01-06-2010  IJzeren zeil.

We kunnen nog zo mooi discussiëren over de verschillen vormen van zeilvoering, het D.A.S. ((Robert) Das Automatic Sail) systeem en de zichtbaarheid van bruine zeilen op zee, maar als er geen of nauwelijks wind is, en dan ook nog recht op de neus, dan grijpen we toch maar weer naar ons ijzeren zeil: de motor.

We wisten dat, toen we in dit jaargetijde langs de Portugese kust naar het noorden wilden, het een uitzondering zou zijn als de wind niet noord is. Daarom geven we de motor regelmatig een aai over zijn bol.

We liggen in Figueira da Foz, en toen we vanmorgen wakker werden, bleken Choto en Anne hier ook aangekomen te zijn. Later informeren we naar hun ervaringen met de nieuwe zeilvoering, maar ze hebben, net als wij, heel weinig wind gehad en kunnen er nog weinig over zeggen. Op ijzeren zeil waren ze een heel eind gekomen, maar net toen het donker werd had de motor plotseling de brui er aan gegeven. In de lichte wind en met een beetje stroom mee had het een hele tijd geduurd, voordat ze in de buurt van de haveningang kwamen. De maritieme politie, die ze via de marifoon om informatie over het aanlopen van de haven hadden gevraagd, was naar buiten gekomen, maar toen bleek de motor het ineens weer te doen. Uiteindelijk hadden ze in het holste van de nacht vastgemaakt in de jachthaven.

Na de middag controleren we samen alle mogelijke storingsbronnen rond de motor, maar vinden eigenlijk niets. Vreemd. De motor is op leeftijd, maar dat mag voor deze diesel geen probleem zijn. De verdere reis zal het wel leren. Inmiddels heeft Choto zijn lievelingsgerecht klaargemaakt: Polvo, oftewel octopus op Galicische wijze bereid. Anne en Tineke houden meer van de grote garnalen. Zo verdwijnt al snel de geur van de diesel.

 06-06-2010  Doedelzak.

Viana de Castelo is voor ons de laatste haven van Portugal. Het is een levendig stadje met een historisch centrum. Wanneer we de jachthaven invaren, zien we de Ela Uno al weer liggen; blijkbaar is hun voornemen om in één keer door te varen naar Illa de Ons hier gestrand. Dat blijkt inderdaad het geval, maar ze maken direct van de gelegenheid gebruik om, nu het toch weekend is, in de binnenstad muziek te gaan maken. Aha, ook nog muziek op die Brasser. Choto speelt doedelzak en Anne trom en soms een soort klarinet. Dit blijken ook in Galicië traditionele instrumenten te zijn, al zijn de melodieën anders dan de Schotse die we kennen. De volgende ochtend gaan we met zijn allen de stad in en drinken op een terrasje een bica. Dan klinkt er in de buurt muziek, komt een groep doedelzakspelers het plein op en geeft een leuk concert. Na afloop zoeken Choto en Anna een plekje, en laten hun kunnen horen. Het klinkt mooi, in de smalle straatjes van de stad. Die hebben een goede akoestiek, vertelt Choto, die het doedelzakspelen geleerd blijkt te hebben in een Spaans militair muziekkorps.

08-06-2010  Autorización extraordinaria.

