Cagliari (01-08)

Het is heet in Cagliari, heel heet. Bepaald niet ons weertje om lekker bezig te zijn. We proberen ons er maar een beetje aan te passen. In de ochtend of laat in de middag op pad om dingen te bekijken of boodschappen te doen. Tussen één en vier uur zoeken we een koele plek en verroeren ons niet.

Maar gedurende deze week hier hebben we toch een aantal dingen op onze wensenlijst om te bekijken.

 Cagliari is de hoofdstad van Sardinië. Zoals op meer plaatsen op het eiland hebben Phoeniciers, Carthagenen, Romeinen, Pisanen en Spanjaarden er in de loop van de tijd hun sporen achtergelaten. Veel ervan is in het centrum te zien: het Castello. Het is een half uurtje wandelen vanaf de jachthaven langs drukke verkeersaders. Dan moeten we omhoog. Steil oplopende straten brengen ons bij het Bastion San Remy. Oei! Voor en achter de hoge poort zien we vele trappen die naar boven voeren. Niet zo goed voor ons loopwerk. We bestuderen de kaart en zien dat er ook een weg naar boven moet gaan. Steil, maar altijd beter dan traptreden. Het lukt, en als we uiteindelijk boven staan kijken we uit op Cagliari, de haven en verre omgeving. Jammer dat het wat heiig is. Als we het hele bastion rondlopen, zien we ineens een lift! Natuurlijk aan de andere kant dan die wij gekozen hebben.

Binnen het Castello zijn de straten nauw en bieden dus veel schaduw. Lekker om te wandelen. Natuurlijk kunnen we de Cattedrale niet overslaan. Het ziet er allemaal erg fris en kleurig uit. Waarschijnlijk nog niet zo lang geleden gerestaureerd, denken we. Bij het altaar staan een aantal vervaarlijke marmeren leeuwen die de gelovigen aankijken. Terwijl we ze proberen te fotograferen komt de koster, rammelend met een bos sleutels, ons manen de kathedraal te verlaten. Het is half één, en dan gaat alles zo’n beetje dicht. In een mum van tijd staat iedereen buiten op de trappen en knarst de sleutel in het slot.

We lopen langs het Romeinse Amfitheater, die destijds de gehele bevolking van 20.000 zielen kon bevatten. Nu is men bezig met de voorbereidingen van een concert; het is nog steeds in gebruik. Verderop is de Botanische Tuin. Bij de ingang horen we dat de tickets op zijn, maar we mogen wel naar binnen. Tussen alle bomen, struiken en cactussen zien we een bankje, onder de schaduw van een tentzeil. Even zitten. Het duurt niet lang of de ogen vallen dicht en hebben wij even onze siësta.

Later bezoeken we het Archeologisch museum. Hier zien we de beelden en bustes van goden en godinnen die gevonden zijn in Nora, de plaats waarbij we hebben geankerd. Ook de sieraden en munten hebben hier een plaats gekregen. Het meest bijzondere zijn de bronzen beeldjes tussen de dertig en negentig centimeter hoog. Soldaten, jagers, atleten, herders, dieren, moeders met hun kinderen, soms gestileerd maar duidelijk herkenbaar en gedetailleerd. Deze offerbeeldjes zijn afkomstig van de nuraghi, die 3500 jaar geleden op Sardinië leefden. Opgegraven o.a. bij Su Nuraxi, waar een groot wooncomplex ontdekt is. Dat willen we wel eens zien.

