisgeheugen.

 Porto Novo (22-08)

Eindelijk weer eens lekker gezeild. Met een wind schuin van achteren en de kluiver uitgerold zijn we rustig van de Ria de Arousa naar de Ria de Pontevedra gevaren. Schitterend zeilgebied zijn die Spaanse Rias. Beschut water om te varen en te ankeren en dat in een omgeving met hoge begroeide heuvels en af en toe een stad of dorp. Nu liggen we weer voor anker, voor het strand in een afgelegen baai. Een uurtje varen van de eerstvolgende jachthaven. Het is in de namiddag, prachtig weer, dus is het strand vol met een hele kolonie Spaanse badgasten. Zodra we het anker hebben laten vallen doet de verhuurder van kano’s en waterfietsen goede zaken. Een rondje Swalker is zeer in trek. Een enkeling durft te zwaaien, maar voor de rest is het alleen maar aapjes kijken. Als de avond valt wordt het rustig op het strand. De medeankeraars zijn allemaal naar hun veilige haven teruggekeerd, dus liggen we heerlijk alleen. Ook de wind, die vanmiddag weer even flink tekeer ging, heeft het wel gezien en laat ons verder met rust. Voor ons het strand en achter ons de Atlantische oceaan. Het is toch wel een aparte gewaarwording. Maar met de wind vanaf de wal ligt het hier prima. De enige golven komen van passerende veerboten en een enkele snelle motorboot. Als het weer morgen hetzelfde is, gaan we maar weer een Ria verder. Ria hoppen zou je het kunnen noemen. In het duister genieten we nog even van de prachtige heldere sterrenhemel, drinken nog wat en zoeken dan onze kooi op om een heerlijke nacht te maken.

 Als we net liggen horen we een motorboot vlak langs varen. Toch maar eens even kijken. Het blijkt een visser te zijn die met zijn nagenoeg onverlichte boot een aantal onduidelijke rondjes vaart en flink wat golven maakt. Als hij verdwenen is vragen we ons af of hij ook iets heeft achtergelaten. Netten of kreeftenkorven of zoiets. Morgen maar eens kijken, het is er nu te donker voor.

Midden in de nacht worden we wakker van de wind die ineens hard door de stagen fluit. We zijn gelijk klaarwakker, want hier hadden we niet op gerekend. Het weerbericht heeft er niets over gezegd. Het bed maar uit en kijken waar die wind vandaan komt. Gelukkig, dezelfde hoek als gisteren. Geen problemen met het anker dus. We gaan maar weer naar bed, maar terwijl we weer in slaap proberen te komen speelt de gedachte ons door het hoofd, wat dan de weersverwachting voor morgen wel zou zijn. Maar weer het bed uit, het mobieltje gepakt en die als wekker ingesteld voor morgenochtend zes uur. Net weer in slaap, begint de telefoon op gezette tijden een kort waarschuwingssignaal te geven. Lamp maar weer aan om te kijken wat er nu weer aan de hand is. Geen netwerk, is de melding. We zitten te ver van de zender en onderdeks in een stalen schip kun je het dan wel vergeten. Dan maar weer uit bed en hem op zijn vaste plaats in het dekhuis opgeborgen. En nu dan maar eens die broodnodige slaap. En ja hoor, nog net niet in slaap geeft het mobieltje weer teken van leven. Het lijkt wel of er een SMS-je binnenkomt. Maar daarvoor is nu in het geheel geen interesse, dus draaien we ons nog eens om, luisteren naar de loeiende wind en vallen in een onrustige slaap.

Om zes uur wekt de telefoon ons voor het weerbericht. Dat is niet alarmerend, dus duiken we nog even het bed in.

Als in de ochtend tijdens het ontbijt opnieuw een visser verschijnt, die met zijn boot op twee meter afstand van de Swalker een lang net in het water gooit, terwijl wij door de wind zeker een meter of tien heen en weer gaan, vinden we het voorlopig wel even welletjes. Zodra hij verdwenen en de Swalker is voorbereid op de voorspelde windracht, halen we het anker op en zetten koers naar het zuiden. Het doel is nu Vigo, lekker even een paar in de jachthaven. Even weer een normale nacht slapen.

 En dat SMS-je? Van de altijd vriendelijke Vodafone, die ons uitgerekend nu pas welkom moest heten in Spanje. En dat we voordelig kunnen bellen, enzovoorts. Aardig hè.

