Viana Do Castelo (03-09)

Het is al weer een aantal weken geleden dat we onze laatste gasfles in gebruik hebben genomen. Op de een of andere manier slaagt Tineke er in, om daar bijna een half jaar mee te doen. Toch hebben we liever wat reserve aan boord

en we kijken al een tijdje om ons heen of iemand die prachtige lichtgewicht kunststof gasfles wil en kan vullen. Tot nu toe zonder resultaat. Voor elektriciteitsaansluitingen zie we hoe langer hoe meer de z.g. eurosteker. Wie weet komt er ooit ook nog zoiets voor gasflessen. Maar nu lijkt ieder land zijn eigen systeem te hebben, en is het vullen van een vreemde fles nauwelijks mogelijk. De pilot vermeldt echter dat hier in Viana Do Costelo een firma is die dat wonder voor ons kan verrichten.

Gewapend met naam en adres gaan we op pad. De firma is gevestigd bij de vissershaven, maar die is nogal groot. Na een kwartiertje lopen verschijnt uit een zijstraatje een oude man die op zijn trekkarretje een groene gasfles heeft staan. Raak! We vragen hem in het engels en daarna met handen en voeten, waar de firma zit. Hij antwoordt uitgebreid in het Portugees wat wij weer niet verstaan. We nemen aan dat zijn gasfles nog leeg is, dus lopen we maar achter hem aan. Dat blijkt een goede gok, want vijf minuten later staan we bij het juiste adres. Sim, ze kunnen onze flessen vullen en sim als we ze vandaag (zaterdag) voor één uur brengen krijgen we ze maandagmiddag weer gevuld terug. Terwijl we staan te overleggen hoe we zo snel de flessen hier kunnen krijgen, komt Allert van de Hexe binnenlopen met hetzelfde doel voor ogen. We besluiten om gezamenlijk een taxi te nemen, maar de gasboer heeft een beter voorstel. Hij komt over een half uur de flessen zelf ophalen en levert ze maandagmiddag weer bij de jachthaven of. Dat kan natuurlijk niet beter. En zo gebeurt het ook. Een prima service van de firma Angelo de Silva Lda!

 Zo hebben wij de gelegenheid om Viana do Costelo eens rustig te gaan bekijken. De stad is ontstaan in de 13e eeuw, groot geworden door de visserij in de 15e eeuw en leverancier van schepen en bemanning voor de ontdekkingsreizen van de 16e eeuw. Wanneer we over de pleintjes en de smalle straten van de oude binnenstad lopen, zien we mooie huizen en kerken die nog duidelijk de kenmerken dragen van die tijd. In de straten die van de haven naar het centrum lopen, zien we vaak op de achtergrond de heuvels met daarop prominent een grote witte kerk. Het is de basiliek Santa Luzia, voltooid in 1926, door brand verwoest en daarna opnieuw opgebouwd en een pelgrimsoord.

Op zondagochtend trekken we de wandelschoenen aan en gaan op weg. Voor de pelgrims gaat er een kabeltreintje naar boven, een weg en een voetpad. We kiezen voor de uitdaging: het voetpad. Voor het grootste deel zijn het traptreden, die ons met de nodige rustpauzes tot aan de voordeur van de basiliek Santa Luzia brengen. Van buiten is duidelijk te zien dat de ontwerpers en Sacre Coer in Parijs als voorbeeld hebben gehad. Binnen is het erg druk: er vindt een huwelijksinzegening plaats. Wanneer het jonge paar de basiliek verlaat voor een uitgebreide fotosessie buiten, zien we van de andere kant al weer het volgende bruidspaar aankomen. Zondag is blijkbaar de dag om te trouwen. Verderop in het park rond de basiliek bewaken mannen met grote manden de picknick tafel van hun keuze, en wachten op de familie die nog moet komen. Zij zijn duidelijk met de auto naar boven gekomen. De trap is voor de toeristen, net als de souvenirwinkeltjes en eetgelegenheden rond de basiliek. Het uitzicht is voor iedereen. Aan de ene kant het dal waarin de rivier de Lima vanuit het bergland zijn weg zoekt naar zee, aan de andere kant de Atlantische Oceaan die zo vlak is als het water in het doopvont in de basiliek. Geen wind, dus geen zeilweer. Wanneer we weer via het voetpad teruglopen naar zeeniveau tellen we de treden: het zijn er 674. Voor vandaag genoeg gelopen.