 We huren samen met Jaap en Diana een auto en gaan op stap. Onderweg zien we in het heuvellandschap af en toe een ruïne van een toren bovenop een heuvel. Soms zijn er alleen een stapel stenen. Ongeveer 50 km noord van Cagliari, vlak bij het dorpje Barúmini wijzen borden ons de weg naar Su Nuraxi. Het lijkt zo van afstand ook een stapel stenen op een heuvel te zijn. Het bordje bij de afrastering meldt dat we alleen met een gids verder mogen. Gelukkig spreekt deze Engels, zodat niets van de uitleg ons ontgaat. De gids zoekt de schaduw van een boom op en vertelt over het ontstaan. Het oorspronkelijke verblijf was rond 1500 v.C. één toren, waar in de loop van de jaren vier torens aangebouwd zijn. Later kwam daaromheen een muur met een aantal torens en daaromheen uiteindelijk een groot aantal woningen. We zijn dan in de Romeinse tijd, in het jaar 500 n.C. De oorspronkelijke nuragh toren lijkt van buiten net een grote stapel stenen, allemaal netjes opgestapeld. Een stalen trap aan de buitenzijde brengt ons naar boven, waar een smalle ingang blijkt te zijn, 8 meter boven de grond. Achter die ingang blijkt een gang, waar een steile stenen trap ons weer naar beneden brengt. De stapel stenen blijkt dus hol te zijn. Ze zijn zo gestapeld, dat er in de toren een aantal ruimtes ontstaan, een stelsel van kamers en gangen. De muren zijn soms 7 meter dik. Woonruimtes met verdiepingsvloer, voorraadkamers, slaapnissen, het archeologisch onderzoek heeft veel duidelijk gemaakt. Hier zijn dus die bronzen beeldjes gevonden, die we in het Archeologisch Museum hebben gezien. Nog zijn er nog vele vragen, zoals hoe men het klaar heeft gespeeld om stenen van soms 3000 kg. Over kilometers afstand te vervoeren en die omhoog te krijgen om te stapelen. Ook is een grote vraag waarom deze plaats op een gegeven moment weer verlaten is. Een geluk voor ons, want nu kunnen wij ons proberen voor te stellen hoe deze mensen 3500 jaar geleden geleefd hebben. En er is nog veel te ontdekken. Alleen al in deze buurt zijn er 80 plaatsen, waarvan de naam op de één of andere manier in verband gebracht kan worden met de Nuraghs. Er ligt waarschijnlijk nog veel verborgen.

Buiten praten we nog even wat met de gids. Na de koelte van de torens lopen we tegen een muur van de hitte. Zelfs de gids heeft er duidelijk moeite mee. Dit weer is zelfs voor Sardinië niet normaal, zo bevestigt hij.

 Na de middag rijden we verder noordwaarts. Al snel verandert het landschap van weids heuvelland in bergachtig terrein. Dorpjes worden schaars en het uizicht steeds mooier. We zijn in het Gennargente gebergte. Borden langs de weg die waarschuwen voor slipgevaar tijdens sneeuwval doen lachwekkend aan bij 35°C. Toch ligt er hier in de winter sneeuw en zijn hier de enige ski voorzieningen van Sardinië. Als we door een dorpje rijden lijkt het volledig verlaten. Deels is dat ook zo. Voor WO II woonden er arme schaapherders, arm en erg geïsoleerd. In de vijftiger jaren zijn veel inwoners van dit gebied geëmigreerd. De achterblijvers hielden zich bezig met het kidnappen van welgestelde industriëlen en hun families, met als hoogtepunt de jaren 1966-68. Daarna is het afgenomen. Toch is in 1992 nog een 8-jarig jongetje van een rijke familie gegijzeld geweest gedurende zeven maanden. Rondkijkend kunnen we ons voorstellen dat je je in dit gebied gemakkelijk kunt verbergen. Nu probeert men toeristen te trekken, Het is een prachtig gebied, en het heeft momenteel een groot voordeel ten opzichte van de kust: de temperatuur is op 1500 m bepaald aangenaam te noemen!

  05-08-2008  Vaarwel Kiara!

Vanaf Mahon op Menorca tot vandaag hebben de Swalker en de Kiara samen op gevaren. Dezelfde route, dezelfde doelen en natuurlijk ook een stukje gezelligheid, maakten dat dit spontaan gebeurde. Vandaag waren de routes verschillend: Jaap en Diana wachten op de juiste gelegenheid om naar het zuiden, Sicilië te gaan. Wij hebben de oostkust van Sardinië bereikt en gaan weer naar het noorden, richting Corsica. Goede reis, Kiara!

09-08-2008  Vreemde winden

Bij Arbatax, naast de haven is een baai die bescherming biedt bij westelijke winden. Iedere weerprofeet voorspelt een harde westelijke wind, maar hier waait het hard uit het noordoosten! Schijnt een gevolg te zijn van die hoge bergen om ons heen. Liggen we dus toch weer te slingeren. Maar we hebben eindelijk weer even een Internet verbinding en dat maakt dat we toch maar blijven liggen. Even Skypen met de kleinkinderen…..

10-08-2008  Strandmuziek

Pas als het anker valt en de motor uitgezet wordt horen we het. De disco, luid en doordringend. Maar het is pas vijf uur in de middag! Het geluid komt overduidelijk van het strand voor ons. Achter de rijen blauwe parasollen staat de strandbar, met disco. Verder bevalt deze ankerplek prima, dus blijven we maar liggen.