We hebben hem! Maar het heeft wel moeite gekost. Op het havenkantoor hier in Vigo hebben we gevraagd hoe we aan een vergunning kunnen komen om een paar dagen bij het eiland Ons voor anker te mogen liggen. We willen wel eens zien waar de Ela  Uno zijn zomerligplaats zal krijgen. Maar het eiland en omliggende wateren is tot natuurgebied verklaard, en je mag er alleen met een vergunning ankeren en varen. Samen met Chotto hebben we de website bekeken, waarop de vergunning aangevraagd kan worden, maar dat gaat gepaard met het nodige papierwerk en waarschijnlijk ook tijd. Volgens de mensen op de haven kunnen we het direct regelen in het kantoor van de organisatie. We krijgen een plattegrond en gaan op weg, gewapend met goede moed en paraplu’s. Want het regent, niet een beetje, maar pijpenstelen. Het blijkt meer dan een uur lopen, zodat we als verzopen katten het kantoor binnenkomen. Maar onze inspanningen worden beloond: we hebben binnen een kwartier een buitengewone vergunning met de nodige stempels en handtekeningen om met de Swalker op 10, 11, 12, 13 en 14 mei te mogen varen en ankeren bij het Illa de Ons. Mei? Het is toch al juni! Tja, toch zien we mei staan, als we het later aan boord de autorización extraordinaria eens goed bekijken. Ach, het zal wel een typefoutje zijn. We laten ons er in ieder geval niet van weerhouden om te gaan. Naar Ons, en niet weer naar het kantoor. Zelfs niet nu het droog is geworden.

 12-06-2010  Illa de Ons

Daar liggen we dan, aan een grote rode mooring voor het eiland Ons. Toen we gisteren aankwamen, hadden we al van Choto over de marifoon gehoord, dat we aan de wítte mooring vast moesten maken. Hij had vernomen dat de ankerboeien dit jaar nog niet gecontroleerd waren, maar deze was de nieuwste en voor ons de beste. Vandaag kwam er een werkschip, en moesten we tijdelijk verhuizen, omdat de moorings werden vervangen. En nu liggen we aan een mooie rooie, met nieuwe, zware lijnen. Dat geeft vertrouwen.

 We blazen de bijboot op en gaan aan land. Terwijl we zoeken naar een vuilcontainer, krijgen we van een meisje in uniform een folder in handen geduwd, waarin staat wat we wel en niet mogen doen. Het zakje met afval moet in ieder geval terug naar de boot. Er staan ook een paar wandelroutes op, die gaan we eens uitproberen. Ons is klein, 6 km lang en 1 km op zijn breedst. De blauwe route voert ons naar de noordpunt en daarna langs de Atlantische kant weer terug naar het dorp. Onderweg, in de buurt van de vuurtoren zien we de hórreo waar Chotto en Anne gedurende de zomer in wonen. Vroeger werden deze huisjes op pilaren gebruikt om er graan in te bewaren. Zij hebben er hun zomerwoning van gemaakt. Ons lijkt, dat hun Brasser veel meer comfort biedt, maar zij zijn er geweldig trots op.

We eten met hen ook percebes (lange zwarte eendenmosselen), in zeewater gekookt. Ze zien er in eerste instantie wat vreemd uit, maar blijken heerlijk te smaken. Ze groeien op de rotsen net onder de waterlijn. Aan de Atlantische kant zijn ze het grootst en het lekkerste, maar ook het moeilijkste te zoeken. En wij mogen dat in dit natuurgebied natuurlijk helemáál niet doen.

 Terug aan boord draait de wind meer naar het noordoosten, en liggen we niet meer in de beschutting van het eiland. De oceaandeining komt gelukkig hier niet binnen, maar het begint toch wat knobbelig te worden. Ineens ziet Tineke dat één van de kleinere moorings, die ook vandaag is gelegd, er vandoor gaat. Losgeraakt blijkbaar. Voordat deze de oceaan op kan gaan, halen we hem met de bijboot weer terug en knopen hem maar aan onze rode bal. Maar we hebben nu wel wat minder vertrouwen in onze nieuwe ankerboei en zetten voor de zekerheid het ankeralarm maar aan. Je weet nooit.

13-06-2010  Vlucht.

Het heeft bijna iets van een vlucht. Maar vanmorgen, in alle vroegte, ziijn we van Illa de Ons vertrokken. De wind uit het noordoosten is vannacht flink doorgezet, en we hebben nauwelijks een oog dichtgedaan. Geen enkele bescherming tegen wind en golven en de weersvoorspelling belooft alleen maar meer van hetzelfde. Ons vonden we erg mooi, maar dit is niet leuk meer. We maken de lijnen van de ankerboei los, en varen naar de vaste wal, naar Sanxenxo. Daar in de luwte van de Marina ligt de Swalker weer stil, en halen de slaap in die we gemist hebben. Sorry, Choto en Anne, voor dit overhaaste vertrek; we zullen nog vaak aan jullie en de Ela Uno denken. Vaarwel!

