Afdrukken

03-05-2009  Afscheid

Vandaag zijn we dan toch door die brug gevaren. Het was wel kantje boord.

Gisteren hebben we Pierluigi, de havenmeester, de rekening op laten maken. Met meer dan enige moeite hebben we daarna afscheid genomen van Fiumicino en de mensen die we er hebben ontmoet: David en Sandy, Hans, Renzo, Giovanni, Ed en Pauline en alle anderen.

We hebben het er erg naar de zin  gehad.

We staan vroeg op om rustig de laatste voorbereidingen te kunnen doen. Aan het eind van het winterseizoen blijken we met een groot aantal lijnen aan de wal vast te liggen, en die moeten allemaal los. En verder moet alles weer zeevast gezet worden, want het waait flink. Ruim een half uur voor de brugopening zien we al een boot voorbijkomen. Die wil vast de brug niet missen. Even later zien we tot onze schrik de brug omhoog gaan, een half uur vroeger dan gepland. Snel starten we de motor en gooien de laatste lijnen los. Oef, net op het nippertje. We vragen ons maar niet meer af, hoe dat nu weer komt. Dit soort verrassingen horen er nu blijkbaar bij, hier in Italië.

Eenmaal op zee gaan we met een stevige achterlijke wind naar het zuiden. Het is best weer even wennen, maar na een uurtje genieten we van de snelle voortgang. In het zicht van Anzio, de bestemming, wordt de heldere hemel in korte tijd omgetoverd tot een onweersfront. Tegelijk draait de wind pal tegen. In plaats van nog een uurtje lekker varen wordt het drie uur stampen tegen een hoge verwarde zee. Dan ligt de wijde ingang van de haven van Anzio voor ons, maar wat we ook proberen,het is te ondiep voor ons. Een paar maal raken we de harde grond, dus wijken we uit naar Nettuno, de naastgelegen marina. Daar komt al snel een havenmeester aanvaren, om ons te melden dat hij geen plaats heeft voor een schip van ons formaat. Hij verwijst ons Anzio! Als we zeggen dat we daar niet naar binnen kunnen, is het advies om dan maar naar Ostia te gaan. En dat ligt vlakbij Fiumicino! Daar komen we nu juist vandaan. Dan verdwijnt hij snel. Gelukkig is het personeel van het tankstation, voor in de haven, meer behulpzaam en heeft geen bezwaar dat wij gedurende de sluitingstijd bij hen komen liggen.

En dat gebeurde dus allemaal op de eerste dag van dit vaarseizoen. Het duurt dan ook niet lang of ook wij liggen op onze plek: te kooi. Uitgeteld.

 06-05-2009  Blijven of vertrekken.

Het kost nogal wat moeite om los te komen van het eiland Ponza. De elektrische ankerlier werkt namelijk niet. De hele winter door getest en nooit een probleem. En nu voor de eerste keer ankeren, en hij laat het volledig afweten. Toch willen we graag vertrekken.

In de tijd van het Romeinse keizerrijk wilden de bannelingen dat ook wel. Maar op het ver in de zee liggend eiland was dat lastig, zo ondervond o.a. de moeder van Nero. Tegenwoordig zoeken de toeristen er in de zomer vertier. Maar nu is men nauwelijks uit de winterslaap en het is er nog erg stil. Wij hebbe het er wel gezien en willen weer verder. Omdat we niet direct de oorzaak kunnen vinden, trekken we de 40 meter ketting maar met handkracht op. Dat kost wel de nodige zweetdruppels en hijgen nog na als het eiland achter ons in de nevel verdwijnt.

Na een paar uur passeren we Isola Ventotene. Ook nog altijd een twintig mijl van de wal en daarmee ook erg geschikt voor het herbergen van ongewenste personen. Dezelfde Nero willigde het verzoek van zijn maîtresse in en liet zijn vrouw Octavia er naar toe verbannen. Nu zien we grote grijze gebouwen op Ventotene en het naburige eiland staan; gevangenissen die nog niet zo lang geleden gesloten zijn.

Tegen de avond laten we het anker vallen in de beschutting van Isola di Ischia. Een toegangsweg over een dijk naar het Castello Aragonese op een hoge rots voor de kust vormt een mooie baai. De citadel torent hoog boven ons uit en is zo groot als een flink dorp. Van het voormalige klooster zijn er nog enkel duistere kamers over met aan de wanden een soort uitgehouwen ligstoelen. Ze dienden als begraafplaats voor de overleden zusters, om zo te vergaan in aanwezigheid van de nog levende leden van de kloostergemeenschap.

