06-08-2010  Sluis.

Hé, dat is snel! Helemaal niet verwacht, want volgens het rooster is de volgende schutting van de sluis bij Arzal over twee uur. Maar nu staan naast de twee rode lichten naast de sluisingang ook twee groene. Hebben we mazzel?

Samen met twee andere zeiljachten kijken we toe, hoe de sluisdeuren open gaan en een groot aantal zeil- en motorjachten de sluiskolk uitvaren. Ondertussen staat de sluismeester ons met een megafoon toe te roepen. Voor ons onverstaanbaar, maar onze buurman zegt dat wij aan bâbord aan moeten leggen. Prima, dat hebben we ook het liefste. De sluismeester neemt de landvast aan en neemt ons mee tot nagenoeg tegen de brug, die over de sluiskolk ligt. Verder kunnen we niet. Voor ons, achter de brug,  is nog een derde van de kolk leeg. Achter ons blijken steeds meer jachten binnen te komen. Twee motorjachtjes passen onder de brug door. Ieder jacht wordt door de sluismeester naar zijn plek gedirigeerd, waarbij hij er voor zorgt dat er geen centimeter onbenut blijft. Als wij twee zeiljachten naast ons krijgen is de doorgang naar voren geblokkeerd en blijft het onder en achter de brug verder leeg. Na twee uur passen en meten is de kolk helemaal vol, maar er liggen nog steeds een aantal jachten voor de sluis. Via de megafoon krijgen ook zij instructies. Dan gaat de brug open, en gaan wij naar de lijnen om het schutten af te wachten. Tot onze verbazing zijn de sluisdeuren nog dicht, als de sluismeester ons duidelijk maakt dat we los moeten maken. Hij begint aan de voorste lijn te trekken, maar dat heeft weinig effect. We starten snel de motor en helpen maar een beetje. Met onze buren langszij varen we nu door de brug tot aan de sluisdeuren en moeten daar weer vastmaken. Hé, de deuren aan de andere kant staan nog open! Zou de hele volle kolk…. Ja hoor, dat is de bedoeling: iedereen naar voren zodat er achter nog een paar jachten bij kunnen. Maar omdat die twee motorbootjes al voorin lagen, past het ineens niet meer en wordt het een leuke bende. Er vallen diverse gaten, bijboten worden niet te passeren obstakels en de sluismeester blijft maar roepen dat iedereen maximaal aan moet sluiten! Als na ruim een half uur er nog een paar jachten bij zijn geperst, de deuren achter dichtgaan en het water stijgt, staat de brug nog steeds open. Even later gaan de sluisdeuren voor ons open en kunnen we verder. Een schutting van bijna drie uur! En wij dachten nog wel dat we het geluk van een snelle doortocht hadden.

13-08-2010  Sluis (bis).

Het is kwart voor acht, als we losmaken van de steiger in Arzal en naar de naastgelegen sluis varen. De rivier La Vilaine was beslist de moeite van het bezoeken waard, net als de stad Redon, twintig mijl stroomopwaarts. Het is alleen jammer, dat we het niet de geschikte plaats vinden voor een overwintering van de Swalker. Maar er zijn meer mogelijkheden, dus gaan we weer verder. Wijs geworden door onze ervaring bij aankomst, hebben we het bedieningsrooster bekeken en gekozen voor de eerste schutting. Het zal er dan nog rustig zijn en hoog water, zodat we ook direct zee op kunnen.

Het is inderdaad rustig. Slechts twee andere jachten varen met ons rustig op de sluis af, maar er gebeurt om acht uur helemaal niets! Als de anderen aan de wal gaan liggen, doen wij maar hetzelfde. Dan zien we een lichtkrant op de sluis, die meldt dat er vandaag geen negen maar vijf schuttingen zijn, en dat de eerst pas om elf uur zal plaatsvinden! Het zal toch niet waar zijn? Jawel hoor! Ieder uur komen er een paar schepen bij, die ook maar aan de wal vastmaken. Dat kan nog eens druk worden. Het is inderdaad elf uur, wanneer van buiten schepen de kolk binnenvaren, en na een kwartier zijn wij aan de beurt. De sluis zit zo vol dat de brug weer niet dicht kan. We zien het met verbazing aan, maar onze buurman weet te vertellen wat de oorzaak is. Het water van La Vilaine wordt gebruikt om er drinkwater van de maken. Nu het zo weinig heeft geregend, is er nauwelijks doorstroming en is men bang dat er zout water via de sluis binnenkomt. Dus zijn er nu maar een paar schuttingen per dag. En die zijn meestal loeidruk, zeker nu in het hoogseizoen. Dat verklaart alles!

Om kwart voor twaalf stroomt de kolk leeg en zet iedereen er flink de sokken in, voor de vijf mijl naar zee. O, dat is waar ook, drie uur geleden was het hoog water. En voor de riviermonding ligt een ondiep stuk water van een paar mijl. Als we daar niet meer overheen kunnen, moeten we minstens vier uur wachten. We zetten de achtervolging in, waarbij we maar aannemen dat een aantal van hen minstens dezelfde diepgang hebben als wij. Het lukt! Met kromme tenen, de kluiver helemaal dicht gehaald voor de broodnodige helling, een dieptemeter die aangeeft dat we eigenlijk twintig centimeter te weinig water hebben stuiteren we over de ondiepte. Gelukkig voor ons ligt er blijkbaar een dikke laag modder. Na een half uur, maar voor het gevoel een halve dag, halen we opgelucht adem: we zijn in dieper water en hebben het gehaald! Voorlopig maar even geen sluizen meer, voor ons.