Leixões (06-09)

Van Póvoa de Varzim naar Leixões is het 12 mijl. We nemen ons voor om deze afstand zeilend af te leggen, maar dat is niet zo eenvoudig. Er is de laatste tijd maar weinig wind, variabel in sterkte en richting. Toch is er een vast patroon en daar willen we gebruik van maken. Dat houdt in dat we vroeg in de ochtend of laat in de middag de meeste kans hebben op voldoende wind. Omdat optie twee aantrekkelijker is dan optie één is de keus dan ook snel gemaakt. We melden ons in de ochtend af op het havenkantoor en gaan rustig koffiedrinken. De oostelijke wind neemt na 10 uur al snel af en vanaf een uur of elf is het windstil. Met de zon hoog boven ons zoeken we een plekje in de schaduw. Na de lunch, laten een paar rimpeltjes op het water zien dat er weer wat wind te verwachten is. We wachten nog een half uurtje en maken de lijnen los. We varen op de motor de haven uit en hijsen de kluiver. Met een zuchtje wind en de stroom mee halen we net anderhalve knoop. Ieder half uur neemt de wind iets toe in kracht en blaast ook steeds duidelijker uit het noorden. Met deze wind recht van achteren zetten we naast de kluiver de uitgeboomde fok. Wanneer we voor de haven van Leixões de neus in de wind draaien, blijkt deze langzamerhand tot een 5 Bf te zijn uitgegroeid. Vijf uren gevaren, nog geen uur de motor aangehad, zo zouden we het graag altijd willen hebben.

We blijven hier een paar nachten liggen. Van hieruit is de stad Porto gemakkelijk per bus of metro te bereiken. We gaan die stad eens uitgebreid bekijken.

 Leixões (07-09)

Porto is de tweede stad van Portugal en natuurlijk in eerste instantie bekend vanwege zijn portwijnen. Maar het is ook een mooie oude stad. In de11e eeuw al een stad van betekenis, in de 14e en 15e eeuw zeer welvarend als gevolg van de ontdekkingsreizen en daaropvolgende handel met verre gebieden. Veel ervan is nog bewaard gebleven en te vinden op straat en in de musea.

We gaan met de bus vanuit de haven naar de stad, een drie kwartier reizen. We rijden langs de kust tot de monding van de Duoro en volgend dan deze rivier tot in het centrum van Porto. De steile heuvels aan beide oevers staat veelal vol met huizen en andere gebouwen. Hoge bruggen verbinden noord en zuid. De rivier zelf stroomt erg snel en is vrij ondiep. Geen water wat voor ons bevaarbaar is. We lunchen in een Portugees café voor een habbekrats en bekijken de kathedraal Sé en de kerk van het Sint Clara klooster. De laatste helemaal vol met beeldsnijwerk, hout wat meestal verguld is. Een ongelofelijke hoeveelheid aan beelden en versiering. Een vrouw is bezig de lak van één van de kerkbanken te halen om deze opnieuw te lakken. Op onze vraag waar de grote openingen met tralies achter in de kerk voor dienen, probeert ze het ons in het Portugees duidelijk te maken. Als we dat niet direct begrijpen, komt er een oudere heer bij die engels spreekt. Hij vertaalt haar verhaal. De ruimte achter de tralies zijn verbonden met het vroegere kloostercomplex, waarin drie nonnen ordes waren gevestigd. Vanuit deze ruimte woonden ze de kerkdiensten bij, zonder in contact te komen met het gewone volk. De tralies zijn er nog steeds. In het klooster is nu een politiebureau gevestigd.

Morgen gaan we verder op ontdekkingstocht.

