02-07-2010  Busservice

De bus naar de stad Oviedo staat op perron 1. We sluiten aan bij de rij mensen, die al te wachten staan. Ieder kwartier gaat er een bus vanuit Gijon, dus hoeven we niet lang te wachten voor hij er aan komt. De beschrijving van Ovideo in de reisgids, universiteitsstad met een prachtige kathedraal in een oud middeleeuws centrum, heeft ons nieuwsgierig gemaakt, dus gaan we daar eens kijken.

Kaartjes koop je in een apart kantoortje tegenover het overdekte busstation. We hebben dit vaak gezien in Spanje en Portugal. Als we de snelbus naar Ovideo instappen, zien we tot onze verbazing een bordje staan, dat er WIFI aan boord is. Gratis nog wel. Natuurlijk hebben we onze laptop niet bij ons, we wilden tenslotte een middeleeuws stadscentrum bezoeken. Maar deze service is wel ongekend, en zeker voor het geringe bedrag wat we voor de busreis moeten betalen.

En Oviedeo? Beslist de moeite van het bezoeken waard, mocht je er ooit in de buurt zijn.

 11-07-2010  Voetbal

Het heeft ons nooit kunnen boeien: voetbal. Niet om het zelf te beoefenen, en helemaal niet om er naar te gaan kijken. Toch kunnen we er nu niet om heen, we worden er de laatste dagen veel mee geconfronteerd. De internetkranten vullen steeds een groter deel met nieuws van de strijd om het kampioenschap in Zuid-Afrika. In Gijon verkondigde een paar dagen geleden het gejuich en het vuurwerk overduidelijk een gewonnen wedstrijd van de Spanjaarden. En toen bleek dat Nederland en Spanje samen moeten uitmaken, wie er kampioen wordt, kregen we gisteren via Skype al het advies om geen risico te lopen en Spanje maar even te verlaten. Nederland zou vandaag kampioen worden.

Vanmorgen liep hier in het centrum van Bilbao een gezin met oranje shirts, natuurlijk Nederlanders. Een voorbijganger riep hen toe dat Baskenland vóór Nederland was. Nu is het avond en stil op straat. In het drijvende clubhuis, hier tegenover, klinken af en toe luide kreten van een groepje mensen. Maar vanaf de wal horen we nauwelijks iets. Dan wordt Tineke toch nieuwsgierig en zet de radio aan. Zo horen we nog net via de Wereldomroep, dat Spanje het winnende doelpunt maakt. Dan komt er wat leven in de brouwerij: juichende mensen in het clubhuis, wat vuurwerk verderop. En even later ook een paar toeterende auto’s op straat.

Maar wat een verschil met toen in Gijon, daar juichte de hele stad voor ons gevoel! Voetbal heeft dus ook heel veel met politiek te maken.

 16-07-2010  Aanleggen.

Na een dag varen, waarvan gelukkig het laatste anderhalf uur ook nog onder zeil, komen we aan bij Zumaia. De haven is ons aanbevolen door andere zeilers; het heeft een jachthaven en is ook bij laag water aan te lopen, wat is hier in Baskenland bepaald niet gebruikelijk is. We komen direct na laag water aan, dus varen we heel rustig en alert tussen de geleidedammen de rivier op, maar het blijkt inderdaad overal voldoende diep. Bij de haven willen we aan de meldsteiger gaan liggen, waar ook de dieselpomp staat; slaan we twee vliegen in één klap. Maar het aanleggen verloopt niet zoals we dat gewend zijn. Een klein bootje gaat snel op de plek liggen die wij op het oog hadden en de Swalker reageert bepaald anders dan wij gewend zijn. Blijkbaar is er naast de wind ook nog een stroming in de haven, die ons parten speelt. Na het melden en tanken varen we naar de ons toegewezen ligplaats, en er gebeurt hetzelfde. Het zijn bepaald geen model manoeuvres, maar uiteindelijk komen we toch netjes op onze plaats terecht.

