30-03-2010  Eerste reisje 2010

Vanmiddag hebben we de walstroom afgekoppeld, alle lijnen losgeknoopt en de jachthaven van Portimão verlaten. Na een reis van 1,1 zeemijl over de rivier Arade hebben we ons op de wal laten hijsen. We staan nu hoog en droog op de werf. Het is weer tijd voor het onderhoud van het onderwaterschip: schuren, schilderen, afdichtingringen vervangen en dergelijke.

De eerste aanblik is niet erg bemoedigend. De aangroeiwerende verf, die we twee jaar geleden hebben aangebracht, heeft zijn belofte (“bijzonder geschikt voor de Middellandse Zee”) absoluut niet waargemaakt. Op veel plaatsen is de primerlaag zelfs aangetast. Er staat ons veel werk te wachten de komende dagen. Maar als deze klus ook geklaard is, gaan we écht op reis.

 08-04-2010  Walboot

Het leven op de wal bevalt ons niet zo erg. Voor alle duidelijkheid: we hebben het hier over het leven op een schip, dat met zijn kiel op de grond staat en door diverse stutten en steunen rechtop wordt gehouden. Om op het schip te komen moet je een laddertje op, en bevind je je op ongeveer drie meter boven het beton. Daar leven we dan als normaal: eten, drinken, slapen en uitrusten; veel uitrusten. Want we zijn het niet meer gewend om de hele dag in de meest lastige houdingen te steken, schuren en schilderen. Iedere meter onderwaterschip hebben we wel zes keer onder handen gehad. Maar we zijn best trots op het resultaat: het onderwaterschip zit weer strak in de onderwaterverf. Ook de andere klussen zijn klaar, dus konden we vanmiddag weer het water in. We moeten nog even wachten op het beëindigen van de onderhoudsbeurt van de botenlift. Een geweldige service, nietwaar? Trouwens, waar tref je nog een werf, waar een medewerkster bijna dagelijks langskomt om de vloer onder het schip aan te vegen?

Aan het eind van de dag dobberen we weer in onze box in de Marina. Dat voelt weer goed, het schip waarop we wonen, moet niet staan maar drijven.

 15-04-2010  Uitgesteld vertrek.

Ieder jaar gebeurt ons hetzelfde. Een heel winterseizoen hebben we tijd de klussen te doen, om de Swalker weer helemaal tip top in orde te maken voor de nieuwe reis. En steeds blijkt, dat tegen de tijd van het geplande vertrek er toch een aantal belangrijke zaken nog niet gedaan zijn. Soms doordat een vervanging lastiger blijkt dan voorzien, soms ook omdat we gewoon ons verkeken hebben op het werk wat er mee gepaard gaat. Een voorbeeldje? De slechte ontvangst van de korte golfontvanger blijkt veroorzaakt te worden door een kapotte voeding van de actieve antenne, wat weer het gevolg is van een kapotte antenne. Een vervanger nemen we mee uit Nederland, maar is een ander, eenvoudiger type. Wel moet er nu een nieuwe kabel getrokken worden en verbeteren we ook meteen de voeding van de ontvanger. Al met al meer werk dan we oorspronkelijk ingeschat hadden.

Ieder jaar gebeurt dit weer. Maar nu de wind buiten door de masten fluit, de zeedeining tot in de haven voelbaar is en regelmatig hoosbuien ons naar binnen dwingen, vinden we het niet erg om nog even te blijven liggen. Morgen de motor maar eens verwennen….

 19-04-2010  Toch vertrek.

De Swalker is weer helemaal klaar voor een nieuwe reis. De regen heeft plaats gemaakt voor een zonnetje en de stormachtige wind is verdwenen. Zelf hebben we wel wat moeite om afscheid te nemen van Portimão en alle mensen hier. Maar toch willen we ook wel graag weer op reis.