Wij zijn niet van plan hier zo lang te blijven. Daarom krijgt morgen eerst de ankerlier alle aandacht.

(PS: 07-05 Oorzaak gevonden, te vasthoudende rem. Probleem opgelost).

 09-05-2009  Tijdreis.

Vandaag hebben we een tijdreis gemaakt van zo ongeveer 4000 jaar! Vroeg met de trein van Salerno naar Pompeï. Vanaf het station is het 15 minuten lopen, een kaartje met barcode kopen, door een elektronisch poortje, en dan sta je ineens in Pompeï van het jaar 79. Maar dan zonder de mensen die er toen leefden. Van de 20.000 inwoners zijn er waarschijnlijk 2000 levend begraven, toen de Vesuvius vuur begon te spuwen, net als de stad. Onder een laag van vier meter vulkaanas heeft de stad de eeuwen overleefd. In het bijzonder Mussolini heeft, ter meerdere ere en glorie van Italië en zichzelf, veel geld ter beschikking gesteld om de stad weer uit te graven. Nu lopen we weer door dezelfde straten, over dezelfde pleinen als weleer, en door dezelfde grote huizen, tempels en basilieken. Wel kunnen we nu rustig midden op straat lopen, zonder tot in de enkels in het vuil van de stad te zinken. De stapstenen, een soort van prehistorisch zebrapad, gebruiken we om van de ene naar de andere kant te komen. We kijken goed uit om zeker te zijn, dat er geen kar aankomt; de sporen zijn duidelijk in het wegdek te zien.

Er is veel te veel te zien. Fresco’s op de muren, badhuizen met marmeren baden, villa’s met marmeren fonteinen en vijvers, het bordeel met de stimulerende schilderingen: een dag is veel te kort. En dan her en der de overblijfselen van de bewoners. Volwassenen en kinderen, liggend in een houding die doodsangst uitstraalt. Dan pas besef je goed welke ramp de mensen van toen is overkomen; het krijgt een gezicht.

Je blijft er lopen, tot je niet meer kunt. We zoeken de uitgang en moeten ineens weer omschakelen naar de huidige tijd; de verkopers van souvenirs, boeken, Cd’s en Dvd’s bieden luidkeels hun waren aan ons aan. Wij zoeken echter wat verfrissing omdat in heel het complex geen eten of drinken te koop was.

Terug aan boord bekijken we nog eens onze digitale foto’s. We zijn weer terug in 2009.

 10-05-2009  Messen.

We hebben blijkbaar iets met messen. Brabanders vinden Ossenaren messentrekkers, we hebben er overigens jaren met plezier gewoond. De Sint Pieter inlopen met een mes, ondanks de controle. Op het vliegveld Weeze aangehouden worden wegens een klein mesje in de handbagage, wat Tineke overigens wel mocht houden. En dan nu: een aardappelschilmesje. Tijdens het koken valt het van het aanrecht en duikt regelrecht in de voet van Tineke. Vel kapot, maar ook een ader geraakt. Het bloedbad kan gelukkig snel gestopt worden door flink aan te drukken. Een drukverbandje doet de rest. Dit voorval van gisteravond maakt dat we vandaag een dagje rust nemen. Dat is met dit prachtige weer absoluut geen straf. Zitten met het been omhoog eigenlijk wel…..

 11-05-2009  Route

Stef en Joost, onze kleinkinderen uit Wulmeringhausen, willen graag weten waar wij uithangen. Hun moeder heeft daarom voor hen regelmatig onze positie op een kaart gezet. En tot hun verbazing was er altijd op de satellietfoto de boot te zien. Een wonder, nietwaar? Die kaarten zijn nu ook via de website te bekijken. Klik op ROUTE in de rode balk, en zoek de Swalker…

Nu we het toch over de route hebben: Vandaag zijn we begonnen aan de retourreis. Salerno / Pompeï is voor ons het keerpunt in de Middellandse zee. Maar zoals jullie zo langzamerhand van ons gewend zijn: hoe lang we over de terugreis doen, en welke route wij op de terugreis zullen volgen, zelfs wij weten het niet. Laat staan dat wij weten waar de terugreis zal eindigen. Gewoon ons blijven volgen.

