15-09-2009  Zeildag

Eigenlijk is het een beetje vreemd te melden, dat we nu nagenieten van een heerlijke zeildag. We leven toch op een zeilboot? Jawel, maar wie de verhalen van de afgelopen maanden kent, weet dat onze motor ons veel meer dan ons lief was heeft moeten helpen.

Maar nu hadden we zelf de keus. De afgelopen tijd merkten we dat de wind een min of meer vast patroon afwerkt. In de ochtend Noord, afnemend tegen de middag en daarna terugkomend uit het Westen. Voor ons betekent dat: eerst tegenwind en daarna prima zeilwind. Rond de middag vertrekken uit Vila Real de Santo Antonio heeft dus de voorkeur. Alleen vaar je die haven niet zomaar even uit. De pontons van die jachthaven liggen gewoon in de rivier, dus staat er bijna altijd een flinke stroom. Alleen rond hoog- en laag water is de stroom weg en kun je zonder problemen de toch al krappe haven uit manoeuvreren. We kiezen voor het hoog water in de middag en vragen op het havenkantoor naar het juiste tijdstip en starten de voorbereidingen op het aangegeven moment. Direct komen van de omliggende schepen de schippers aangelopen en vertellen ons dat het nog veel te vroeg is: er staat dan wel geen stroom in onze box, maar nog wel in de route naar de uitgang. Om onze twijfels (het havenkantoor heeft toch gezegd…) direct weg te nemen komen er een paar jachten naar binnen, die veel moeite hebben om aan te leggen. Dus toch! Een klein uurtje wachten wordt beloond met een ‘afvaart volgens het boekje’. Daarna de Guadiana weer op. De stroom staat tegen, maar de wind is mee! Dus rollen we de kluiver uit, stoppen de motor en installeren ons om hier eens lekker van te genieten. We zien wel hoe ver we komen. We hebben toch geen haast?

Op ons dooi akkertje bereiken we Foz de Odeleite. Aan een verder lege steiger liggen we nu na te genieten van deze mooie zeildag. Waar je ons al niet gelukkig mee kunt maken…

18-09-2009  Bijboot

Er liggen drie bijboten op de steiger. De schipper van de Ithaka zet alle feiten van zijn blaasvloot nog eens op een rij. Nummer één lekt lucht op een lasnaad en de andere naden lijken te volgen, nummer twee lekt geen lucht maar water omdat de bodem er uit ligt en van nummer drie ligt de achterzijde al helemaal los. Drie bijboten bij de hand, hoewel die de naam boot eigenlijk niet meer verdienen, maar als je voor anker ligt heb je er weinig aan.

De verzamelde deskundigen bekijken de alternatieven. Alles weggooien en een nieuwe kopen is voor de schipper te kort door de bocht. Stuk voor stuk worden de reparaties van iedere boot als onhaalbaar of onverstandig afgedaan. Maar het idee om de goede onderdelen van iedere boot te gebruiken om één droge, drijvende bijboot te maken haalt wel de eindstreep. Met mes, schaar, lijmkit en timmermansoog zijn we uren bezig. Het resultaat lijkt te voldoen aan de verwachtingen.

Zo vaart er dus nu op de Guadiana rivier een bijboot met de bodem van de ene, de luchtkamers van de andere, en dichtgemaakt met lappen van een derde. En sindsdien komen schipper en schipperse weer met droge voeten van het schip naar de wal. Daar was het tenslotte om te doen.

 25-09-2009  Campo

Met twee boten liggen we voor anker voor de Ribeire de Vascão, een zijriviertje van de Guadiana. De verhalen van Maria, over wat er zo al in de campo op de oevers aan lekkere dingen groeit, klinken me als muziek in de oren. Ze vindt het leuk om me de weg te wijzen en te leren hoe dat te bereiden. We spreken af om in de namiddag op stap te gaan. Met de bijboot halen we Maria op. Ze stapt in, gekleed in een stevige lange broek, blouse met lange mouwen, pet op en laarzen aan. In het Portugees begint ze tegen me te ratelen, waaruit ik begrijp dat ik veel te weinig kleren aan heb. Dat valt toch wel mee, is mijn reactie. Dus stap ik de wal op met een mouwloos t-shirt, korte broek en open schoenen. Dat heb ik geweten. Maria voorziet ons beide van een grote bamboestok en zo lopen we door de campo naar de granaatappelbomen langs de oever. Om er te komen moeten we dwars door de distels en andere prikstruiken. We plukken de rijpe vruchten met rode wangetjes. Even verder rapen we de vijgen die op de grond zijn gevallen en stoppen ze bij de granaatappels in plastic tasjes. Wanneer we na een paar uur weer opgehaald worden, zit ik onder de schrammen op armen en benen. Morgen gaan we weer de campo in, dit keer om olijven te plukken. Maar dan zal ik me helemaal inpakken: lange broek, lange mouwen, pet op en laarzen aan.