Om acht uur verdwijnt de zon achter de bergen, de badgasten massaal achter het duin en verdwijnt ook het discogeluid meteen. Stilte. Lekker! Wij stellen ons echt wel iets anders voor bij een dagje naar het strand. Zal wel ouderwets zijn.

11-08-2008  Natuur ankeren

Na een lekkere dag zeilen naderen we Cala Coda Cavello. De baai ligt stampvol met motor- en zeiljachten. En ze liggen allemaal achter hun eigen anker! Vreemd! Volgens de pilot is dit een natuurgebied. “Gij zult niet ankeren maar uitsluitend de ankerboeien gebruiken”. Maar we zien geen enkele bruikbare ankerboei. Dus gaat ook ons eigen anker overboord. Midden tussen allemaal motorjachten, die echter één voor één verdwijnen. Alleen de zeiljachten blijven over om te overnachten.

14-08-2008  Groot en Klein 

In de haven van Olbia liggen we aan de kade. Het is wel weer eens gemakkelijk, om zomaar van boord de wal op te kunnen stappen. Jachten mogen vrij aan de kade liggen, maar moeten op ieder moment wijken voor grote jachten die gereserveerd hebben. Wat grote jachten zijn? Voor ons ligt de DayBreak, een motorjacht van naar schatting vijftig meter. Achter ons de Mirabelle V, een zeiljacht mogelijk honderd meter lang. Zeker veertien man personeel aan boord. Zijn wij blij dat we de Swalker lekker samen kunnen varen! En superjacht of Swalker, we hebben af en toe dezelfde problemen. Dit schoot door ons heen toen we bij de DayBreak kapoote accu’s van boord zagen sjouwen. Wanneer gebeurde ons dat ook al weer?

 15-08-2008  Ander weer

Als zeilers elkaar onderweg treffen, praten ze altijd over de reis, de schepen en het weer. Vandaag is het vooral het weer. Er is storm voorspeld. De haven van Olbia stroomt vol omdat een ieder beschutting zoekt. En het weer is ineens finaal anders: er zijn wolken, soms een spatje regen en de voorspelde harde wind. Dit alles maakt dat de temperatuur een stuk lager is dan anders, Wij genieten, heeeeerlijk! (Sorry voor al die vakantiegangers, die maar één of twee weken hier zijn en vandaag de zon moeten missen).

Olbia (16-08)

Het is druk geworden aan de kade van Olbia. Een tweede dag met de Mistral (harde stormachtige wind) brengt veel schippers er toe de ankerplaats te verlaten en beschutting te zoeken van de haven. Ook wordt er op diverse schepen van bemanning gewisseld. Gemakkelijk, want het vliegveld is om de hoek, bij wijze van spreken.

Tegen de middag rijdt het vuilniswagentje weer langs. Twee mannen met oranje hesjes vragen of je ook ‘gaarbadge’ hebt en een derde met notitieblok presenteert dan de rekening: 5 euro. Alstublieft! Het is ons gisteren overkomen voor een klein winkeltasje vuil, dus we geven nu duidelijk aan: we hebben geen ‘gaarbadge’. Toch komt er ook nu een nota voor 5 euro te voorschijn. Dit is te gek! We protesteren bij hoog en bij laag, maar de man-met-notitieblok blijft onverstoorbaar hetzelfde Italiaanse verhaal houden. ‘Do you speak English?’ ‘No!’ We halen de nota van de vorige dag te voorschijn en laten zien da we al een keer betaald hebben. Hij bekijkt het aandachtig, maar het verandert niets aan de situatie. We snappen er niets van: we hebben veel betaald voor een klein zakje vuil en nu we geen vuil geven moeten opnieuw betalen?

 Dan ziet Tineke een Italiaanse schipper die ze Engels heeft horen spreken. Ze vraagt hem of hij even het verhaal wil vertalen. Wat blijkt nu? Sinds dit jaar heeft de gemeente Olbia het ophalen van huisvuil verpacht aan een bedrijf. Dit bedrijf heeft hiermee toestemming om aan elk schip aan de kade een vast bedrag per dag te vragen, of je nu van hun diensten gebruik maakt of niet. Je bent gewoon verplicht om te betalen, iedere dag opnieuw een bedrag van 5 euro. Maar: ben je niet aan boord, dan heb je geluk en betaal je niets. Tja, er zit niets anders op dan maar te betalen. Intussen vragen we ons wel af waarom die volle containers op het haventerrein dan niet geleegd worden. Waarschijnlijk heeft men teveel tijd nodig om het hele verhaal aan iedereen uit te leggen. Iedereen, zelfs de Italianen protesteren, maar betalen uiteindelijk toch.