20-06-2010  Knalfeest

Boem! Langzaam worden we weer wakker. Knal! Wat is dat nou? O ja, we liggen in Sanxenxo. Aha, de boot ligt heerlijk stil en we proberen met de siësta even wat slaap in te halen na de onrustige nacht voor Ons. Maar eens buiten kijken wat die knallen te betekenen hebben. Vast dagvuurwerk, daar zijn ze hier dol op. En inderdaad, in de helder blauwe lucht verschijnt bij elke knal een klein wolkje. Na vijf minuten is het weer rustig.

Aan het eind van de middag lopen we het stadje in. Op een pleintje staan stoelen en muziekstandaards in gelid en zien we nog net een paar muzikanten met hun instrument om een hoek verdwijnen. Concert gemist dus. Een tijdje later horen we toch weer de harmonie spelen. We lopen de richting op, waar het geluid vandaan komt en zien boven de toeschouwers een heiligenbeeld zweven. Aha, een processie. Tegelijkertijd begint het vuurwerk weer te knallen. De optocht verdwijnt even verderop de kerk in, wij gaan terug naar de haven. Onderweg zien we bij het strand twee mannen nog steeds bezig, de één na de andere vuurpijl de lucht in te jagen. Ze gaan nog een tien minuten fanatiek door, tot hun hele voorraad op is, maar er is niemand meer die er aandacht voor heeft.

Het is een week later, als we in Portosin liggen te wachten op een goede wind om Kaap Finistere te ronden. Bij de vissershaven is men al de hele week bezig een kermis op te bouwen, voor het feest van de Virgen del Carmen, de beschermvrouwe van de zeevaarders. Op zondagochtend maakt het vuurwerk weer duidelijk dat het feest gaat beginnen. ’s Middags wordt het beeld van Virgen del Carmen uit de kerk gehaald en in optocht met muziek naar de haven gebracht. Daar gaat ze met de hele stoet op een versierde vissersboot en vaart een uur lang door de Ria de Muros om daarna weer voor een jaar terug te gaan naar haar plaatsje in de kerk. Uiteraard knalt het vuurwerk weer voortdurend. Laat in de avond knallen de luidsprekers op het immens grote podium, wat bij de vissershaven is opgebouwd. De soort muziek is bepaald niet onze keus, maar de wind staat gelukkig de andere kant op. En als we gaan slapen doen we gewoon de deur dicht, dat scheelt enorm. Geen idee, hoe lang ze nog hebben doorgefeest.

 24-06-2010  Knooppunt

We liggen in La Coruña. De reis langs de hele westkust van het Iberisch schiereiland van Kaap San Vicente tot Kaap Finistere heeft ons een hele maand gekost. Het was, ondanks de voortdurende tegenwind, de moeite zeker waard. Nu liggen we op een waar knooppunt van zeilreizen. Hier in La Coruña zien we mensen die net hun eerst grote oversteek over de Golf van Biscaje achter de rug hebben. Maar ook diegene die wachten tot er eindelijk een goede wind staat om de oversteek in omgekeerde richting te maken, naar Frankrijk of Engeland. Daarnaast zijn er de kusthoppers, zoals wij, die de gelegenheid te baat willen nemen om meer van noordkust van Spanje te zien. Vandaar ook, dat aan elke zeiler die aankomt, de vraag gesteld wordt: en, waar kom je vandaan en ga je naar toe? Want iedereen is op reis. En in bijna alle gevallen volgen dan de adviezen over havens, die je perse wel of ook niet aan moet doen. Ieder heeft zo zijn ervaringen, in knooppunt La Coruña.