 16-05-2009  Rollen

Vandaag terechtgekomen op een plaats waar we eigenlijk niet heen wilden. De bedoeling was het eiland Giglio, maar de wind hield zich niet aan de afspraak. Nou was die ook al niet eenduidig, maar tegenwind hadden we in ieder geval niet verwacht.

Nu liggen we te rollen voor het strand bij Porto Ercole. De wind is weggevallen nu we hem eigenlijk nodig hebben en dan gaan we meestal dwars op de deining liggen. Nogal lastig en vermoeiend, maar Tineke heeft het toch maar weer klaargespeeld om een lekker potje te koken. Vanavond rollen we maar vroeg het bed in en hopen dat we wat kunnen slapen. Maar eerst de weerberichten weer bekijken. We moeten ons tenslotte ergens op verlaten.

19-05-2009  Haven

En gerold dat we hebben, daar bij Porto Ercole! Van de vier boten die ’s-avonds voor anker lagen waren wij ’s-morgens alleen nog over. Ook wij hebben toen maar het anker opgehaald en zijn de deining ontvlucht. Wat een nacht!

Vandaag is de wind ons wat gunstiger gezind. We kunnen een groot deel van de dag zeilen. Niet hard, maar we komen vooruit. Alleen in de ochtend (wind sliep nog) en de avond (anders te laat in de haven) staat de motor aan.

 Nu liggen we in de Haven van Livorno. Inderdaad, met een Hoofdletter. Livorno heeft meerdere havens, en in één ervan ligt een jachtensteiger van de Yacht Club. Naast ons varen de Piloti af en aan, aan de overzijde liggen de veerboten. Formaat cruiseschip. Voorbeeld? De Moby Freedom is 175 meter lang, kan 1880 passagiers aan en heeft 1190 bedden. O ja, ook nog parkeerruimte voor 665 auto’s. En dat ligt achter de Swalker, 12.6 meter lang, kan 4 passagiers aan en heeft 4 slaapplaatsen en twee vouwfietsen.

De Moby gaat zo meteen op pad, de donkere zee op. Wij blijven lekker hier een paar dagen, en gaan de toerist uithangen. Morgen eerst maar eens op zoek naar toeristenbureau, station en supermarkt.

 22-05-2009  Water!

Misschien erg triviaal: een stukje schrijven over water voor iemand die hoofdzakelijk op het water leeft. Oké. Maar we willen het nu even hebben over water wat je moet drinken. Want drinken moet je bij liters, nu de temperatuur dagelijks weer boven de dertig graden uitkomt. En van de Italianen hebben we al geleerd dat je het beste gewoon drinkwater uit de kraan kunt gebruiken.

 Aan boord is het geen probleem. We hebben flinke tanks en daarin zit goed drinkbaar water. Maar de afgelopen dagen zijn we de wal op geweest. Vanuit Livorno waren Pisa, Florence en Lucca goed bereikbaar. Steden die allemaal hun aantrekkingskracht hebben op diverse gebieden. Opnieuw veel te veel om te zien, maar voor een eerste kennismaking kunnen we door een selectieve keus een aardige indruk krijgen. En dan merk je ineens dat we in Rome wel erg verwend waren met al die nasi in de stad; watertappunten in de vorm van een neus. Prima drinkwater en altijd koel. In Pisa zien we er niet één. De kraan in een openbaar toilet moet uitkomst bieden. In Florence is het al wat beter. Vaak een beetje achteraf, maar we vinden ze toch op verschillende plekken. In Lucca idem dito. Vaak met een kraan er op, zodat er ook geen water verspild wordt. Maar toch een verschil met Rome….. Ach, je weet pas wat (gehad) hebt, als je het mist.

 25-05-2009  Marmer

Een maand of zo terug kregen we een berichtje van de bemanning van de Rebel dat zij in Carrara lagen. De stad waar alles draait om marmer, Voor Tineke natuurlijk een plaats om zeker te gaan bekijken.