Vigo (27-08)

Vigo, weer een plaats die ons verrast heeft. Met 303.000 inwoners een volwassen stad. De grootste van Galicië en de grootste vissershaven van heel Spanje. De natuurlijke baai, de Ria de Vigo is een natuurlijke haven, die diep genoeg is voor zeeschepen. Die zien we dan ook regelmatig aan de andere kant van de dam van de jachthaven voorbijkomen. Ook de grote cruiseschepen hebben Vigo op hun programma staan. Gisteren is de Rotterdam van de Holland America Lines vertrokken. Wij liggen in de jachthaven tegen het centrum van de stad. Een brede boulevard loopt langs de jachthaven. Altijd lopen daar wel mensen te wandelen, maar vooral in de avond worden de jachten massaal door de wandelaars bekeken.

 De museums zijn hier vrij toegankelijk. Tijdens een wandeling komen we langs het MARCO. Een museum voor hedendaagse kunst. Alleen het gebouw is al opzienbarend. Achter een klassieke Spaanse gevel staat een hypermodern gebouw. Heel veel ruimte voor grote exposities, maar zo ontworpen dat je de weg niet gemakkelijk kwijt raakt. De exposities bevatten veel video, objecten, tekeningen en een aantal prachtige foto’s Normaal zouden we niet snel naar zoiets toe gaan. Maar terwijl we door de zalen lopen zien we een aantal  die we best mooi of interessant vinden. Toch de moeite waard om het gezien te hebben, is achteraf onze conclusie.

 Gisteren zijn we naar Pontevedra geweest. De oude binnenstad is typisch voor Galicië, is ons verteld. En inderdaad. Een wirwar van kleine straatjes, pleintjes met daarop fonteinen of een kruisbeeld. De kerken kunnen we alleen maar van de buitenkant bekijken. Hadden we ook maar niet op zondag moeten gaan. En voor het museum komen we ook te laat. Die is alleen zondagochtend geopend. Maar er blijven genoeg andere dingen te zien. Als we weer in de trein terug naar Vigo zitten, zijn we dan ook blij dat onze voeten even kunnen rusten.

Die trein is trouwens ook een verhaal apart. In Vigo gaan we in het station naar het loket en vragen of één van de mensen engels spreekt. Dat is niet het geval, dus gaan we met handen en voeten en een enkel Spaans woord duidelijk maken dat we een retourtje naar Pontevedra willen kopen. De vriendelijke dame begrijpt dat, want voor de zekerheid vraagt ze nog eens: Vigo para Pontevedra y Pontevedra para Vigo? Dat is duidelijk, dus zeggen we: Si. Ze drukt de tickets, laat ze zien en begint dan een heel verhaal, waarin het woord Pontevedra een aantal keren voorkomt. Na een herhaling is het ons nog niet helder wat de bedoeling is, maar we knikken maar. Na het betalen van acht euro twintig gaan we op zoek naar het perron. Intussen kijken we eens in ons woordenboekje of we wel echt een retour hebben, maar dat is in orde. De treinen zijn hier niet alleen modern en luxe, maar dus ook nog eens voordelig. Als we in Pontevedra  een tijdje moeten wachten voor de terugreis, ontdekken we op de lijst met vertrektijden een aanduiding dat er reservering noodzakelijk is. Dat zou best eens het verhaal kunnen zijn van de dame in Vigo. En inderdaad. Bij het loket krijgen we een extra kaartje waarop de vertrektijd en aankomsttijd staat van de volgende trein. We hebben opnieuw gereserveerd. En zo reizen we een half uurtje later weer met de luxe trein terug naar Vigo. Vreemd, maar soms vinden we het reizen per openbaar vervoer in een vreemd land nog ingewikkelder dan het reizen per schip over zee. Zal wel aan ons liggen….

 Baiona (28-08)

Baiona is niet zo ver van Vigo. Het is de laatste Spaanse haven. Daarna komen we in Portugal. Op 10 maart 1493 arriveerde hier in Baiona de Pinta, een van de karvelen van de vloot van Columbus, om als eerste het grote nieuws over de ontdekking van de Nieuwe Wereld te melden. Nu wij arriveren zien in de baai voor het strand een aantal schepen voor anker liggen. We varen langs de Hexe van Allert en Margo, die we ook in eerder havens hebben ontmoet, en vragen naar de ankergrond. Prima, volgens hen, dus ligt even later ons anker ook vast in het zand van de baai voor Baiona. Een gemêleerd gezelschap om ons heen: een Zweed, een Duitser, een fransman, en Engelsman en natuurlijk een paar Nederlanders.

 Zo langzamerhand zijn we al vrij bedreven in het ankeren. We maken meestal een paar rondjes door het ankergebied om de diepte te bekijken en de ruimte tussen de andere schepen een beetje in te schatten. Als we besloten hebben waar we gaan liggen, maakt Meindert het anker klaar terwijl Tineke de Swalker rustig naar de goede plek brengt. Dan stopt ze het schip af, Meindert laat het anker zakken en laat de nodige ketting uitlopen. Tot slot gaan we op de motor nog eens flink aan het anker trekken, om zeker te weten dat hij zich stevig in de bodem heeft vastgezet. Vandaag ging er echter wat mis. Tijdens het vrijmaken van het anker schiet een stalen pijp uit de handen van Meindert, danst tegen de reling aan en verdwijnt met een boog in het water. Zeven meter diep, dus zien we nooit meer terug.