 Een uurtje later komt de Italiaanse ‘tolk’ nog even langs en verontschuldigt zich voor de Italiaanse gewoontes. Hij heet Marco en komt uit Noord Italië, zeilinstructeur op het Gardameer. Hij zegt het ook prettiger te vinden als regels eenduidig zouden zijn en gehandhaafd zouden worden. Maar dat past absoluut niet in de Italiaanse manier van leven. Het motto is: ga gewoon je gang en je merkt vanzelf wel of het mag of niet. Dan is het vroeg genoeg om je aan te passen. Ons verhaal over het ankeren in het natuurgebied past hier helemaal in, vindt hij. Zo vertelt hij ook, dat op de kade tot voor een paar jaar water aanwezig was. Ineens was dat verdwenen: geen kraan meer. Alhoewel, toen hij vorig jaar nagenoeg alleen aan de kade lag en zonder water kwam te zitten, bleek er toch ergens water te zijn. Onder het motto mondje dicht, dan helpen we je, kreeg hij zijn tank vol. Maar hoe dat nou precies ging, weet hij nog steeds niet. Hij noemde nog meer voorbeelden, en noemde ook een paar bijzondere ankerplaatsen op de route die we nog moeten gaan. Hij blijkt een bron van informatie, en we nodigen hem dan ook uit om het happy hour bij ons te komen doorbrengen. Kunnen we gelijk eens vragen hoe het komt dat hij zes mooie jonge meiden aan boord heeft.

Waar vuilnis wel niet toe kan leiden!

  21-08-2008  Koelkast wekker

Het zat er al een tijdje aan te komen, maar het veranderde zo langzaam dat we er geen erg in hadden. Tot een paar nachten geleden, toen we wakker werden omdat de koelkastmotor niet meer stopte. Vreemd, maar daar wordt je blijkbaar door gewekt. Hoe het ook zij, de motor draait, maar koelt nauwelijks meer. Dankzij internet weten we nu, dat waarschijnlijk het koelmedium langzaam weggelekt is. Het moet bij te vullen zijn, maar we weten niet hoe. Als we weer aan de wal liggen moeten we maar eens informeren bij een jachtwerf. In augustus is iedereen op vakantie hier, dus zullen we waarschijnlijk even geduld moeten hebben. Nu loopt overdag ieder uur de kookwekker af en laten we de koelkast even lopen. En we eten tegen de klippen op om hem leeg te krijgen.

 23-08-2008  Spannend ankeren.

Meestal als we ankeren, liggen we achter anker en ketting met de boeg de windrichting aan te geven. Als er onvoldoende ruimte om te zwaaien is, maken we het achterschip vast aan de wal. Zo ankeren we in Bonifacio op Corsica. Maar als er dan iemand je anker onklaar maakt, heb je een echt probleem. Lees de reisbrief van augustus.

 Bonifacio  (22-08)

Om vanaf Sardinië Corsica te bereiken steken we vandaag de Bonifacio Strait over. Van diverse kanten waren we gewaarschuwd dat het hier meestal twee punten op de Beaufort schaal harder waait dan elders op de eilanden. De wind moet zich blijkbaar tussen de hoge eilanden door persen. Dus hebben we gewacht op een goede gelegenheid en houdt de wind zich koest tijden de oversteek. In Bonifacio zoeken we de Calanque de la Catena, een baai recht tegenover de citadel. Bij het binnenvaren zoeken we tevergeefs naar een aanlegponton, die er volgens de pilot zou moeten liggen. De boten die er liggen hebben allemaal een anker uit en lijnen naar de rotswand. Lastig, want onze bijboot ligt nog zeevast op het dek. We varen wat rond, proberen tevergeefs het hekanker en besluiten om maar het hoofdanker te gaan gebruiken. Dat gaat beter. Nu voorzichtig achteruit naar de wal, waar zich een paar ringen bevinden. We vragen een jongeman in een bijboot om ons te helpen. Hij knoopt voor ons lijnen aan de ring, maar dan liggen we nog steeds veel te dicht op onze buurman. Er tweede lijn in de richting van de wind is lastiger. Uiteindelijk klimt hij een meter of vijf de rotsen op en maakt ons vast aan een struik. Dat is beter. Nu de ketting van het anker straktrekken. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de wind begint stevig aan te halen, dwars op het schip. Na een aantal meters is het te zwaar voor de ankerlier en doen we het verder met de hand. Na veel ploeteren en zweten liggen we eindelijk naar tevredenheid. De overtocht duurde drie uur, het ankeren heeft vijf uur gekost. Morgen gaat het nog harder waaien, dus vertrekken we niet maar gaan dan de stad verkennen.