Al bij Livorno zien we in de verte hoge bergen met witte stukken er in. Net of er sneeuw op ligt. Ze zijn dan wel hoog, maar met al een paar weken temperaturen van rond de dertig graden, lijkt dat erg onwaarschijnlijk. Bij Marina di Carrara, de haven, blijkt dat we zicht hebben op enkele marmergroeves, hoog in de bergen. We lopen de stad in, op zoek naar het Museo del Marmo. De politie verwijst ons naar de groeves in de bergen, maar dan moeten we met de bus. We zoeken het dichterbij. Over trottoirs van marmer, langs beelden van marmer en dito amsterdammertjes vinden we al snel de juiste straat. Die blijkt wel een kilometer of zes lang te zijn. Toch maar eens doorlopen.

In het buitengebied staan er geen rijen winkels meer langs de straat, maar grote huizen afgewisseld met bedrijven. Ondertussen passeren ons om de paar minuten reusachtige vrachtwagens met grote blokken marmer, blijkbaar op weg naar de haven. Dan zien we een open terrein, waar en aantal mensen druk bezig zijn om van blokken marmer beelden te maken. We lopen het terrein op en worden vriendelijk toegeknikt. We mogen rondkijken, er worden in een werkplaats zelfs een aantal lampen aangestoken. In deze werkplaats en er om heen worden door vader, zoon, dochter en een aantal anderen hard gewerkt aan beelden, van 50 cm tot wel 3 meter. Met slijpschijven, hamers, grote en kleine beitels worden het marmer vormgegeven. We vragen naar het museum, en dat blijkt niet ver meer.

Eigenlijk zijn we wat laat, maar men wil het best nog even voor ons wat langer open houden. Met videopresentaties zien we hoe het marmer is ontstaan, hoe het sinds het Romeinse keizerrijk werd gewonnen en hoe men die enorme zware blokken van wel 30 ton van de berg af naar de zee heeft getransporteerd. Er zullen in de loop van de jaren heel wat slachtoffers zijn gevallen bij ongelukken. In de Marmoteca zien we wel 310 verschillende soorten marmer van over de gehele wereld. Het marmer van Carrara leent zich het beste voor de beeldhouwkunst, zo leren we. Michelangelo heeft hier ook rondgelopen op zoek naar een mooi zuiver stuk voor zijn beelden.

Op de terugweg komen we weer langs de werkplaats. Eigenlijk heeft Tineke wel even zin om hier eens even aan het werk te gaan, maar iedereen is weg. Naar de lunch. Wij gaan hetzelfde doen.

28-05-2009  Lopend windje

Eindelijk! Eindelijk weer eens een dag waarin de Swalker zich in zijn element voelt. Er staat wind, uit de juiste hoek en van de juiste sterkte. Bij het vertrek vanmorgen vroeg was de zee nog spiegelglad. Maar nu, bij de oversteek van de Golf van Genua is de Swalker niet meer te houden: met vijf, zes, zeven, zelfs zeven punt zeven knopen dansen we over de dwars inkomende golven. Dat hebben we lang niet gehad! Een aantal uren GENIETEN met hoofdletters!

Dat de wind het laatste uur voor aankomst in Alassio radicaal recht op kop draait, vergeten we snel. Deze zeildag nemen ze ons niet meer af!

31-05-2009  Watersport.

We kunnen er hele bomen over opzetten, lang en breed over praten en de zaak van alle kanten bekijken. Maar we hebben allebei het gevoel dat we nu in een omgeving terecht zijn gekomen, waar we ons niet thuis voelen. In San Remo hadden we eergisteren de pech dat de kade voor zeezwervers, zoals wij, beloofd was aan de deelnemers van een zeilregatta. Daarom kwamen we terecht in de jachthaven, tussen de megajachten. Letterlijk: er tussen. Die schepen met minstens een paar man personeel aan boord, met bewoners die zich niet eens bewust lijken te zijn dat er ook watersporters in de haven zijn.

In de baai van Villefranche vallen de boten van redelijk normale lengte nog wel op. Maar ook hier drijven paleizen van miljoenen om ons heen. Ineens weten we het: wat we missen is het sfeertje. Het sfeertje, waarbij het niet uitmaakt wat je in het dagelijks leven doet, maar waarbij je op het water met evenveel plezier bezig bent met je hobby. Waarbij je bij het voorbijvaren even een handje opsteekt.

Hier voelen wij ons niet thuis. We bekijken de pilot, en zien dat er voorlopig nog veel van hetzelfde voor ons ligt. We gaan een paar grote stappen maken. Totdat we weer een goed gevoel hebben. Morgen op stap.