Terwijl we zijn nog bezig zijn met opruimen, merken we ineens dat een groot motorjacht pal achter ons ronddobbert en al gevaarlijk dichtbij is. Een jongetje met pikhaak prikt onze richting op, maar heeft geen enkele invloed op wat er gebeurt. Op onze waarschuwingskreten wordt er flink gas gegeven en daardoor stuitert het jacht langs ons hekanker en de ophanging van de windstuurautomaat. We duiken gelijk er naar toe; aan hekanker en bevestiging is niets te zien, maar de houder van de stuurautomaat staat flink scheef. Het motorjacht bereikt uiteindelijk zijn box, enkele plaatsten van ons verwijderd. Ook zij hebben schade opgelopen. Al excuserend (waren aan het aanleggen, wind enzovoorts) komen ze bij ons kijken naar de schade, en regelen direct de reparatie. Na een paar uur staat alles weer recht en moeten alleen wijzelf nog even van de schrik bekomen.

Het is dus oppassen met aanleggen, hier in de haven van Zumaia!

20-07-2010  Grens.

De zon schijnt uitbundig als we de lijnen losmaken en langzaam de haven uitvaren. Het is flink warm geworden, maar we hopen dat de wind straks wat verkoeling gaat brengen. En natuurlijk voortgang. Ons doel ligt 15 mijl verderop, geen grote afstand, dus met een beetje wind moet dat te bezeilen zijn. Kluiver, fok en grootzeil gaan omhoog en de motor uit. Er is inderdaad net genoeg wind voor voldoende voortgang, zodat we op comfortabele wijze de Spaanse wateren achter ons laten en de Franse binnenvaren. Eigenlijk merken we daar niets van. De deining van de zee is hetzelfde, de kust is nog vaak hoog met nog hogere bergen daarachter en de lucht is nog steeds strakblauw.

Dat meenden wij. Maar nu het avond is, en wij in de haven van Anglet bij Bayona liggen, zijn we daar toch niet meer zo zeker van. De regen en hagel klettert hard op het dak, dat is lang geleden! En we hebben de hele reis vandaag gezeild! Idem! Zou er dan toch veel veranderen, nu we de grens over zijn?

We zullen het wel zien.

 25-07-2010  Lichten.

Bij het eerste schemerlicht maken we los en varen de jachthaven van Bayonne uit en de rivier op. We hebben de stroom mee en hobbelen al snel de havenmondig uit, de zee op. Daar gaat een steunzeiltje op en de stuurautomaat aan, koers Noord. Ruim 120 mijl te gaan, minimaal 24 uur schatten we. Langs de kust tussen Bayonne en de monding van de Gironde ligt een intensief gebruikte Firing Range, een schietgebied van ongeveer 100 mijl lang en 45 mijl breed. Alleen in de weekends en in de maand augustus is er weinig kans om granaten of raketten tegen te komen, zegt men. Voor de zekerheid heeft de havenmeester van Bayonne even voor ons gebeld, en inderdaad: dit weekend is alles vrij. Dus, al is er weinig wind en staat die zelfs tegen, we gaan! Halverwege is langs de kust een haven, Arcachon, maar die is alleen bij hoog water goed bereikbaar, en voor een tussenstop niet bepaald ideaal. We gaan dus in één reis.

Om niet veel last te hebben van de dwars inkomende deining varen we op een zeven mijl van de kust. Het gaat voorspoedig, als het donker wordt zijn we Arcachon al gepasseerd. Het is rustig. Een paar medezeilers zijn we uit het oog verloren, alleen een paar vissers zijn nog in de buurt. Als het helemaal donker is geworden zien we een helder geel zwenklicht achter ons; een visser? Even later duiken er meer gele zwenklichten op, schuin voor ons en ook verder op zee. Het wordt nog vreemder als we één van die lichten passeren, die in een stellage lijkt te staan samen met rode en witte vaste lichten. Geen boordlichten te herkennen. Terwijl we voorbij varen zien we ineens een wit flitslicht, laag op zee voor de boeg. We wijken voor de zekerheid maar flink uit. Wat een feestverlichting hier, het is allemaal wel erg verwarrend. Ze zullen toch niet…. Nee, alles was vrij, toch? We zijn blij als het weer ochtend wordt en het gebied achter ons laten.