Leixões (09-09)

Vandaag gaan we weer naar Porto. Gisteren zouden we ook, maar dat liep anders. Oftewel, wij liepen anders. Het plan was om in de ochtend eerst een paar boodschappen doen, met het oog op het komende weekend. De bemanning van de Hexe had hetzelfde plan, dus gingen we met vier deskundigen op stap. Eerst liepen we langs het strand richting vuurtoren. Die stond wel op de kaart die we hadden, maar was vanwege de dichte mist nergens te zien. En het kaartje gaf geen enkele aanwijzing of die vuurtoren met aanpalende supermarkt 500 meter of 5 kilometer verderop lag. Na een tijdje lopen vertrouwden we het niet meer. De havenmeester, van wie we het kaartje hadden gekregen, had er een andere winkel op aangegeven, meer in het dorp zelf. We verlegden de koers en via wat kronkels kwamen we uiteindelijk bij de kerk en het postkantoor. Daar moest ook die winkel zijn. Na wat puzzelen, bleekt dat te kloppen, maar het was maar een heel kleine buurtsuper. Binnen twee minuten waren de dames het eens: bijna geen assortiment en erg fris zag het er ook niet uit. Wat nu? Aan de andere kant van de haven hadden we tijdens de busreis naar Porto een grote Intermarché gezien. Opnieuw een eind lopen, maar dan zouden we tenminste zeker zijn dat we kunnen krijgen wat op ons boodschappenlijstje stond. Dan daar maar op af. Aan de overkant van de brug aangekomen, realiseerden we ons dat we voor de Mercado, de overdekte markt waren aangeland. Waarom niet gewoon hier de boodschappen halen? Verser konden we het niet krijgen.

Toen we uiteindelijk weer terug op de Swalker waren hadden we alle boodschappen binnen, maar de pijp leeg. De rest van de dag hebben we ons maar aan boord vermaakt.

 Nu zitten we bovenop de open dubbeldekker, die de sightseeing verzorgt in Porto. Vaak vinden we dit de ideale manier om een indruk te krijgen van de toeristische hoogtepunten van een stad. We rijden langs het São Bento-station, waarvan de muren van de stationshal bedekt zijn met azuleos. Op deze tegeltableaus staan onder andere voorstellingen van oude vervoermiddelen en historische taferelen. Verder naar het westen leidt de route langs de Jardim do Palácio de Cristal. Maar in het mooie park is het kristalpaleis van Porto uit 1861 verdwenen. Sinds de jaren vijftig staat er nu een betonnen bouwwerk wat zijn bijnaam de halve sinaasappel alle eer aandoet. Jammer. Maar er zijn nog genoeg andere mooie dingen over. Via de Ponte de Dom Luís I, een brug van twee verdiepingen over de Douro, komen we in Vila Nova de Gaia. Hier, recht tegenover het oude Porto, staan de productiebedrijven van de portwijn. Elke straat hier heeft wel één of meer porthuis, op de daken staan de bekende namen als Cálem, Graham, Taylor en Sandeman. Het is hier een drukte van belang. Drommen toeristen worden met busladingen vol aangevoerd en om de tien meter probeert een vertegenwoordiger van een porthuis ze over te halen om een bezoek te brengen aan hun eigen merk. Met rondleiding én proeven! Wij laten dit maar aan ons voorbijgaan en laten ons liever verrassen door een paar prachtige plekjes in de oude binnenstad van Porto.

Figueira da Foz (11-09)

Vandaag zijn we maar eens Figueira da Foz gaan bekijken. We moeten wat boodschappen doen en volgens de reisgids is er wel het één en ander te bekijken. Dat valt best tegen, merken we. Het belangrijkste hier is het strand, honderden meters breed en kilometers lang. Maar dat is niet aan ons besteed.

 In de reisgids lezen we dat er een gebouw in Figueira da Foz is, waarvan de muren bedekt zijn met 8000 Delfts blauwe tegels. In de late 17e eeuw is een schip met die lading hier gestrand. De Portugese gewoonte, om muren te bekleden met tegeltjes, maakte dat de lading een goede bestemming kreeg.