 Bonifacio (23-08)

We zijn vroeg wakker, en omdat er nog geen wind staat gaan we na het ontbijt naar de stad om boodschappen te doen. Lekker vers brood en andere zaken. Terug aan boord begint de wind al snel aan te halen. De boom op de wal en het anker houden het gelukkig prima. Dan komt er een Engelse schipper die er graag tegenover ons wil liggen. Het ankeren verloopt zo stuntelig, dat hij op een gegeven moment met zijn anker in onze ketting komt te zitten en het anker lostrekt. Met de harde wind dwars op de boot drijven we naar onze buren en de rotswand achter ons. Snel de motor gestart en flink in de vooruit. Dat help, want nu liggen we alleen maar tegen de buren. Wat nu? Aan het tweede boeganker knopen we een lange lijn en laten die in de bijboot van de buurjongen zakken. Hij vaart er zover mogelijk mee dwarsuit en kiepert hem overboord. Zo komen we in ieder geval ook vrij van de buren, die nog steeds vriendelijk blijven terwijl ze uit alle macht ons stonden af te duwen. Dan gaat het hoofdanker in de bijboot van de Engelsman, die ook komt helpen. Hij sleept anker en ketting mee tot het te zwaar wordt, maar heeft nog te weinig afstand. Een tweede bijboot neemt dan het middendeel van de ketting mee en zo bereiken ze bijna de overkant. Daar gaat ook dit anker te water en als we de ketting weer strak trekken blijken we weer helemaal veilig te liggen. Poeh! Dat is weer een paar uurtjes hard werken geweest. Maar nu liggen we dan ook dubbel vast, met twee ankers.

 We zijn niet de enige die problemen hadden. Tegenover ons krijgen andere jachten met hetzelfde probleem te maken. Het kan ook bijna niet anders, want de ankerkettingen van tegenover elkaar liggende boten kruisen elkaar meestal. En met die harde wind op de zijkant zijn de schepen slecht bestuurbaar. Een Italiaan waait zelfs na een mislukt ankerpoging naar de kant en komt met zijn roer vast te zitten in een ankerlijn. Met vier bijboten lukt het ons uiteindelijk om hem er weer vanaf te duwen. Daarna geeft hij er de brui aan en verdwijnt richting jachthaven.

 Vervelen doen we ons vandaag dus zeker niet. Maar Bonifacio gaan we vandaag nog maar niet bekijken. Want het waait nog steeds erg hard. En nu we twee ankers hebben liggen, is statistisch gezien de kans dat een ander er in blijft haken ook met een factor twee toegenomen. Morgen is er weer een dag. De weerberichten zijn dan een stuk beter, misschien is het dan wel even windstil. Al waait het hier altijd harder dan verderop, hebben ook wij nu ondervonden.

27-08-2008  Onverwacht weerzien.

Liggen we in een rustige baai bij Porto Vecchio voor anker, komt er pal voor onze neus een Nederlands jacht voorbij: de Talmar! We hadden ze vijf minuten gesproken in Olbia op Sardinië in de supermarkt, voordat ze weer snel met de bus terug moesten. Nu hebben we meer tijd en gaan met Sietse, Elma en opstapper Ank de volgende dag de oude stad bezoeken. Daarna vertrekken zij richting vasteland van Italië, wij gaan nog naar het noorden van Cosica. Na een bijzonder gezellige dag zwaaien we elkaar weer vaarwel. Wie weet waar we we elkaar weer zullen treffen.

 30-08-2008  Ongastvrij ontvangst.

Gevonden! De meest onsympathieke haven tot nu toe. De naam is Port de Taverna, een klein  haventje ten zuiden van Bastia. We gaan netjes aan de meldsteiger liggen. Er komt een jongeman die ons gebrekkige Frans maar niks vindt en met een armgebaar ons verwijst naar een ligplaats. De lijn die ons van de steiger moet houden is te kort, maar hij vindt dat geen probleem. Moeten we maar trekken. De midden bolder biedt provisorisch uitkomst. Als we even later op het havenkantoor komen, zitten daar drie jongemannen. De hele procedure van aanmelden en betalen kost hun maar vijf woorden, nauwelijks verstaanbaar. Waar zijn we in vredesnaam beland? Voor ons een erg negatieve uitschieter! Gratis WiFi kan dat echt niet goedmaken.