’s Avonds lopen we in Royan over de kade langs de vissersboten, als we op één ervan een paar flitslichten zien schitteren. Kijk, die zitten op visboeien! Daar zijn we dus om heen gevaren, best wel handig in het donker. Maar die gele zwenklichten? Nog steeds geen idee!

 28-07-2010  Hoog water.

Met grote snelheid zien we de ankerboeien aan ons voorbijsnellen. Ze tollen in het rond en laten een lang kielzog achter. Net als de jachten, die er aan vastliggen, trouwens. Er staat op dit moment een geweldige stroom op La Charente, en wij profiteren ervan op weg naar Rochefort. We komen dan ook veel te vroeg aan bij de keersluis voor de jachthaven. Maar er is een wachtsteiger, waar de Swalker, zij het met enige moeite, een plaatsje vindt. Als het hoog water is, gaat de sluis open en komt het havenpersoneel ons een plaatsje wijzen. Voor de eerste twee dagen is dat aan een steigertje, pal voor de sluis. Wel aan de binnenzijde, natuurlijk, en voor ons geen bezwaar.

Rochefort blijkt een soort Den Helder te zijn. De hele stad ademt nog de sfeer van voorbije tijden, toen de schepen van de Franse Marine hier werden gebouwd. In de 17e eeuw vond men dit er wel een geschikte plek voor, op een aantal mijlen van de kust, zodat de vijand er niet zomaar bij kon komen. Ondanks dat die activiteiten er sinds het begin van de twintigste eeuw al weer weg zijn, is er nog veel bewaard gebleven van die tijd. De rechte straten van het stadscentrum bijvoorbeeld, die met militaire precisie haaks op elkaar zijn gebouwd met een lengte van 800 tot 1000 meter, de touwslagerij in een gebouw van 378 meter lang, de Jardin de la Marine en het Musée de la Marine. In één van de oude droogdokken bouwt men een replica van het zeilend fregat de Hermione, die in 1779 met la Fayette naar Noord Amerika zeilde. Deze Hermione moet volgend jaar het water van de Charente proeven om, eenmaal getuigd, ook naar Amerika te zeilen.

Dat zal dan wel met hoog water moeten. Want als wij de volgende dag een kijkje nemen aan de andere kant van de keersluis, zien we alleen het bruine slik. En de wachtsteiger ligt op het slik, te wachten op het volgende hoog water.

 31-07-2010  Xyntia in La Rochelle.

Het was in februari dit voorjaar, dat we in Portimão een fikse storm hebben meegemaakt. We maakten helling, alsof we met gehesen zeilen in de box lagen. Die storm kreeg de naam Xynthia. Een dag later was de Franse kust aan de beurt, en hoe! Vooral in de buurt van La Rochelle was de schade enorm.

Onderweg hoorden we de laatste weken van verschillende kanten, dat er in La Rochelle nog steeds weinig plaats is voor passanten. Op onze weg naar het noorden, is het echter een aantrekkelijke plek om te overnachten. Vandaar dat we nu de haven binnenlopen en een plekje zoeken. We mogen zonder meer een nachtje blijven. Op het eerste gezicht is er weinig te zien. Maar als we wat rondlopen, vallen ons toch verschillende dingen op. Er zijn maar weinig klampen op de steigers om af te meren en de steiger zelf blijkt een ratjetoe van allerlei verschillende soorten, die aan elkaar geflanst zijn. Verderop blijken er honderden meters nieuwe steigers te liggen; men is nog druk bezig met monteren. Van een schipper van een ander Nederlands jacht horen we, dat hij graag een maand zou willen blijven, maar dat drie dagen écht het maximum is.

In het havenkantoor ziet Tineke foto’s van direct na de storm. Op één ervan hangt een ponton meters hoog in de top van een paal. Daaraan bungelt een motorboot, ook meters boven het water. Als we goed kijken naar de palen achter ons, zien we diepe krassen tot aan de top. Toch blij, dat we deze winter in Portimão hebben gelegen!