Terwijl we in de stad lopen schiet ons dit verhaal te binnen. De reisgids ligt aan boord, maar we staan vlak bij het toeristenbureau, dus eens even informeren waar dat huis staat. We lopen naar binnen. Een man zit op een bank, maar hij beduidt dat wij aan de beurt zijn. Als we in ons beste engels de vriendelijke dame achter de balie het verhaal hebben gedaan, verschijnt er een groot vraagteken op haar gezicht. Waar hebben die lui het over? Gelukkig heeft ze een collega, aan wie we het verhaal nog eens voorleggen. Schipbreuk, Delfts blauwe tegels en een huis, een Casa de huppeldepup. Hij krabt zich eens achter zijn oor, kijkt rond maar er zijn verder geen andere collega´s en vraagt ons dan het verhaal nog eens te vertellen. Een huis, ja in Figueira da Foz, een schipbreuk, ja ja, en tegeltjes uit Holland, euh euh? Dan komt de heer op de bank overeind en begint zich er mee te bemoeien. In het Portugees volgt nu een discussie waar wij geen touw aan vast kunnen knopen. Allemaal kijken ze ons aan, tot ineens één van drie uitroept: Casa Do Paco! Maar natuurlijk, daar hadden ze nog niet aan gedacht! Snel komt een plattegrond op de toonbank, het cijfer drie wordt omcirkeld en ze vragen ons of we ons in de bijbehorende tekst herkennen. Build as summer residence for the Bishop-Count of Coimbra…… the wall coverings of traditional blue tile… most important collection of Dutch blue tiles in Portugal! Hebbes! Wij wandelen door de stad naar het aangegeven gebouw. We bekijken de muren aandachtig, maar alleen de onderzijde van de gevel heeft een veelkleurige tegel. Zou er vroeger in Delft naast blauwe ook nog andere kleuren tegels gemaakt zijn? We maken wat foto’s en gaan terug naar de boot. Dat is niet zo ver, want de Swalker blijkt recht voor de Casa Do Paco te liggen!

In de avond zitten we in de kuip en lezen we nog eens rustig alle informatie door. En wat blijkt? De tegels prijken binnen op de muren van 4 kamers! En ze zijn nog te bezichtigen ook! Maar dan moet je wel aan de achterkant van het gebouw naar binnen. We kijken nog maar eens naar het gebouw voor ons en lachen. Wat voor toeristen zijn wij toch! Morgen gaan we weer verder, die tegels zullen we niet zien, maar we hebben wel weer wat beleefd. Het lot van een reiziger, zogezegd.

 Nazaré (14-09)

Toen we hier een paar dagen geleden aankwamen, beantwoordden we de vraag hoe lang we hier bleven, met: maar één nachtje. Maar we liggen nog steeds in Nazaré. Dat komt zo.

 In de afgelopen dagen merkten we dat de olie, die de schroefas smeert, een beetje aan het verkleuren is. Niet meer transparant geel maar een beetje dof wittig. Een teken dat er water bij komt doordat de afdichtingring aan het verslijten is. Nog niet alarmerend, maar wel iets om wat voorbereidingen voor te treffen.

We beginnen met ons Swalker notitieboek. In de overleveringen van de vorige eigenaar staan keurig de maten van de betreffende ringen. Een goed begin, maar we willen meer weten. We gaan eens zoeken op het Internet en vinden, dat die ringen om de twee jaar vervangen moeten worden. Dat moet dan maar het komende voorjaar bij de anti fouling beurt. We zoeken op het net verder naar een schematische tekening van dit soort schroefasafdichtingen, maar kunnen die niet vinden. Met enig logisch redeneren, komt het benodigde aantal ringen op drie.

Een volgende vraag is: hoe kom je eraan. In een haven met veel grote (vissers-)boten, zoals Nazaré, lijkt de kans het grootst. Voor we op informatie uitgaan, is het wel handig te weten hoe die dingen er precies uitzien. Zeker omdat onze kennis van het technisch Portugees nog niet zo groot is. Gelukkig bungelen er twee van die ringen om de schroefas in de machinekamer. Aandachtige bestudering met lamp en leesbril geeft uitsluitsel: ze heten Simmerringen. Al gravende in onze eigen voorraad ringen vinden we een kleinere uitvoering van dezelfde ringen. Gewapend met dit exemplaar en de juiste maten gaan we op weg naar de havenmeester. Hij verwijst naar de andere kant van de haven, waar een botenbedrijf is. Die zou het wel eens kunnen hebben.