Wat nu. We zoeken in de voorraad pijp naar de juiste maat, maar die is er natuurlijk niet. Na het eten gaan we in de bijboot de wal op. Baiona blijkt nagenoeg alleen te bestaan uit eet- en drinkgelegenheden. Daartussen toch enkele andere. Maar: geen pijp in de twee watersportwinkels. Evenmin in de gereedschapwinkel. Een reparateur van bromfietsen en motoren weet echter een adresje, een dorpje op een half uur lopen hier vandaan. Daar gaan we dus morgen maar eens op af.

Baiona (29-08)

Vanmorgen na het ontbijt zijn we in Paula, de bijboot, gestapt en naar de wal gevaren. Bij de visafslag zien we een helling, waar we de wal op kunnen. We binden Paula zo vast dat we haar zowel bij hoog als laag water kunnen bereiken. Op de helling is een oude visser zijn bootje aan het schilderen. We laten hem de tekening met het dorp zien waar we naar toe moeten. Hij spreekt geen woord engels, maar met gebaren wijst hij, dat we gewoon de weg langs de zee moeten volgen. Dat is gemakkelijk.

Terwijl we langs het water lopen, valt ons oog op een aantal vrouwen, die soms tot hun nek in het water staan. Ze lijken aan een stok te trekken, maar het blijkt een soort hark met een mandje te zijn. Daarmee harken ze diep door het zand, waarna ze de inhoud aandachtig doorzoeken en af en toe iets er uit halen en in een net stoppen wat om hun middel is geknoopt. We staan er met verbazing naar te kijken. Kan dit nog, anno 2007? Als één van de vrouwen op de kade klimt, vragen we haar wat ze zoeken. Het blijken Almejasschelpen te zijn. Per dag mag één persoon maximaal 5 kilo opharken en aan de visafslag leveren. Het zijn voornamelijk vrouwen die dit werk doen. We wensen haar een goede vangst en lopen verder.

Op een gegeven moment moeten we een kerk aan de rechterhand zien. Dichtbij is niets te zien, maar als we goed kijken zien we in de verte zien we een kerktoren. We vragen nog maar eens aan een paar voorbijgangers, en die wijzen naar het torentje in de verte. Oef, nog een flink stuk doorlopen dus. Maar aan alles komt een eind, en na nog een omweggetje komen we voor de kerk uit. En ja, er tegenover is een smalle straat, waarin een smid met zijn knechten bezig is. We vragen naar de baas. Nu weet een smid in een dorpje in Spanje heel veel van ijzerwerk, maar blijkbaar weinig van Engels. Met een simpele tekening, handen en voeten en een woordje Spaans komen we er uit. Hij heeft niet de juiste maat pijp in roestvast staal, maar wel in gewoon staal. Ook goed, dan kunnen we in ieder geval weer het anker lichten als we dat willen. Voor een bedrag van twee euro zaagt hij een mooi stuk af en gaan wij weer op pad naar de Swalker. Weer een zorgje minder.

 Vanavond lichten de achterburen van ‘Zee Van Tijd’, een Nederlands jacht, het anker om een beter plekje te zoeken. Bij het omhoog takelen blijkt er een volwassen ketting aan het anker te hangen, die pas na veel knutselen vrij te maken is. Zij hebben een nieuw plekje gevonden, verderop, waarschijnlijk met minder troep op de bodem. Wij liggen nog op ons plekje, maar nu met een nieuwe vraag. Wat hangt er aan ons anker als we die ophalen? We willen het voorlopig nog even niet weten.

Viana Do Costelo (31-08)

Op de laatste dag van augustus zijn we Portugal binnengevaren. Het anker ophalen in Baiona bleek een fluitje van een cent. Geen ketting, geen touw, zelfs geen klodders taaie klei. Hebben we ons dus voor niets een beetje zorgen gemaakt. We nemen met goede herinneringen afscheid van Spanje en varen Portugal in. Het land waar we denken deze winter door te brengen. Natuurlijk niet in het noorden maar in het zuiden waar de winters heerlijk zacht zijn. Hoewel, op dit moment is het hier ook stralend zonnig en tegen de dertig graden. Maar in de winter is dat anders, dus blijven we voorlopig de neus van de Swalker nog naar het zuiden houden. Eerst gaan we Viana do Costelo bekijken.