Dus gaan de lijnen los, worden de Marina uitgezwaaid en door de rivier met een vaartje de zee op geduwd. Het is eerst wel even weer wennen na een half jaar dobberen in de haven. Na een paar uur begint het allemaal al weer vertrouwd aan te voelen.

Aan het eind van de middag zoekt het anker houvast in de zandboden bij Faro. Het is windstil en met de zon erbij begint het echt heet te worden. Al een beetje zomers. We zijn weer op weg. Dat kun je blijkbaar niet zeggen van degene die vandaag per vliegtuig willen reizen. Normaal is het op deze ankerplek overdag vrij druk met binnenkomende of vertrekkende vliegtuigen; het vliegveld van Faro ligt min of meer in het verlengde van deze wateren. Maar nu valt het op als er een vliegtuig over komt. Onze reis per boot is altijd afhankelijk van het weer. Maar gelukkig niet van een vulkaan, die duizenden kilometers verderop as in de lucht blaast.

 21-04-2010  Ontdekkingen

We zijn al een paar keer hier in Ayamonte geweest. Meestal onderweg. Onderweg naar de Middellandse Zee, onderweg naar de Algarve of naar de bovenloop van de rivier de Guadiana. Een klein, gezellig Spaans stadje. Een goede plek om wat voorraden in te slaan, een vriendelijke Marina en een verassend klein dierenpark in een plantsoen naaste de haven met leeuwen, tijgers en een beer. Wat we niet wisten, was dat er een prachtig moerasgebied ligt tussen Ayamonte en Isla Christina, even verderop aan de kust. Het oude talud van de vroegere spoorbaan is ontdaan van rails en bielzen, en omgetoverd tot onverhard fietspad. Het loopt direct langs de rand van het moerasgebied. Mits uitgerust met fietsen die tegen een stootje kunnen, is het een prachtige tocht naar Isla Christina. Dat blijkt een levendige plaats te zijn, met aan de ene kant een grote vissersvloot en aan de andere kant een badplaats voor met name Spaanse toeristen. Onze gidsen, Aad en Ineke hebben geen woord teveel gezegd: als je eens in de buurt bent, moet je dit zeker gezien hebben!

 24-04-2010  Beet!

Laten we er maar eerlijk over zijn: al varen we dan nu al vele jaren over het water, de vis die we veelvuldig eten vangen we altijd in de mercado of de supermarkt, maar nooit met een hengel of net achter de boot. We hebben nog wel wat visgerei aan boord. Een heuse paravaan; zo’n plankje met haken wat onderduikt als je wat snelheid maakt en waarmee makrelen zijn te vangen. Schoonzoon John heeft op de Noordzee bewezen dat het echt werkt. Maar toen keek de makreel ons zo zielig aan, dat we hem na de fotosessie meteen weer te water hebben gelaten. Verder zijn er nog wat haken en stukken vislijn aan boord. Maar als de kleinkinderen willen vissen, krijgen ze een stok met een touwtje eraan in handen. Geloof het, echt vissersbloed hebben we niet.

En toen! Iedere avond gooien we op de Guadiana een grote haak overboord: ons anker. En vanmorgen hebben we ineens veel moeite om hem op te halen. Tineke ziet vanuit de kuip de neus hoe langer hoe dieper gaan, terwijl de ankerlier hard begint te kreunen. Schakel voor schakel komt de ketting boven water, totdat we het anker zien. En dan blijkt dat we echt beet hebben. Er hangt een stuk boomstam van enkele meters en zo’n veertig centimeter diameter aan de ‘haak’. Dat verklaart alles, maar echt blij zijn we niet met deze vangst. Met behulp van een lijn lukt het om het anker weer vrij te krijgen, en met een plons verdwijnt de vangst weer in de Guadiana.

Nee, echte vissers zullen we nooit worden. Maar we zullen vanavond wel heerlijk smullen van het stuk verse tonijn, die we in Ayamonte gevangen hebben. Oké, bij de conservenfabriek, dat wel.