Daar aangekomen blijkt onze vraag, of ze 4 van deze ringen kunnen leveren, gelijk duidelijk te zijn. De vriendelijke jongedame achter de balie herhaalt onze vraag in het Portugees naar haar baas, die verderop achter een bureau zit. Hij antwoordt iets, wat daarna door een andere man achter de balie vertaald wordt: ze hebben ze nu niet in voorraad, maar morgen kunnen we ze ophalen. Ho, wacht even! In onze reisgids staat dat morgen in Portugal niet altijd exact morgen is, maar soms wel eens wat langer kan duren. We vragen via heer, dame en baas of het niet vandaag kan. Misschien, zegt de baas via dame en heer. Maar is het dan in ieder geval morgen voor de middag? Waarschijnlijk wel, is het antwoord. We geven aan dat we eigenlijk de volgende dag wel willen vertrekken, maar geven ze het voordeel van de twijfel en ons telefoonnummer.

Natuurlijk is er geen telefoontje gedurende de middag. De volgende dag gaan we maar eens informeren hoe het er mee staat. We horen dat degene die de ringen moet halen, nog onderweg is. Met een uur verwachten ze hem terug. Wij gaan naar de stad, waar op de vrijdag openluchtmarkt is. Als we om twee uur terugkomen, vinden we echter de deur van het bedrijf gesloten. Middagpauze? Weekend begonnen? We gokken op het eerste en gaan na een uurtje nog maar eens kijken. En voorwaar. De ringen liggen klaar. Helaas had de groothandel maar drie. Daarom wordt de prijs ook nog eens naar beneden afgerond. Onze voorgevoelens blijken in dit geval dus totaal ongegrond te zijn geweest.

 Niets belet ons nu meer om morgen te vertrekken naar een volgende haven. En de uitspraken van de reisgids zullen we in het vervolg toch wat kritischer interpreteren.

Lissabon (18-09)

Vroeg in de ochtend halen we in de baai voor Cascaïs het anker op en hijsen alles wat we aan zeilen hebben. Vandaag gaat het naar Lissabon. Er staat weinig wind, maar misschien hebben we geluk en kunnen we met een zeebries de Taag opvaren en zo de Alcantara jachthaven bereiken. Het gaat niet erg snel, maar dat geeft ons de gelegenheid om de schepen om ons heen te bekijken. Natuurlijk zwermen her en der de visserbootjes. Meestal zijn dat open boten van een meter of zes, die druk doende zijn met netten of kreeftenfuiken. De zeeschepen, hoofdzakelijk volgestapeld met containers, blijven in de diepe vaargeul. Daar hebben we nauwelijks hinder van. Schuin van achteren nadert een boot, die we eerst niet goed thuis kunnen brengen. Hij lijkt eerst vrij klein, maar wanneer we de kijker gebruiken zien we dat het de commandotoren van een onderzeer is. Als hij dichterbij is gekomen, komt ook de romp boven water en passeert ons met forse snelheid. Hoe zou dat zijn, vragen we ons af, om zoiets 's-nachts tegen te komen?

 In de monding van de Taag zien we een aantal forten, zowel in het water als aan de oever. Dé manier in voorbije eeuwen om de achterliggende stad te verdedigen tegen vijanden. Soms is er alleen nog maar een ruïne van over, maar van verre zien we op de noordoever de Torre de Belem. Toen het rond 1520 werd gebouwd, lag het midden in de rivier. Nu ligt het tegen de oever aan. Het ziet er prachtig uit met zijn torentjes en kantelen, dus dat willen we zeker gaan bekijken. Even verderop staat een gigantisch monument, wat duidelijk met de ontdekkingsreizen te maken moet hebben. Tegen de tijd dat we daar zijn houdt de wind het helemaal voor gezien. We strijken de zeilen en gaan de laatste mijlen op de motor verder. De haven waar we naar toe willen ligt niet ver achter de Ponte 25 de Abril, oftewel de Brug van de 25e april. Vroeger heette deze de Ponte Salazar, naar de dictator die hem in 1966 heeft laten bouwen. Na de revolutie van, jawel, 25 april 1974 lag de nieuwe naam voor de hand. Een stalen constructie van twee verdiepingen, die lijkt op de Golden Gate Bridge in San Francisco, verbindt hier de oevers van de twee kilometer brede Taag voor auto- en treinverkeer. De doorvaarthoogte is 70 meter, dus zowel de Swalker als het cruise schip Queen Mary II kunnen er probleemloos onderdoor. Direct daarachter verschijnt op de zuidoever het beeld Cristo Rei, een Christusbeeld 28 meter hoog op een voetstuk van 82 meter. San Francisco en Rio de Janeiro vlak bij elkaar dus in Lissabon. Dat belooft wat.