00-08-2010  Feest in Vannes

We vallen met de neus in de boter wanneer we Vannes binnenvaren. Niet alleen omdat dit een bijzonder leuke stad blijkt te zijn, maar bovendien omdat de komende dagen het Fêtes d’Arvor plaats zullen vinden. Twee dagen met Bretonse muziek (met veel doedelzakken!), klederdracht en volksdansen.

We lopen heel wat af door de binnenstad om een aantal voorstellingen bij te wonen. Zondagmiddag vinden we een mooi plekje in het park bij de stadsmuren waar een groot podium is opgebouwd en kijken en luisteren urenlang. ’s Avonds is op dezelfde plek een defilé en als afsluiting een vuurwerk. De combinatie met keiharde muziek is nieuw voor ons: oorverdovend, maar ook overdonderend mooi. Vannes heeft een bijzondere plekje in onze herinneringen veroverd.

 22-08-2010  Oei-oei!!

Dit is even wennen! We kijken elkaar aan, tussen de druppels op onze brillenglazen door, terwijl de regen ieder plekje wat niet bedekt is kleddernat maakt, en zeggen bijna tegelijk: Willen we dit eigenlijk wel?

Vanmorgen vroeg zijn we in Audierne ankerop gegaan, zodat we met het kenteren van het tij bij de Raz de Sein zijn; een relatief smalle doorgang in de uitlopers van Bretagne waar nogal forse stromen en dito zeeën kunnen staan. Het is bewolkt. De zwakke wind komt uit de goede hoek en als die, zoals beloofd, straks aanhaalt hebben we een mooie zeilwind. Alles gaat zoals gepland en na de passage van de Raz gaat de motor uit en nemen de zeilen het werk over. Een voorteken? We hopen het, vanaf de Algarve hebben we motor meer dan genoeg nodig gehad, maar nu we de Golf van Biskaje achter ons laten hopen we dat de westenwinden ons verder zullen helpen. Niet dat we spijt hebben van ons rondje Biskaje. Integendeel, de kusten van Spanje en Frankrijk, met hun enorme diversiteit van landschap, bevolking, traditie en cultuur hadden we beslist niet willen missen! Maar tegen de klok in varen gedurende de zomermaanden betekent gewoon veel tegenwind. Het zij zo.

Halverwege de Iroise, de golf aan de westkant van Bretagne, verdwijnt ineens de kust uit het zicht en begint het te waaien (hoera!) en te regenen (bah!). We zoeken als een haas onze regenpakken op, die ver weggestopt blijken te zijn. We hebben ze twee jaar geleden voor het laatst gebruikt, tijdens ons verblijf in Italië. Dichtbij Camaret, ons einddoel voor vandaag, moeten we uit de bescherming van het dekhuis om de doorgang tussen een aantal rotseilandjes zeilend te kunnen maken. Het gaat hoe langer hoe harder regenen, terwijl we een half uurtje later in Camaret vastmaken. En dan realiseren we ons, dat we echt terug zijn in Noordwest Europa, met zijn wisselend weer en af en toe een depressie met regen, wind en al wat dies meer zijn. Ach wie weet schijnt morgen de zon weer.

 23-08-2010  Sardines en kapel.

Er zijn slechtere plekken te bedenken om te schuilen tijdens een dag met te harde wind, vinden we. Camaret sur Mer is eigenlijk maar een klein dorp met nog geen 3000 inwoners. De visserij is er grotendeels verdwenen en het zijn nu de toeristen die leven in de brouwerij brengen. En de vele zeilers natuurlijk, die zich voorbereiden op, of bekomen van de oversteek van de Golf van Biskaje. Wij vermaken ons prima in de vele galeries die in het dorp zitten, Aquarellen met afbeeldingen van sardineblikjes, die hier vroeger werden gevuld doen ons direct terugdenken aan Portimão. En als daar dan ook nog de Chapelle Notre Dame de Rocamadour, de kapel van het gebedje voor een behouden overtocht, op staat, dan zijn we verkocht. Een mooie herinnering aan een leuke plek.

 25-08-2010  Markt

De reis van Camaret naar L’Aber Wrac’h voert door het Chenal du Four, opnieuw een berucht stukje water tussen eilanden en rotsen met stroomsnelheden tot 5 knopen. Stroom tegen moet je hier niet hebben, maar we hebben de stroom mee en het gaat allemaal erg snel. Toch staan er door die harde stroom her en der flinke golven. Lastig, maar voor de Swalker geen probleem. We zullen er nog wel meer mee te maken krijgen, vermoeden we.

In L’Aber Wrac’h krijgen we een mooi plekje, langszij het ponton en direct achter de vissersschepen. We zullen de herrie bij het vertrek vroeg in de ochtend maar op de koop toe nemen. Maar deze blijft echter uit; blijkbaar hebben ook zij nog vakantie. Dat zal niet lang meer duren, want de netten worden al weer aan boord gebracht.

Vrijdagmiddag zien we de straat voor de jachthaven afgesloten worden voor de markt. Eén stalletje met fruit, één met crêpes en drie stalletjes met handgemaakte sieraden en we zijn er doorheen. Ook hier duidelijk het einde van het vakantieseizoen.