 Wanneer we uiteindelijk in de haven liggen maken we plannen om de stad te bekijken. In onze reisgids staan de diverse oude wijken in aparte hoofdstukken. We nemen ons voor om voor elke wijk één dag uit te trekken. We zien wel hoe lang we dat volhouden. Er is ook zoveel te zien wat ons interesseert.

Lissabon (21-09)

Tijdens de sightseeing in Porto hadden we als achtergrond op onze informatie koptelefoons prachtige fado muziek. Fado, dé muziek van Lissabon, zo is ons van alle kanten verzekerd. Gelijk bij aankomst gaf één van de havenmeesters ons ongevraagd het advies: als je originele fado wilt horen moet je naar de wijk Alfama. Tijdens onze wandeling door deze wijk zien we dan ook diverse restaurants waar grote borden aangeven dat er zowel gegeten als naar fado geluisterd kan worden. Op een pleintje zien we in een hoek een klein restaurant, wat ons wel wat lijkt. We nemen een visitekaartje mee en lopen weer verder.

 De volgende dag lopen we 's-avonds weer door dezelfde wijk. We weten ongeveer waar we moeten zijn, maar in het donker en via een andere route twijfelen we bij ieder straatje en steeg. We komen langs een ander fado restaurant wat trots zijn Michelin sterren laat zien. Dit zoeken we dus niet. Even verderop ziet het er beter uit, maar er zit niemand binnen. Dan toch nog maar eerst proberen het restaurant van het kaartje te vinden. We vragen aan een voorbijganger de weg en dan blijkt het om de hoek te liggen.

Ondanks dat het rond achten is, zijn we vrij vroeg. Het restaurant is maar half vol. We nemen wat te drinken en bestuderen de menukaart. Wanneer we naar bepaalde details vragen, wordt er iemand bijgehaald, die ons vraagt naar onze voorkeur en dan een bepaald gerecht aanwijst. Langzaam maar zeker komen er steeds meer gasten binnen. Een hele familie gaat aan de tafel achter ons zitten, het is duidelijk dat oma jarig is want een ieder feliciteert haar. Dan gaan de guitarista (speelt op en soort mandoline) en de viola (speelt op de gitaar) voor de bar zitten, spelen een paar akkoorden en een oude baas neemt het woord. Hij stelt in het Portugees de musici voor en begint dan zelf te zingen. Wat een stem heeft die man! Iedereen is stil en luistert aandachtig. Na drie liederen nodigt hij een zangeres naar voren die dan drie liederen zingt Het laatste heeft een refrein, wat door meer dan de helft van de aanwezigen meegezongen wordt. De Portugezen zijn blijkbaar in de meerderheid, hier. Na een pauze, waarin we weer wat kunnen praten en eten wordt er weer gezongen. Op een gegeven moment komt er een andere zanger en zangeres binnen, die ook een aantal liederen laten horen, en vertrekken daarna weer. Naar een ander restaurant, waarschijnlijk. Plotseling gaan de lichten uit, komt het verjaardagstoetje met sterretjes van oma binnen en zingen we allemaal onder aanvoering van de fado zangers het Happy Birthday op zijn Portugees. Wanneer wij tegen middernacht opstappen om de laatste tram naar de jachthaven niet te missen, is het er nog steeds stampvol en uitermate gezellig. Dit is een bijzondere ervaring, beseffen we. Fado beluisteren samen met de Portugezen maakt dat het geen voorstelling is, maar een gezamenlijke belevenis. Oh ja, ook de menukeuze was een schot in de roos.

Lissabon (24-09)

Het is negen uur in de avond. Binnen is het 24 graden, buiten is het iets koeler. We zitten buiten in de kuip om het laatste kopje koffie van de dag te nuttigen. We hebben de pijp weer leeg. Bijna een week in Lissabon, bijna iedere dag de stad in en bijna iedere keer weer zijn we onder de indruk van wat we hebben gezien. Aan iedere wijk van de oude stad besteden we een dag. Ondanks de rampzalige aardbeving en overstroming, die de stad in 1755 trof en veel heeft verwoest, is er nog enorm veel moois te zien. Trouwens, ook de wijk waar in 1998 de wereldtentoonstelling heeft plaatsgevonden, met al zijn moderne gebouwen vinden we eveneens de moeite van het bekijken waard.

 Vandaag achtereenvolgens de supermarkt, de toren van Belem, het monument van de ontdekkingsreizigers en het klooster van Sint Jan bezocht. De één nog mooier dan de andere. Maar zowel de voorraadkast als ons cultuuropnamevermogen begint al aardig vol te raken. Daarom morgen waarschijnlijk maar één museum. Even kalmpjes aan.

 Vanmiddag; we lopen over de boulevard van de toren van Belem naar het monument van de ontdekkingsreizigers en zien naast ons op de Taag een groot aantal zeilboten varen. Blijkbaar wordt er een race gehouden. Een leuk gezicht, al die boten op het water. En het waait nog redelijk ook, dus zit er ook nog beweging in. Aan de andere kant van de boulevard ligt een vijver. Ook daar vaart een zeilboot, maar dan in een miniatuur uitvoering. De schipper staat op de wal met de afstandsbediening in de hand. Het zeilschip komt echter niet vooruit, en als we dichtbij komen zien we ook de oorzaak ervan. Het wordt door de wind tegen een soort drijvende paddestoel aangeblazen en ligt muurvast. Op lager wal, zoals we dat noemen. De schipper probeert alle trucjes, maar het helpt niets. Zeilen strakker en de boot helt meer. Zeilen losser en het komt weer overeind. Maar het blijft midden in de vijver onbeweeglijk tegen de paddestoel liggen.
Dan komt een collega zeiler met zijn eigen modelboot. Snel wordt die opgetuigd, van een opgeladen batterij voorzien, te water gelaten en met een vaartje gaat het recht naar het vastgelopen schip. De eerste dreun heeft geen resultaat, het schip blijft liggen. Schip twee gaat overstag, vaart in een grote cirkel en dan weer met volle vaart tegen het vastgelopen schip. Ja, het lukt! Schip 1 schiet los, krijgt de wind weer in de zeilen en vaart weg met een opgeluchte schipper op de wal. Maar helaas! Schip twee blijft achter en zit nu vast aan hetzelfde ding. Balen! De rollen worden omgedraaid en schip 1 neemt een aanloop om dezelfde truc toe te passen. Poging één mislukt, poging twee eveneens. Daarom maar eens aan de andere kant proberen. Poging drie begint met een nog grotere aanloop, de wind haalt nog iets aan en met een flinke klap raken ze elkaar. Tot verbazing van de schippers en de groep omstanders komt er nu naast de paddestoel en het vastgelopen schip een stuk slang boven water. Dat is dus de oorzaak, daar blijven ze met de kiel in haken. Met de nodige omzichtigheid ondernemen de schippers nog een paar nieuwe pogingen. Wanneer het bij de zoveelste klap lijkt dat beide schepen vast zijn komen te liggen, helpt de wind toch een handje en komen ze beide vrij. Opgelucht sturen de beide schippers hun boten zo ver mogelijk van dat rare obstakel in de vijver. En de omstanders druipen af. Eigenlijk zaten ze te wachten tot het moment dat er broekspijpen opgerold zouden worden. Maar ja, we hadden het kunnen weten. Zeilers geven niet zomaar op!